Neerlandia. Jaargang 26


auteur: [tijdschrift] Neerlandia


bron: Neerlandia. Jaargang 26. Geuze & Co, Dordrecht 1922


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Overzicht der Hoofdbestuursvergadering van 17 Dec. te 's-Gravenhage.

Aanwezig: de heeren P.J. de Kanter, Voorzitter, Mr. B. de Gaay Fortman, Secr. Penningm., Ch.R. Bakhuizen v.d. Brink, Dr. W. van Lingen, Kapt. K.E. Oudendijk, Th.G.G. Valette en C. van Son, Administrateur.

Punt I. Notulen der vergadering van 5 November 1921.

Goedgekeurd.

Punt II. Begrooting 1922.

De Penningmeester wijst er op, dat het loopende jaar zal sluiten met een groot te kort, voornamelijk gevolg van de omstandigheid, dat Groep Ned. Indië over de laatste jaren niet heeft afgedragen. Het onvermijdelijk gevolg is, dat ook voor 1922 een te kort wordt verwacht.

De Voorzitter ziet den geldelijken toestand van het oogenblik ook niet rooskleurig in. In de Begrooting spiegelt zich echter het overgangstijdperk af, waarin we verkeeren. Het zwijgen van Groep Indië op alle brieven, zelfs telegrammen acht spr. onverantwoordelijk. Ook de toestand van Groep Nederland eischt dringend ingrijpende maatregelen. Toch zal de toestand zich geleidelijk wel herstellen, wanneer het Groepsbestuur de propaganda in Nederland zelf ter hand neemt. Voorts is in het buitenland algemeen een krachtige werkzaamheid merkbaar om tot nieuwe organisatie van Groepen van het Verbond te komen.

De heer Van Lingen gelooft, dat Groep Nederland in beter toestand zou komen, als het stelsel van vertegenwoordigers werd doorgevoerd, zonder Afdeelingsbesturen, de groote steden uitgezonderd. De kas zou daar wel bij varen en vanuit het centrale punt van het Groepsbestuur zou een krachtige actie kunnen worden gevoerd.

Punt III. De toestand der Boeken-Commissie.

De brief hierover van Dr. Van Everdingen wordt voorgelezen. Daaruit blijkt, dat geldgebrek noodzaakt tot tijdelijke opschorting der werkzaamheden.

Betreurd wordt dat deze nuttige onder-afdeeling van 't A.N.V. ook onder de tijdsomstandigheden te lijden heeft, nog meer dat het Hoofdbestuur thans niet kan bijspringen, omdat het zelf voor geldelijke moeilijkheden staat.

Punt IV. Voorstellen van den heer Oudendijk.

a. In aansluiting met hetgeen op de vorige vergadering is besproken, overwege het Hoofdbestuur op welke wijze aansluiting kan worden verkregen met andere, in nationale richting werkende vereenigingen.1)

b. Bij het Bestuur van Groep Nederland dringe het Hoofdbestuur er op aan, dat het de noodige stappen doe, opdat onze Kalender op de scholen worde verspreid.

De. Voorzitter zegt met genoegen deze voorstellen te hebben gelezen. Zelf deed spr. reeds stappen bij de Ned. Zuid-Afr. Vereeniging. Spr. hecht vooral veel waarde aan het plan der samensmelting van vereenigingsorganen. Vreemdelingenverkeer voelt er wel voor. In elk geval verdient het denkbeeld der concentratie in den vorm van geregelde vergaderingen der Voorzitters en Secretarissen van verwante vereenigingen alle aanbeveling.

De heer Oudendijk acht door het schema, dat hij bij zijn voorstel heeft gevoegd, veel toelichting overbodig. Spr. hoopt dat het Dag. Bestuur stappen in de bedoelde richting zal doen.

Besloten wordt, dat het Dag. Bestuur zal trachten verwante vereenigingen tot samenwerking te krijgen. Aan Groep Nederland zal worden gevraagd of haar bestuur goedvindt, dat het Hoofdbestuur tracht den A.N.V. Kalender 1922 op Ned. scholen te verspreiden met medewerking der Regeering.

