1Deze Boudewijn, wiens naam in de hoedanigheid van kapelaan van Aywières reeds in eene oorkonde van 1215 voorkomt, wordt vermeld als prior van Oignies 22 Januari 1234 en in latere stukken van 1236, 1238, 1239. Naar alle waarschijnlijkheid overleed hij in 1242. Hij was beroemd als prediker, doch zijn beheer van Oignies liet te wenschen over. Dom U. Berlière: Monasticon Belge, I, p. 453.
2Vs. 1699 Flerus. Thans Fleurus, in Henegouwen, ongeveer 10 k. N. van Aiseau, 9½ k. N.O. van Gosselies, 12 k. N.O. van Charleroi, 49½ k. O. van Bergen (Mons).
3d. i. bestuurder, regent. Zie het opstel over ruwaard van De Vries in Versl. en Meded. Kon. Akad. Afd. Lett. dl 12 (1869).
1Het wederk. hem genieden staat hier in de bet. behagen scheppen, welke in het Mnl. Wdb. aan het onpers. ww. wordt toegekend. Van deze aan het wederk. ww. eigene opvatting was tot heden geen voorbeeld gevonden. Vgl. ook vs. 2036.