3. ¶ Jeghen die heesche keele.

Ghinghebeere 3   gheconfijt es goet jeghen die 4   heessche keele; dat saltu langhe houden in dinen mont jeghen alrehande dinc dat di mach wassen inden mont.

 3  Ghinghebeere] de eerste h is verbeterd uit?
 4  die] boven de i staat in het Hs. r; deze letter werd door de scribent doorstreept.