Punt V. Bevordering van de Nederlandsche toonkunst.

Besloten wordt een beweging op touw te zetten om de Ned. toonkunst in de belangstelling aan te bevelen van allen, die invloed oefenen op de samenstelling van programma's van Ned. muziek- en zanguitvoeringen.

Punt VI. De moties der Studenten-Afd. Delft.

Deze luiden:

1. De huidige geest en leiding van het Algemeen Nederlandsch Verbond zijn niet meer in overeenstemming met een juiste opvatting van de Groot-Nederlandsche idealen. Ook zijn de studenten-afdeelingen

[p. 3]

niet voldoende in staat, zelfstandig werkzaam te zijn binnen het Verbond, met name in geldelijk opzicht.

2. Wanneer de pogingen der Studenten-afdeelingen om hierin verandering te brengen, falen, is het in het eerste opzicht wenschelijk, en in het tweede opzicht noodzakelijk om ons af te scheiden van het Algemeen Nederlandsch Verbond en vanaf 1 Januari 1922 een afzonderlijke organisatie te vormen.

Gewezen wordt op het lichtvaardige van zulke moties. Elke toelichting ontbreekt. Toch worden ze maar in kranten openbaar gemaakt tot nadeel van onzen naam. 't Zal wel zoo'n vaart niet loopen, want de studenten hebben reeds ingezien dat de moties weinig zin hebben.

De heer Oudendijk acht de geluchte grief ‘oud zeer’. De tegenwoordige toestand en werkwijze tegenover de stamverwanten is veel verbeterd.

Punt VII. Brieven van den heer Van Welderen Baron Rengers in zake onzijdigheid van Neerlandia ten opzichte der verschillende Vlaamsche stroomingen.

Medegedeeld wordt, dat deze zijn ingekomen naar aanleiding van enkele berichten in Neerlandia, die een politieke strekking zouden hebben. De briefschrijver oordeelt, dat alle stamverwanten, onverschillig tot welke partij zij behooren, het A.N.V. even lief moeten zijn en het terrein der binnenlandsche stampolitiek in Vlaanderen en Zuid-Afrika door 't Verbond en zijn orgaan zorgvuldig dient te worden vermeden.

De vergadering betuigt in het algemeen haar instemming met deze beschouwingen.

Punt VIII. Nederlandsche sprekers voor Brussel.

De Voorzitter deelt mede, dat voor dit doel geld is bijeengebracht buiten bezwaar van het A.N.V.

Punt IX. Verschillende aanvragen om steun voor St. Nicolaasfeesten van Nederlandsche Vereenigingen in Duitschland.

Medegedeeld wordt, dat hieraan zooveel mogelijk is voldaan en verscheidene dankbetuigingen zijn ingekomen. Inmiddels is van belangstellende zijde de raad ingekomen voortaan niet meer op al die zelfstandige aanvragen van Nederlandsche Vereenigingen in Duitschland in te gaan, maar alles op dit gebied te laten loopen over den Bond van Ned. Vereenigingen in West-Duitschland.

De vergadering vereenigt zich hiermede.

Punt X. Aanvraag van de Nederlandsche Vereeniging te Emmerik om leerboekjes voor de Nederlandsche taal, ten einde de jeugd niet te laten verduitschen.

Het Dag. Bestuur zal nagaan op welke wijze aan dit verzoek het best kan worden voldaan, o.m. door aan leeraren en onderwijzers in de Ned. taal vorige drukken van leerboekjes te vragen.

Punt XI Verzoek der Nederlanders te Hamburg om de stichting eener Nederlandsche school aldaar voor te bereiden.

Medegedeeld wordt, dat hierover onderhandelingen worden gevoerd in overleg met onzen vertegenwoordiger te Hamburg en dat dezerzijds de medewerking van den Minister van Onderwijs zal worden ingeroepen.

Punt XII. Verzoek om een bijdrage voor de Hermann Bossdorf-stichting te Hamburg.

