2Ook in den Proza-Rein. komt meermalen van crijt, strijdperk, de verbogen naamval cride voor; zie Mnl. Wdb. 3, 2102.
3Een in het Mnl, zoover bekend is, nog niet gevonden bnw. met de bet. nat. Het woord is (met klankverkorting) gelijk aan het eng. wet; ags waét; ofri wét; afri. wiet. Zie E. Müller 2, 636; Richthofen 1145 Wetheit, vloeistof, komt voor Proza Sp. d. Souden, 36 b.
1Livechheit is hier voor het eerst in het Mnl. gevonden. Het beteekent hier levenskracht, gezondheid, gezonde vleeschkleur. Vgl. mnl. livich. Het mhd. líbecheil heeft eene andere beteekenis, nl. die van zwaarlijvigheid (Lexer).
2Vgl. over braeuwen, breeuwen, J.W. Muller in Tijdsch. IX, 220 vlgg.
3Bi niwte (nieute) ghinde (gehinde), d. i. zoo dicht mogelijk. Vgl boven vs. 5107 in verren ghinde. De uitdr. bi nieute (mhd. bi nihtin, bi nihte, hd. bei nichte, Grimm 7, 793) moet om eene nog niet verklaarde reden hare ontkennende beteekenis hebben afgelegd: zij het. eigenlijk volstrekt niet.