1Hetzelfde als onwert en onmare; van verkuschen, d. i. versmaden, verachten. Het woord is tot heden slechts gevonden in het (eveneens Limburgsche) Lev. v. Jezus c. 46 (‘hi moet den enen (heer) lief hebben ende den andren verkuschen’), en c. 226 (‘doe vercuschdene (Christus) Herodes ende sine liede ende bespottene’). Het woord heeft natuurlijk met verkiesen niets te maken. (Meyer L. v. Jez. Aant.). Waarschijnlijk is de oorspronkelijke bet. verontreinigen; vgl. Mnl. Wdb. op cunscen. Ver- heeft dan de ontkennende of privatieve beteekenis, ook eigen aan het praefix in verachten. Waarschijnlijk moet ook aldus gelezen worden voor vertuschen, boven II, 1263. Dat verkuischen ook de tegenovergestelde bet. kon hebben, nl. die van netjes maken, versieren, tooien, blijkt uit het 17de-eeuwsche verkuischt (Uitlegk. Wdb. 4, 218; Oudem. 7, 364).
1d. i. in trek, gezien. Deze bet. is nog niet door voorbeelden gestaafd. Zie Mnl Wdb. op genge.