Neerlandia. Jaargang 26


auteur: [tijdschrift] Neerlandia


bron: Neerlandia. Jaargang 26. Geuze & Co, Dordrecht 1922


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Nederland.

Notulen van de Groepsraadsvergadering gehouden te Utrecht op 14 Januari 1922.

De Voorzitter opent te half elf de Vergadering en heet de aanwezige afgevaardigden welkom; hij deelt mede dat hij - in verband met het tijdstip dezer vergadering - zijn ontslagneming als voorzitter heeft uitgesteld tot 1 Februari e.k. en geeft verder een kort overzicht van den toestand van Groep en Verbond. Ofschoon de Groep in alle opzichten aan hare geldelijke verplichtingen jegens het Hoofdbestuur heeft voldaan en er over 1921 - dank zij het zuinig beheer en het uitmuntende werk van den penningmeester - boven de verplichte afdracht nog enkele honderden guldens in de Verbondskas zullen gestort worden - wijst de begrooting van het Hoofdbestuur voor het jaar 1922 op een tekort van meer dan f 6000.-. Rooskleurig is de toekomst dus nog niet.

Ingekomen is een schrijven van Mevrouw A.C. Veen-Brons, kennisgevende dat zij wegens drukke bezigheden verplicht is haar ontslag te nemen als vertegenwoordigster van de Groep in het Hoofdbestuur.

Wordt besloten aan mevrouw Veen-Brons een schrijven te richten en haar dank te zeggen voor al hetgeen zij in het belang van Groep en Verbond in het Hoofdbestuur heeft verricht.

Notulen van de vorige vergadering.

Deze worden na een eenigermate verward debat, waarbij de Sted. Stud.-Afd. Amsterdam zich beklaagt dat de volgorde der behandelde punten niet juist is weergegeven, goedgekeurd.

Begrooting voor het jaar 1922.

Na eenige mededeelingen en toelichtingen van den penningmeester en nadat de voorzitter den heer S. van Lier Ez., hulde heeft gebracht voor zijn beheer, wordt de begrooting goedgekeurd.

Bespreking omtrent al- of niet wenschelijkheid van reglementsherziening.

De Voorzitter wijst er op, dat hij steeds op reglementswijziging heeft aangedrongen. Aanvankelijk wachtte hij met het indienen van een ontwerp tot een in uitzicht gestelde herziening van de Verbond-Statuten een feit zou zijn geworden. Nu deze weder voor onbepaalden tijd van de baan is, omdat men op de herinrichting van Groep Vlaanderen wil wachten, meende hij niet langer te moeten wachten en heeft in Dceember j.l. een ontwerp aan de Afdeelingen gezonden. Het is nu de vraag of men alsnog op Statutenwijziging wil wachten of zoo spoedig mogelijk de reglementsherziening wil ter hand nemen.

De heer Oudendijk ('s-Gravenhage) verklaart zich tegen onmiddellijke herziening, maar ten einde aan eenige bezwaren tegemoet te komen, stelt hij namens zijn afdeeling voor, in beginsel slechts eenmaal per jaar den Groepsraad bijeen te roepen, tenzij bepaalde omstandigheden meer bijeenroepingen noodzakelijk maken. In dit voorstel ligt een bewijs van vertrouwen in het bestuur en aanneming daarvan zal den geldelijken toestand ten goede komen.

Nadat nog verschillende afgevaardigden het woord hebben gevoerd, wordt met 23 tegen 3 stemmen beslist, dat niet tot onmiddellijke herziening van het reglement zal worden overgegaan.

De Afdeeling Rotterdam dient thans een motie in luidende: De vergadering van den Groepsraad...... van oordeel dat de reorganisatie van Groep Nederland geen uitstel gedoogt; dat echter die rorganisatie moet wachten op de door het Hoofdbestuur voorgenomen Statutenwijziging; verlangt dat het H.B. in dit spoedeischend geval binnen den kortst mogelijken tijd eene Algemeene Vergadering belegge tot vaststelling van nieuwe statuten.

De Afdeeling 's-Gravenhage verzet zich krachtig tegen deze motie, terwijl de Voorzitter er op wijst dat, waar een Statutenwijziging in het Hoofdbestuur pas is afgewezen, er al heel weinig kans is, dat genoemd Bestuur door zulk eene motie tot andere gedachten zal komen.

De Jongel.-Afd. Rotterdam verbaast zich, dat hier door de Burger-Afd. Rotterdam zulk eene motie wordt ingediend, daar zij meent te weten, dat laatstgenoemde Afdeeling feitelijk geen bestuur meer heeft.

De heer Mr. De Gaay Fortman (vertegenw. van de Groep in het Hoofdbestuur) heeft ook op Statutenherziening aangedrongen en is ten opzichte van eene herleving van de Groep België - waarop herziening van de Statuten zou moeten wachten - vrij pessimistisch gestemd.

