Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman. Jaargang 15


auteur: [tijdschrift] Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman


bron: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman. Jaargang 15. Stichting Jacob Campo Weyerman, Amsterdam 1992


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Huwelijkscouranten: een attractief mini-genre
Adèle Nieuweboer

Met een beetje geluk slaagt men er soms in om de vinger te leggen op een onbekend genre. De huwelijkscourant is er zo een. Het aantal specimina is beperkt en het genre maakt zowel deel uit van de epithalamia als van de schertsliteratuur, maar het is desalniettemin de aandacht waard. Als subgenre van de epithalamia kan men het zien als een poging om door nieuwe varianten het zo massaal gebruikte bruiloftsdicht aantrekkelijk te maken. Het volgende voorbeeld illustreert niet alleen die zucht tot ver-

[p. 22]

nieuwing, maar ook het publieke karakter van het gelegenheidsdichtwerk. Dat laatste niet alleen door het feit dat gedichten op particuliere gebeurtenissen in meervoud werden gedrukt, maar ook door het gebruik van de eigenschappen van een ‘massa’-medium bij uitstek: de krant.

 

In 1661 moet een verder onbekend auteur de inval hebben gekregen dat de altijd maar weer voorkomende toespelingen op de huwelijksnacht, sexueel verkeer, verlies van maagdelijkheid en het verkrijgen van nageslacht (overigens grotendeels aan Scaliger ontleend) in een meer aantrekkelijke, humoristische en gevarieerde vorm gegoten konden worden door ze te presenteren als berichten in een krant, afkomstig uit verschillende plaatsen. Aangezien de courant pas vanaf de helft van de zeventiende eeuw een wat meer ingeburgerd verschijnsel begon te worden, mag men veronderstellen dat de auteur heeft geprofiteerd van de aantrekkingskracht van het nieuwe. Hoe zijn ‘huwelijkscourant’ er uiteindelijk in materieel opzicht heeft uitgezien, is onduidelijk. Er is geen overgeleverd exemplaar van bekend. We kennen de tekst echter uit herdrukken in uitgaven van Het toneel der snaaken (1700, 1729, 1738), een verzameling van anecdoten op naam van Jan Tamboer1.. De tekst is daar getiteld Ordinaris middelweeksche Courante, hetgeen aanleiding geeft tot de veronderstelling dat de huwelijkscourant qua vormgeving heeft aangesloten bij de courant die onder een vrijwel identieke titel vanaf ca. 1639, en in ieder geval nog in 1667 verscheen te Amsterdam, bij de wed. François Lieshout2.. De berichten hebben noch in de echte, noch in de huwelijkscourant een andere kop dan plaats en datum - die geen argwaan wekken - en bij beide is aan het eind ruimte voor advertenties. Slechts uit het impressum van de huwelijkscourant blijkt dat het daarin gaat om een specifiek huwelijk: ‘Gedrukt tot Haarlem: voor Christoffel van Beek, Bruydegom, ende sijn E. Bruyd, Juff. Josina Bakkers, den 18 Mey, 1661’3..

Zoals al eerder opgemerkt: de huwelijkscourant bevat snaakse, meestal erotische teksten. Voor zover nu bekend, is er niet direct een traditie ontstaan. Pas de herdruk van 1738, te Amsterdam, bij Gysbert de Groot Keur, heeft vermoedelijk aan de toneeldichter Jan van Hoven (1681-1750) aanleiding gegeven om voor het huwelijk van Gerardus van Maanen en Maria de Klopper op 6 september 1739 een Rymkoerant te vervaardigen van één vel plano. De lezer hoeft hier al niet veel moeite meer te doen om te ontdekken dat het niet gaat om een echte krant. De titel van de krant, Leidsche zondagsche rymkoerant, geeft al het fictionele kader aan. Verder zijn de berichten niet meer louter voorzien van echte plaatsnamen, zoals in 1661, maar heten deels afkomstig uit: Eerlust, Liefjeshoek, Huwelykshaven; Maagdenburg past daar uiteraard wonderwel bij. De laatst voorkomende plaatsnaam, Leiden, geeft de plaats van het huwelijk aan. De berichten beslaan een periode van ca. drie weken, waarmee de verschillende stadia van de bruidstijd worden gesuggereerd. De namen van het bruidspaar en de datum van het huwelijk worden niet meer weggemoffeld in het impressum, maar zijn expliciet in een ondertitel opgevoerd: ‘Ter bruilofte van den heere Gerardus van Maanen, en mejuffrou Maria de Klopper. In den echt verbonden den VI. september MDCCXXXIX.’ Met die verplaatsing van de informatie ontstond waarschijnlijk een klein probleem: het impressum moest er tenslotte zijn ten behoeve van het krante-uiterlijk. De auteur heeft dat handig opgelost door op die plaats andere vaste elementen van het bruiloftsdicht onder te brengen: Cupido, èn het vooruitzicht van de viering van een zilveren en een

[p. 23]

gouden huwelijk: ‘Deeze Koerant wort uitgegeeven in de Minnebroersstraat, daar Cupido met zyn Familie in de Gevel staat. En zal vervolgt worden op den 6. September in de Jaare 1764. en 1789. beide incluis.’

