90. ¶ Noch ten tanden.

Men (17)   neme een cruud in sinen mondt dat heet risblader: eist vander (18)   (fol. 17v) ghicht oft van lenden bloede, hij gheneest.

 (17)  Het Hs. heeft Een.
 (18)  In de rechter marge werd een gedeeltelijk onleesbaar recept Teghen den tantswere door een 15de-eeuwse hand toegevoegd.