De motie van de Afd. Rotterdam in stemming gebracht, wordt verworpen met 15 tegen 12 stemmen.

Daarna komt het voorstel van de Afd. 's-Gravenhage in stemming (zie hierboven). Het voorstel wordt aangenomen met 17 tegen 10 stemmen. Zonder buitengewone omstandigheden zal de Groepsraad in 1922 dus nog slechts eenmaal bijeengeroepen worden.

* * *

 

Na de pauze wordt overgegaan tot bespreking van de motie met uitgebreide toelichting, ingediend door de Studenten-Afdeelingen Amsterdam, luidende:

De Groepsraad enz. enz.
overwegende het bij herhaling gebleken gemis van werkdadigheid bij de leiding van het A.N.V. in aangelegenheden van Grootnederlandsch stambelang;
overwegende, dat telkens wanneer men op dit gemis de aandacht vestigt, van verantwoordelijke zijde te kennen wordt gegeven, dat geldgebrek hiervan de eenige oorzaak is;
spreekt als zijn meening uit, - evenwel in het midden latende de al- dan niet-gegrondheid van dit argument -, dat in die omstandigheden een verruiming van de geldmiddelen de eenige uitweg moet zijn uit de moeilijkheden, waarmede het A.N.V. thans te kampen heeft, en
draagt het Dagel. Bestuur van Groep Nederland op een voorstel tot verhooging tot minstens vier gulden van de thans in het Groepsreglement vastgestelde minimum-contributie voor gewone leden binnen den kortst mogelijken tijd aanhangig te maken.

(De motie was met uitgebreide toelichting, gedrukt aan de Afdeelingen toegezonden).

De heer Van Son - Administrateur van het Verbond - heeft met de grootste verbazing - om geen sterker

[p. 19]

woord te gebruiken - kennis genomen van de motie en hare toelichting. Die stukken verraden zulk een onkunde omtrent den arbeid van het Verbond, dat hij zich afvraagt of de studenten wel ooit kennis nemen van den inhoud van ‘Neerlandia’. Wat kan hun aanleiding gegeven hebben zulk een stuk op te stellen en verspteiding daarvan te eischen? Hij geeft verschillende voorbeelden van onjuistheden en averechtsche beweringen in de ‘toelichting’ voorkomende en wijst er op hoe een dergelijk optreden slechts leiden kan tot miskenning van den arbeid van het Verbond en tot verdeeldheid.

De Voorziter sluit zich hierbij aan en zegt zich schriftelijk gewend te hebbben tot de Amsterd, studenten, ten einde hun in overweging te geven, hun motie enz. niet door te zetten, maar zij wilden daarvan niet weten; nu ondervinden zij de gevolgen van hun onstuimig optreden.

De Afd. Zwolle stelt bij monde van Dr. Buitenrust Hettema voor het laatste gedeelte van de motie te vervangen door: ‘draagt het Dagel. Bestuur van Groep Nederland op maatregelen te beramen om den geldelijken toestand van de Groep te versterken en in de volgende vergadering daartoe voorstellen in te dienen.’

Deze wijziging wordt door de Stud.-Afdeelingen Amsterdam overgenomen.

Mede komt ter sprake het voorstel van de Jongel.-Afd. Rotterdam, luidende: ‘Art. 11 van het Groepsreglement worde zoodanig veranderd, dat de jaarlijksche afdracht der Jongel.-Afdeelingen komt te vervallen.’

Na eenig debat wordt dit voorstel verworpen met 20 tegen 2 stemmen en 4 blanco.

De heer Schaap (Groningsche Stud.-Afd.) heeft intusschen voorgesteld eene Commissie te benoemen, die aan den Groepsraad voorstellen zal indienen betreffende de door Stud.- en Jongel.-Afdeelingen te betalen jaarbijdragen, de verstrekking van het orgaan ‘Neerlandia’ aan zulke Afdeelingen, de vereffening der oude schulden enz. De Stud.-Afdeelingen kunnen zich hiermede vereenigen.

De Voorzitter acht zulks een gelukkig denkbeeld en stelt voor, dat in die Commissie zullen zitting nemen één lid van het Dagel. Bestuur, één lid van den Groepsraad, benevens één vertegenwoordiger van de studenten en één van de jongelieden. Aldus wordt besloten. Desgevraagd verklaren de heeren Lugard, Oudendijk en Van Soest, zich bereid in die Commissie zitting te nemen; een vertegenwoordiger van de Jongel.-Afdeelingen zal nader worden aangewezen. De motie der Stud.-Afdeelingen Amsterdam vervalt hierdoor.

Verkiezing van een lid van het Bestuur, wegens aftreden van den Voorzitter.

