1Antrace, antraes (vs. 5442), van gri. anthrax, kool; vgl. ndl. pestkool, benaming van een kwaadaardig gezwel, en Vgl. Mnl. Wdb. op carbonkel (en drawonkel).
2Van cramen hier gebruikt in de bet. opkomen (?). Vgl. cramen, 2) in Mnl. Wdb. en ald. de uitdr. vorwert cramen, naar voren komen, vooruit komen, veld winnen. Vgl. III, 5510 en 5622, en porren, vs. 5453.
1Stampie, eig. een danslied (Maleg. 1057; Brab. Y. V, 641; Rein. II, 3499), staat hier in de bet. geweld, kracht, welke zich ontwikkeld heeft uit die van geweld, lawaai, rumoer. Nog heden hoort men in ndl. dialecten, b.v. ‘als de leeraar niet op zijn tijd komt, maken de jongens stampij.’ Volgens Schuermans, zegt men stampeis te St. Truiden en in Zuid-Brabant.