 

De annonces (omtrent handelswaar en verloren voorwerpen) volgen de trend van 1661; juist hierin blijkt sterk het erotische karakter:

 
1661 Op den achtienden deser is alhier verlooren
 
Een kostelyk Juweel: soo yemant komt te horen,
 
Wie het gevonden heeft en 't weder brengen kan
 
Die kom op 't bakenes, daar sal men sulken man
 
Met duisent dankbaarheen en vijftien hondert kronen,
 
Voor sijn getrouwe dienst seer blijdelijk belonen4..
 
1739 In 's Gravenhage in de eerste Pooten,
 
Verkoopt men Degens om te stooten,
 
Ook om te steeken in de schee,
 
Tot Conzervatie van den Vreê5..

Uit 1750 is een navolging bekend: een dubbelzijdig bedrukt blad kwarto. De krantetitel (Nieuwe Amsterdamse huwlyks courand) is gedrukt aan weerszijden van het Amsterdamse stadswapen. Evenals bij de Leidse voorganger wordt ook hier meteen duidelijk gemaakt welk huwelijk wordt bezongen: ‘Ter bruylofte van den heere Jonas Hoop, en jongkvrouwe Elizabeth Blank. Echtelyk vereenigt binnen Amsterdam den 27. van oogstmaand 1750’6.. Wederom de berichten, met een stijgend gehalte aan fictie, en als laatste Amsterdam. Naast Minnaars Hoek en Kusjesburgh ook plaatsnamen die aan de namen van de bezongenen refereren: 't Kasteel de Hoop, Blanken Have, zoals in de Leidse rijmkrant sprake was van: Maanenhoef. De ‘Advertissementen’ ontbreken evenmin. Het impressum lijkt weer meer op een echt impressum, al is Christiaan Menssendyk als drukker alleen bekend van deze publikatie7. en wordt er wel expliciet de huwelijksdatum in opgenomen. Het karakter van deze krant is nog steeds gelijk aan dat van de voorgangers: luchtig, spottend, erotisch. Van de bruidegom wordt bijvoorbeeld gezegd:

 
Voor eerst trok Hy in elke Hand,
 
De schoonste Kegelbal van 't Land,

en dat hij

 
gaarn' een Schip met maste kroonde,
 
Sal nu een wel beproefde mast,
 
Seer glad geschaaft en sonder kwast,
 
Dees avond in dat Schip gaan sette.
[p. 24]



illustratie

[p. 25]

In 1775, voor het huwelijk van Alexander Craandyk en Catharina van Sante op 7 maart, is de vorm al weer gereduceerd tot een minimum: krantetitel met stadswapen (Amsterdam) en berichten (meer echte plaatsnamen dan fictionele). Géén advertenties, géén impressum. Middels een gedichtje van vier regels wordt geen enkele illusie omtrent het karakter van een krant overeind gehouden: Mercuur is het die

 
my,
 
na 't Wisselen van een Praatje,
 
tot Schryver heeft benoemd,
 
op order van Mamaatje,
 
van de Amsteldamsche Huwelyks crant

en de tekst is ondertekend met J.M. De omvang is aanzienlijk: ruim drie pagina's kwarto. De tekst is opgenomen in een bundel van huwelijksgedichten. Mogelijk is hier sprake van een herdruk van een afzonderlijk verschenen ‘krant’, die dan wellicht heeft bestaan uit een dubbelblad. De aard van de tekst is daarmee echter niet in overeenstemming: de verzen zijn even omslachtig als het gemiddelde gedicht in de gemiddelde bruiloftsbundel. In het laatste bericht (uit Amsterdam, ‘den 7. van Krolmaandt’!) voert de krantschrijver zelfs zichzelf sprekend in:

 
Ter Eer van 't Echtfeest van Craandyk,
 
En Caatje toegenaamt Van Sante,
 
Verscheen alhier in deeze wyk,
 
Een Schryver van de Huwlyks Cranten,
 
Niet groot van leest gekleet in 't swart,
 
Regt schrander op drie vierde part,
 
Die om de vrindschap aan te kweeken,
 
Verscheenen in de Witte Swaan,
 
Goed Rond, goed Zeuws zyn wensch zal spreeken,
 
In Dicht, ei hoor daar vangt hy aan,
 
't Mag my eindelyk dan gelukken,
 
Bloemtjes voor uwe Echt te plukken,
 
Waarde Vrind en lieve Nicht!
 
'K zong in snaaks een boertig Dicht!
 
