1d. i. nevens, neffens. Zoo ook Mask. 656. Vgl. Mnl. Wdb. op effens; de twijfel aangaande de verklaring der laatstgenoemde plaats aldaar wordt door deze opgeheven.
2d. i. genoegen, genot. Vgl. Duc. 9, 170 op esbanoier.
2d. i. aangewezen, toegewezen in eigendom of ook gearresteerd, gegijzeld, hier en elders in de bet. verplicht, genoodzaakt, en van een persoon gezegd. Zie Mnl. Wdb. op eigenen. Vgl. II, 7358.
2d. i. de aardkorst, de aarde, eng. greensward. Een merkwaardig woord, waarvan tot heden slechts één voorbeeld (in Brandaen) was opgeteekend. Zie Mnl. Wdb. 2, 2156.