1Tot verklaring van deze en de andere hier gebezigde liturgische termen, diene het volgende, ons gedeeltelijk medegedeeld door den Heer Dr. L. Schmedding, S.J. te Katwijk aan den Rijn.
Deo gracias, een gebed dat alleen uit deze twee woorden bestaat, en herhaaldelijk in de liturgie wordt gebruikt, niet enkel in het brevier, maar minstens even vaak daar buiten.
Regnum umundi et Omnem Ornatum saeculi contempsi propter amorem Domini mei Jesu
Christi quem vidi, quem amavi, in quem credidi, quem dilexi”, het responsorium waarmede de achtste lectio van den derden Nocturnus sluit in het ‘officium commune nec virginis nee martyris’.
Veni Sponsa Christi, accipe coronam quam tibi Dominus praeparavit in acternum”, de antiphona vóór het ‘Magnificat’ in de eerste vespers van het officium commune virginum’. In de Nocturnen van hetzelfde officie komt hij nogmaals voor.
Pulchra facie, sed pulchrior fide, beata es virgo Maria, respuens mundum
laetaberis cum angelis, intercede pro omnibus nobis. Sancta et immaculata virginitas, quibus te laudibus referam nescio”, een deel van een oud romeinsch officie ter eere der H. Maagd uit de 8e eeuw (aangeh. door Batiffol,
Histoire du bréviaire romain bl. 139).
Audi filia et vide, et inclina aurem tuam et obliviscere populum tuum et domum
patris tui”,
Psalm 44 (45), vs. 10, waarmede de tweede Nocturn van het ‘officium commune virginum’ geopend wordt.
De hymne
Jhesu, corona Virginum komt in het hedendaagsche brevier voor zoowel in de Laudes als in de Vesperne van het officium commune virginum. Naar eene eenigszins gewijzigde redactie staat zij bij Daniel,
Thesaurus Hymuologicus 1, 112 (eene andere hymne met dezelfde aanvangswoorden, bij Dreves,
Hymni inedili, bl. 198).
O Lutgardis speculum zal wel het begin zijn eener hymne, waarin de eigennaam veranderd is, om haar op deze gelegenheid toepasselijk te maken.
In iubilo, is misschien eveneens het begin van een responsorium of antiphona of
hymne; vgl. voor den vorm het door Acquoy,
Het Geestelijk Lied, bl. 65, aangehaalde kerstlied, dat begint met
In dulci iubilo”. Wellicht ook is met ‘jubilum’ bedoeld eene soortgelijke beteekenis als vermeld wordt bij Ducange: ‘productionem cantus in finali litera antiphonae seu cujusvis cantus ecclesiastici’ b.v. op de volgende ald. aangehaalde plaats: ‘unde quidam longam neumam (= pneumam) cum organis jubilant, quae Jubilum vocatur.’ Vgl. het
Lexicon der Kirchlichen Tonkunst van P. Utto Kornmüller:
‘
Jubilus, Jubilatio’ heissen die melodischen Anhängsel, welche an das Alleluja des Graduale sich anschlieszen und über dem letzten
a des Alleluja oft in sehr ausgedehnter Weise gesungen werden. Man nannte sie früher auch Neuma..... Die allelujatischen Jubilen wurden im Mittelalter auch Sequentiae genaunt, denen man später Worle unterlegte; man erweiterte diese zu ganzen hymnenartigen Dichtungen, welche dann den Namen Sequenzen oder Prosen erhielten.’ - ‘
In Jubilo singen’ kan dus beteekenen: ‘het alleluja aanheffen met rijke variaties’ of ook ‘eene sequentie zingen welke met deze woorden begint’.