De vergadering besluit afwijzend hierop te beschikken daar het geen zaak betreft van zuiver Nederlandsch belang.

Punt XIII. Aanvraag van Prof. Van der Meer te Frankfort a/d. M. om medewerking voor de uitgave ‘Flämischer Städtebau’ door dr. Friedrich Levy te Freiburg.

De vergadering besluit hierop niet in te gaan, omdat deze zaak buiten ons werkterrein ligt.

Punt XIV. De toestand der Noord-Amerikaansche Afdeelingen. Brief uit Chicago.

Medegedeeld wordt, dat een der twee Chicago'sche Afdeelingen wordt opgeheven. Daar haar Voorzitter zich bereid heeft verklaard mede te blijven werken, is aan het Bestuur der werkzame Afd. Nieuw-Nederland gevraagd zich met hem in verbinding te stellen. Ook is een schrijven gericht aan onzen Gezant te Washington, Mr. Everwijn, om zijn medewerking in te roepen voor de vorming eener Groep N. Amerika en behoud der Chicago'sche Afdeeling.

Punt XV. Voorstel om bij te dragen aan de huldiging van Prof. Dr. H. Blink.

Goedgekeurd.

Punt XVI. Verzoek van den Bond voor Evangelisatiën om een steun-adres te zenden aan het verzoek de in werking getreden successiewet niet van toepassing te doen zijn op giften en legaten voor vereenigingen.

Besloten wordt een steun-adres te zenden, daar het A.N.V. er ook schade van zou kunnen ondervinden als schenkers van legaten niet de zekerheid hadden, dat hun schenking geheel aan het Verbond kwam.

Punt XVII. Voorstel van het Dag. Bestuur om den heer Ir. Mathijsen Gerst te benoemen tot Vertegenwoordiger op Trinidad.

Goedgekeurd.

Punt XVIII. Mededeelingen ter kennisneming.

1.Afwijzend schrijven van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken over Nederlandsche tijdschriften voor Buitenlandsche Universiteiten.
De Minister meent, dat op dit gebied door de regeering al genoeg wordt gedaan.
2.Aan Mej. De Guchtenaere is een gelukwensch gezonden bij haar invrijheidstelling.
3.In zake het Vereenvoudigde spelling-compromis is een bijeenkomst uitgeschreven met Nederlandsche en Vlaamsche voorstanders.
4.Van den Nedderdütschen Bund is een boekenschenking ontvangen.
5.Te Düren (Rheinland) wordt met medewerking van het A.N.V. poging gedaan tot oprichting van een Nederlandsche Vereeniging.
6.Het Dag. Bestuur wendt voor een A.N.V. organisatie te Londen pogingen aan.

Begrooting van het Hoofdbestuur 1922.

Inkomsten:

Bijdragen Groepen:  
  a. Nederland f 6516.50
  Saldi id Memorie
  b. België f 200.-
  c. Oost-Indië f 1400.-
  d. Suriname f 197.-
  e. Nederl. Antillen f 385.50
Zelfstandige Afdeelingen f 1077.-
Bijdragen Groep Nederland voor kantoorwerkzaamheden f 2000.-
Achterstallige bijdragen Memorie
Rente in Rekening-Courant f 100.-
Steunfonds f 5000.-
Regeeringssubsidie f 10000.-
Opbrengst uitgaven f 100.-
Diversen f 100.-
Te kort f 6577.91
  _____
  f 33653.91

Uitgaven:

Te kort 1921 f 1000.-
Salarissen f 7350.-
Kantoorhuur enz f 750.-
Drukwerk enz f 1000.-
Verschotten Hoofdbestuur f 750.-
Kantoorinrichting f -.-
Neerlandia f 12000.-
Boeken-Commissie f 2400.-
Druk en herdruk van geschriften f 400.-
Lidmaatschappen f 500.-
Nederl onderwijs in den vreemde f 1000.-
Pensioenpremie f 1003.91
Arbeid in het buitenland f 5000.-
Buitengewone uitgaven f 500.-
  _____
  f 33653.91