Gekozen wordt Dr. S.L. van der Vegte te Zwolle met 22 stemmen; 1 stem is uitgebracht op den heer Oudendijk en 4 stemmen zijn blanco. De heer Van der Vegte verklaart zich bereid de benoeming te aanvaarden en neemt de gelukwenschen van den Voorzitter en de Vergadering in ontvangst.

Verkiezing van een vertegenwoordiger in het Hoofdbestuur, wegens aftreden van mevr. Veen-Brons.

Worden uitgebracht: 16 stemen op Mr. Phaff ('s-Hertogenbosch), 7 op Dr. Buitenrust Hettema, 3 op Dr. Van Weel en 1 blanco. De heer Mr. Phaff is dus gekozen en verklaart zijn benoeming aan te nemen.

Verkiezing van een Voorzitter en Secretaris in het Dagelijksch Bestuur.

De Voorzitter doet ter zake eenige mededeelingen. Het Bestuur is er tot nu toe niet in geslaagd een geschikt persoon te vinden, die genegen is het voorzitterschap te aanvaarden. Nieuwe besprekingen zijn echter ingeleid. Intusschen is de heer Mr. Phaff bereid tijdelijk het voorzitterschap waar te nemen. Hij vertrouwt, dat de vergadering met deze oplossing zal instemmen; Mr. Phaff kent het Verbond en de Groep door en door en zijn bezadigd karakter is zeker een waarborg, dat de Groepsarbeid door hem in juiste banen zal worden geleid. Het algemeen applaus bewijst, dat de vergadering met deze woorden instemt en bij acclamatie wordt de heer Mr. Phaff als tijdelijk Voorzitter van de Groep gekozen.

De heer Mr. Phaff dankt de vergadering voor het in hem gestelde vertrouwen, doch meent er op te moeten wijzen, dat hij op grond van zijne vele werkzaamheden en zijne gezondheid, slechts tijdelijk de waardigheid van Voorzitter kan aanvaarden.

Daar Dr. Van der Vegte zich bereid verklaard heeft - daartoe gekozen - wel het Secretariaat van de Groep te willen aanvaarden - wordt deze mede bij acclamatie als zoodanig aangewezen.

Verder wordt beslist, dat de plaats voor een vertegenwoordiger in het Hoofdbestuur, die opengevallen is door de ontslagneming van den Groepsvoorzitter, opengehouden zal worden tot definitief een nieuwe Voorzitter is gekozen.

Rondvraag.

De heer Van Lier Ez. wijst er op, dat het op 1 April a.s. 350 jaar geleden zal zijn, dat Den Briel aan de Spanjaarden werd ontrukt en roept de belangstelling van de afgevaardigden in voor de alsdan te organiseeren herdenkingsfeesten.

Wordt beslist, dat de Groep op de een of andere wijze van hare belangstelling zal doen blijken.

Door het Dagel. Bestuur is f 50.- voor dit doel toegestaan.

Nog enkele andere punten worden door verschillende afgevaardigden ter sprake gebracht; het Dagel. Bestuur zal de geuite denkbeelden nader overwegen.

Niets meer aan de orde zijnde, verleent de Voorzitter het woord aan den heer Oudendijk, die zulks verzocht heeft.

In hartelijke bewoordingen richt deze zich - terwijl de aanwezigen zich van hun zetels verheffen - tot den Voorzitter en dankt hem - mede namens de afgevaardigden - voor de toewijding, die hij gedurende de twee jaren, dat hij het voorzitterschap bekleedde - heeft aan den dag gelegd.

Hij wenscht hem het beste toe en vertrouwt, dat zij ook in de toekomst de belangstelling in Verbond en Groep niet zal verliezen; krachtige toejuichingen onderstreepten het gesprokene.

De Voorzitter dankt den heer Oudendijk voor zijn gevoelvolle woorden en de vergadering voor de wijze, waarop zij met die woorden instemming betuigde. Zijn taak was niet altijd even gemakkelijk, maar dank zij de medewerking van de andere bestuursleden - die hij daarvoor zijn hartelijken dank brengt - werden vele bezwaren overwonnen en met genoegen stelt spr. vast, dat de vergadering van heden schoone vooruitzichten heeft geopend ten opzichte van samenwerking en onderling begrijpen. Ten slotte dankt hij de afgevaardigden voor het in hem gestelde vertrouwen, wenscht een ieder het beste toe in zijn persoonlijke omstandigheden en uit zijn goede wenschen voor den bloei van Groep Nederland en het Algemeen Nederlandsch Verbond.

Na den voorzittershamer aan den heer Mr. Phaff te hebben overgedragen, sluit de Voorzitter de vergadering en neemt van de afgevaardigden afscheid.

 

De waarn. Secretaris:

SCHÖNSTEDT.