terug  begin  verder
[p. 46]

[Gedichten van Jacques Hamelink]

Jacques Hamelink

Zeemorgen
 
Terwijl in het eiwit zand kinderen alweer grijpgraag
 
kuilen graven en huilen om de hitte
 
en hun rode moeders zich openleggen
 
en de zon een hete man tussen hun dijen plant
 
komt de dag kentaurisch snuivend nog druipnat
 
het spierwit borsthaar glinsterend tevoorschijn
 
uit het water voert luidkeels nieuwe vogels aan
 
en fluit naar de verspreid spelende meisjes
 
zilvergroen geschubde meerminnen in bikini
 
en de duintoppen welven als borsten van een blote heidin
 
maar tijd hoog op de poten slaakt waarschuwend
 
zijn kreet die de schelpenzoeker versteent
 
temidden van zijn koraaleilanden hij vergaat vaag
 
in de ruimte het galmende water
 
dat kathedralen bouwt van zand
 
met ritselende vlaggen helm en brem bezet
 
en de eerste minnaars in elkaar verdronken
 
spoelen aan de ogen zwart van stilzwijgen
 
om hun ligplaats verdampen de voetsporen
 
van de nacht en zijn geluidloze mannen
 
aan de vloedlijn maken meeuwen het uur wit
 
met gebeden en ritueel en laten gretig
 
hun mossels op de stenen vallen en hese geluiden
 
maakt de waakzaam blijvende zee
 
die verder sprakeloos is en inzicht
 
te pijndoend om uit te spreken vergt
 
van de mergheldere oude vissers
 
zonneblind ontwaakt uit een slaap met roggen
 
en inktvissen spuwen zij kwaad en zwijgend
[p. 47]
 
naar het wrakkenvol water en gaan de eerste borrel drinken
 
in de bekaaide herberg en vaarten verzinnen
 
naar de legendarische broedplaatsen van vroeger
 
een zaagvis draait zich verraderlijk als een hand om in hun verhaal.
[p. 48]

Jacques Hamelink

De bittere geur van zomer
 
In de eeuwigdurende zomer vol onbegonnen
 
werk klauterden wij smorgens vroeg al op de karren
 
rijdend naar het in brand gevlogen land
 
de mendeuren van de schuur konden niet wijd genoeg open
 
op de middag. plat op de buik in de bedwelmende schoven
 
gleden wij het donker binnen als een moederlichaam
 
dat wij ontijdig verlaten hadden
 
 
 
zaten luistervast bij de kauwende schaftende knechten
 
later die gekruide verhalen vertelden
 
en hun flessen keelden. een zonnesteek
 
joeg ons terug naar de hoeve
 
waar wij zwommen in de algengroene vijver
 
een verraderlijke spiegel voor de bomen
 
die onze lokroep direkt bevroor
 
 
 
alle appels rauw of wormstekig
 
naar wij aten met volle vuisten
 
en werden dronken en lui en slaperig
 
er kroop een horzel over mijn onderarm
 
ik drukte hem dood op de plek
 
waar hij zich vastzoog
 
in mijn vruchtvlees verhaalde ik leugenachtig
 
 
 
welke onrust deed ons dan dwalen
 
achter de stallen in de brandige geur van mest
 
en dierenurine. er waren zwarte
 
heggen vol bramen en wij proefden
 
en joegen een koe op in de wei daarachter
[p. 49]
 
nooit zo kiemkrachtig waren onze harten
 
als toen
 
 
 
evenals de zon en de wijde schaalharde stilte
 
van het onafzienbaar oogstland onze stemmen
 
draagkracht gaven tot ze troffen als
 
kogels de galopperende dieren
 
evenals dorst en hebzucht onze spieren
 
zwellen deden onze huid lederachtig maakten
 
 
 
de dag was een hooiberg en het dak
 
van de hoeve met de doorschoten haan daarop
 
laaide naar de hemel. wij stonden verstomd.
 
het bloed klopte dichter dan ooit onder de huid
 
en vervaarlijke zonnewagens hobbelden door
 
alle damgaten nader bestuurd
 
door een glimmende blote gek met een vork
 
die hij in vloeibaar zilver had gedoopt
 
 
 
onder dekking van de heggen sloop de avond
 
listig naderbij uilen op zijn gebukte rug en op de schouders
 
oeroude raven. kikvorsen kwaakten
 
plantelijk en vergiftig weegbreebladen en zuring hadden
 
een legendarische smaak en de koeien vastgegroeid in hun moddergat
 
in de weide loeiden naar het slapengaand hof
 
 
 
pluizen dreven. door de volwassenen vergeten
 
gingen wij traag en ruziemakend huiswaarts.
 
de roep van een naamloos geworden vogel vloeide uit in ons merg. tijd drong
 
zijn blaffende honden samen voor de kennel van onze slaap.
[p. 50]

Jacques Hamelink


Voor een jeugd

[De dbnl is niet gemachtigd deze tekst hier weer te geven.]
[p. 51]

Jacques Hamelink


Standbeeld

[De dbnl is niet gemachtigd deze tekst hier weer te geven.]
[p. 52]

Jacques Hamelink


Keerkring

[De dbnl is niet gemachtigd deze tekst hier weer te geven.]
[p. 53]

Jacques Hamelink


Raccourcis

[De dbnl is niet gemachtigd deze tekst hier weer te geven.]
[p. 54]

Jacques Hamelink

Betrekkende mens
 
Langzaam neemt de mens
 
de schutkleur aan
 
van de aarde
 
die hem in steeds trager
 
welsprekende velden
 
en wegen van wolken betrekt
 
en ook de blaasbalg lucht
 
zijn piepend draaiorgel geworden
 
 
 
dan alom bekroond
 
met koude honger
 
met poriën voor regen en slaap
 
zijn ereteken zijn schamperste vuurslag
 
voldoende om de sterren ruwweg te ontbinden
 
 
 
verbergt hij taal en teken
 
in landschappen
 
die savonds dichtklappen
 
als een deur.
[p. 55]

Jacques Hamelink

Gebeuren
 
Oud en ijdel van klank
 
de avond de vertraagde
 
dubbele films stilzwijgen
 
huiveren over hem toe
 
 
 
een mens tot de oksels
 
verzonken in het landschap slaakt
 
zijn wonderlijke kreet
 
 
 
zijn zwangerschap nooit zo heet
 
sluit snel ontlijvend
 
aarde zijn glimlach
 
met stenen zegelen af.
terug  begin  verder