1Deze ontboezeming is gansch persoonlijk. Slechts de grondgedachte vindt men bij Cantimpré, die zich uitdrukt als volgt; ‘Hinc ergo, quantum ad ipsam, dies sequitur exultationis et laudis; ad nos vero et omnes illos qui ejus patrocinii solatio vivebamus, dies luctus, dies gemitus et moeroris; dies, inquam, quem ego, infelicissimus omnium, nec praeanticipare, ut saepius eam rogaveram, morte potui, nec subsequi possum, omni miserior orphano derelictus.’
2d. i. beginnen, ter hand nemen, ondernemen of voor den dag brengen. Mnd. uppen, mnd. ufen, uffen. Het woord is misschien wel tot enkele mnl. dialecten beperkt geweest: oppen is althans tot heden in het Mnl. niet gevonden; doch vgl. ndl. opperen en De Jager Freq. 2, 414 vlg.
1In de bet. dienaar, waarin het woord ook in de verwante Duitsche talen voorkomt, was het woord tot heden slechts eenmaal (Lanc. II, 14214) in het Mnl. gevonden.
1Of dit verwezenlijkt werd vernemen wij niet; Cantimpré kon er in de Vita Lutgardis niet van gewagen, daar Abt Jan eerst in 1262 overleed; onze dichter ook spreekt er verder niet over.