42.
Aldus maect men de plaester van henricus:
[p. 26]
neemt .j. vierendeel pex; .j. lib. was; .j. lib. termentinen; dan moetmen hebben .iij. cruden: duerghinghe, weghebreede ende rondeel; van elx van eene pont scotel vol soops, ende siedent wel, eer ghi twas in doet; ende alst ghesmolten es, dan doeter in die termentine ende dan neemt verrendegrise, cleene te broken; ende stroyet der in tote dat hu dinct groene ghenouch.
|