4920 Glosse: Someghe onbekinde menschen sijn die ondertiden vragen watter aen gheleet aen lesen ofte aen beeden, ofte aen ten dienste Gods te gane bi nachte ofte bi dage. Dien mochte men vragen hoc vele dat de ziele edeldere es dan de lichame. Alsoe vele eest meerre noot dat de geesteleke oeffeningen volbracht werde (sic) dan duutwendeghe werken, omme dat de ziele geoeffent werde in inwendegen dingen voer in uutwendegen dingen.
4922 Cantimpré II, c. 15: Cum ergo quaedam Soror ageret in agone et fine gravissimo vexaretur, apparuit ei daemon...; ald. stoet = stont, stonde (?).
4925 Glosse: Augustinus: Het es orborleker te gecrigene innege bedroeftheit dan ondersucken, versuchten dan pruven, eenpaerleke versuchtinge dan menegherande twestingen, tranen dan sententiën, beeden dan laesen (sic), goem van tranen dan const van leren, contempplacie van hemelschen dingen dan erdsche veronledinge. Deo gratins.
1d. i. gehinde, nabij. Zie Mnl. Wdb.opgebende, waarnaast ook eene enkele maal gende voorkomt. De uitdr. in verren ghinde, hoewel in zich zelve eenigszins vreemd, komt (met de ontkenning) in bet. overeen met mnl. nergens naer, en ndl. bijlange na niet, dial. niet hen(t) of omtrent. Vgl. 13, 7203; II 10389 in velen ghinde; III, 3345 in seven dagen ghinde; en passim.
1Een tot heden onbekend woord, waarvan de bet. wel zal zijn troep, bende of gespuis. Misschien is het eene afleiding van paert, part, en dus te vergelijken met ndl. partij; (vgl. de bet. hoop, boel van dit woord in het Zuid-Afrikaansch). Doch waarschijnlijk moet men lezen gesperte, d. i. geestverschijning, spook, Zie Mnl. Wdb. op gesperte.