1d. i. waarschijnlijk in overvloed, met eene ruime maat. Vgl. goeden coop, Mnl. Wdb. 3, 1841.
2Overswinge (ook II, 7892 en passim) d. i. buitengemeen, grenzeloos, onuitsprekelijk. Zoo ook D. Doct. I, 391. Vgl. mnd. overswenge, -swenke, mhd. überswenke en hd. überschwänglich (mnl. ook overswenkelijc, Boec d. Minnen 73 r en 73 v).
6409 Glosse: Augustinus: Alregoedertierenste Here, hoe suete es dijn herdinken! Soe ic mere in di peijnse, alsoe vele mere bestu mi te suetere!
1Vgl. Limb. Serm. 193 c en de aant. van J.H. Kern aldaar.
2d. i. verliefd, gesteld op, hangende aan, gericht op. Het is mogelijk dat de lezing juist is, en dat het woord gevoeld is als een vorm van vervlieten, welke schrijfwijze ook elders voorkomt (vgl. ook vervloten, vs. 6986); doch het hier bedoelde ww. is vervliten, vervleet, vervleten. Zie Verdam in Tijdschrift 18.
3Als de lezing juist is, en niet refectore moet gelezen worden, is het woord te beschouwen als door metathesis te staan voor refortoor, van mlat. refortiare, versterken (Duc.).
Aan den voet van fol. 114 vo. deze glosse: Got, onse Here, Ihesus Christus gheeft somegen goeden lieden, die hem vromeleec oeffenen toter contemplacien in allen tiden, alsi stade ende stonde vercrigen, eenen voersmaec in dit leven dat si volcomeleec seleu besitten euwich leven, opdat si bliven in hare oeffeningen ende scuwen alle ijdelheit van buten ende houden hem suver van herten ende keeren hem leedichleke te Gode.
6627 l arem (?). - 6630 Glosse: In allen tijde van allen dinghen te danken Gode, dat heeft ons dapostel Paulus gheboden ende dandre heijlegen dier oc op screven dat wijs niet achter en souden laten bliven.
1Het woord is niet duidelijk en uit het Mnl. tot heden niet opgeteekend (want verscheuren Kil., is hier natuurlijk niet bedoeld). De bet. moet zijn prijzen, vereeren, zijn dank of bewondering tegenover iemand uitspreken.
1De bet. is niet duidelijk. Gelege kan uit de bet. slot, burcht, woning (Mnl. Wdb.), de bet huisgezin, huisgenooten ontwikkeld hebben, en dit zal hier wel bedoeld zijn. Vore sluit het denkbeeld uit dat gelege zou kunnen zijn = mnl. gelage, en toestand beteekenen.