terug  begin  verder
[p. 704]

Conclusie

Het is moeilijk uit een studie als deze één besluit te trekken. Ik heb nl. getracht de Natuurkundetekst van zoveel mogelijk kanten te belichten, zodat eigenlijk ieder hoofdstuk op zichzelf een conclusie vergt.

Na verantwoording te hebben afgelegd voor het gekozen basis-handschrift. Upsala, heb ik in het hoofdstuk ‘Inhoud en Compositie’ proberen aan te tonen dat het gedicht niet noodzakelijk de ± 300 computus-verzen hoefde te bevatten. Daar die nu echter eenmaal traditioneel bij het werk opgenomen worden, is dit ook hier gebeurd. Verder heb ik erop willen wijzen dat de Natuurkunde één van onze oudste ‘almanakken’ is, en dat de dichter zich op een voor die tijd zeer wetenschappelijk, rationeel standpunt heeft geplaatst.

Het spreekt vanzelf dat de Aantekeningen bij de Inhoud aanmerkelijk kunnen uitgebreid en aangevuld worden door een wetenschaps-historicus. Een grondig oderzoek van de tekst op dit gebied kan nog heel wat opleveren.

Het belang van de Natuurkunde is inderdaad veelzijdig: niet alleen het wetenschappelijke, maar het sociaal- en litterair-historische, culturele, folkloristische en filologische aspect verdienen een studie. Een werk dat zulk een verspreiding in tijd en ruimte kende, speelde toch wel een rol die we niet mogen onderschatten.

En tóch blijven we in het onzekere omtrent oorsprong, datum en schrijver, hoewell enkele vermoedens bijna tot zekerheid geworden zijn. Het staat wel ongeveer vast dat het gedicht ontstond in 1273 of in een tijdruimte van ten hoogste enkele jaren daarna, in Oost-Vlaanderen. Willen we nader localiseren - maar dan komen we weer op het gebied van de hypothese - dan is er een voorkeur voor de Vier Ambachten.

De dichter echter zal voorlopig, misschien wel definitief, anoniem blijven. Gheraert van Leenhoute is slechts de maker van de Latijnse computus-verzen. Hierdoor zijn tevens heel wat misverstanden uit de weg geruimd.

Het hele werk is een compilatie uit allerlei bronnen; onrechtstreekse, zoals Aristoteles, Ptolemaios en Alfarganus; als recht-

[p. 705]

streekse bron diende o.m. het Latijnse werk dat door Maître Gossouin gebruikt werd bij het opstellen van zijn ‘Image du Monde’.

Hoewel de stof op zichzelf beschouwd dus beslist niet origineel is (voor hoeveel werken uit onze Middeleeuswe litteratuur is dit het geval?), is de verdienste van de dichter op pedagogisch en wetenschappelijk gebied zeker niet gering. Zijn tekst werd ons overgeleverd in tien handschriften die stuk voor stuk, zo grondig mogelijk, beschreven worden, waarna in extenso de taal van iedere copie besproken wordt.

De onderlinge verhouding van deze handschriften is moeilijk te bepalen; zo komt het dat onze legger geen plaats vindt in de opgestelde stamboom.

Inhoud, schrijver en handschriften werden vaak besproken of aangehaald. Al deze vermeldingen en commentaren staan verzameld in de Speciale Bibliografie.

De tekst van het basis-handschrift is streng diplomatisch getranscribeerd, volgens het principe van de facsimile-uitgave, naast de overeenkomstige gefotocopieerde bladzijde van het handschrift. Van ieder van de negen overblijvende handschriften werden de varianten genoteerd, en dit is dan tevens het einde van het objectief-wetenschappelijke gedeelte van dit werk.

In de filologische en critische commentaar wordt gewezen op tal van moeilijkheden, en woorden of vormen die niet bij Verdam voorkomen. Tot een definitieve verklaring kon het niet steeds komen: er werd met veel hypothesen gewerkt, die op een bevestiging (of logenstraffing wachten bij het ontdekken van andere vindplaatsen.

Het onderzoek van de taal van het oorspronkelijke werk, en gedeeltelijk dat van de rijmen, bevestigen de reeds gegeven localisering. De studie van stijl en syntaxis levert niet veel nieuws, wat ook te verwachten was.

Het is allerminst mijn bedoeling te beweren dat deze uitgave ideaal is, des te meer daar me de bevoegdheid ontbrak om grondig in te gaan op sommige problemen. Toch lijkt ze me in opzet te beantwoorden aan wat men normaal van een teksteditie verwachten mag, en wat zo zelden het geval is: het maximum aantal gegevens verschaffen, zoveel mogelijk aspecten van de tekst belichten, en het objectieve streng gescheiden houden van het subjectieve. Ik meen in dit opzicht voldaan te hebben aan de eisen die ik mezelf bij de aanvang stelde.

terug  begin  verder