Tot een zoete voorberyding,
 
Van de vreugd myn Huw'lyks tyding

Wat dan volgt is niet anders dan de gebruikelijke huwelijkswens door familie of vrienden, ‘Vry breedvoerig’, zoals de dichter vier regels voor het einde zelf vaststelt. En spitsvondige erotiek ontbreekt geheel!

Gelukkig maar dat er in de familie De Klopper ervaring met het fenomeen huwelijkskrant bestond. Voor het huwelijk van Felix de Klopper en Elzelina du Rieu, op 1 juli 1783, verscheen een Extraordinaire dingsdagsche Leydsche rymcourant, die in grote lijnen overeenkomt met de rijmkrant van 1739. Waarschijnlijk is het ook die krant

[p. 26]

waaraan het impressum refereert met ‘ter plaatse als de voorige, uitgegeeven’. Zelfs in het eerste bericht, uit Eerenhof wordt herinnerd aan 1739:

 
Een vroeger Schryver heeft gezegt:
 
[een noot noemt J.V. Hoven]
 
(En waarlyk met volkomen recht)
 
dat al wie, met een poezel Meisje,
 
ooit zoekt te doen een Huwlyks-Reisje,
 
zig veertien dagen wagten moet
 
om niet te digt aan Wal te komen,
 
of zyn Fatsoen word weg genomen,
 
dat nadeel aan den Trouwnagt doet.

Het eerste bericht van 1739, uit Eerlust, luidt:

 
Men spreekt hier en met goede reên,
 
dat, die begeerig is te trouwen,
 
moet veertien dagen agter een,
 
een stipte quaranteine houwen,
 
of dat zy, die contrarie doen,
 
verbeuren zullen haar fatzoen.

De berichten zijn kort en bondig, maar de frivoliteiten hebben in 1783, evenals in 1775, een zeer kuis karakter. Slechts in de annonces kan men erotische toespelingen aantreffen. Waarschijnlijk is het de trend van de late achttiende eeuw. Wat de krant verder onderscheidt van zijn voorganger van 1739 is een sierrand van losse ornamenten. Ondanks dat, en ondanks duidelijke tekstuele afwijkingen van een echte krant heeft deze huwelijkskrant aanleiding gegeven tot inbinding in de chronologische volgorde van een band van de jaargang 1783 (althans voor wat betreft het exemplaar van de Leydsche courant, aanwezig in de KB)8..

Hoeveel er van dergelijke huwelijkscouranten zijn geweest, valt met geen mogelijkheid te zeggen. Of het werkelijk tot 1880 heeft geduurd, voordat het genre opnieuw werd opgevat in een geheel aan de eigen tijd aangepaste vorm, is dus eveneens onduidelijk.

Een vermelding verdient echter De Kampersingelaar Nr. 7500 van Zondag 7 november 1880, verschijnend ‘op onbepaalde tijden’9.. De koppen zijn verraderlijk echt: De staatkundige toestand, Binnenlandsche berichten, Feuilleton, Buitenland, Stadsnieuws, en de advertenties ook: Verloren, Te koop aangeboden, Muziekschool, Aanbesteding. Slechts enkele elementen trekken de aandacht: de annonce voor de 25-jarige echtvereniging van C.N. de Graaff en C. Honigh en die voor een comedie die op 7 november 1880 zal worden opgevoerd door de firma Bruiloftsvreugde, onder de titel: ‘De zilveren bruiloftvierende emeritus predikant en zijn Keetje, melodramatische operette zonder zang in 14 bedrijven.’ Bij nadere lezing blijken dan bijna alle berichten in het verband van deze gebeurtenis te kunnen worden gezien. Alles heeft betrekking op de datum, de personen, de familie, of het adres van de bezongenen. Zo kan een pakket

[p. 27]

verloren preken worden terugbezorgd op Kampersingel 34 en worden ‘Ledige flesschen’ te koop aangeboden op hetzelfde adres. Bij de binnenlandse berichten leest men:

Haarlem. Gisteren had een zonderling geval plaats op den Kampersingel. Eene prachtige plumpudding gereed gemaakt door de beroemde kookster Marie is door de onhandigheid van een der gasten, die hem voor een tafelcomfoor aanzag en er zijn sigaar aan opstak, geheel bedorven.

De opening van de krant wordt gevormd door een terugblik naar het huwelijk van Cornelis Nicolaas de Graaff, predikant, en Cornelia Honigh, en een verslag van de ontwikkelingen in de familie nadien en van de sporen die de verschillende familieleden door geboorte, verhuizing of maatschappelijke functie in de samenleving hebben achtergelaten.

 

De hoeveelheid overgeleverd materiaal is te gering om verstrekkende conclusies te trekken ten aanzien van genre, gebruik en verspreiding. Een korte kennismaking kan echter geen kwaad, en wellicht zijn er mensen die het corpus kunnen aanvullen? Reacties graag aan het adres van de auteur.