Ook zij is heen gegaan, ook zij, die jaren lang, sedert een vroeg rijpe jeugd tot in een groenen ouderdom de vreugde was van de besten onder haar volk. Zij heeft het beleefd dat twee geslachten haar hunne hulde brachten; het zeldzame voorrecht was haar, door geen harer tijdgenoten in die mate gesmaakt, dat de jeugd die met haar middelbaren leeftijd opgroeide, voor hunne ouders niet onder deed in bewondering en toegenegenheid.
Een derde generatie heeft haar zien oud worden. Oud worden: niet verouderen. Want ook nu nog zal elk beminnaar der Hollandsche Letteren, ieder die begeerig is te weten hoever de literatuur van zijn onmiddelijke voorgangers het nieuwe ideaal is nabij gekomen, verwezen worden naar háre boeken. Zij heeft de besten van haar tijdgenooten niet alleen, zij heeft de eersten onder hare medeletterkundigen, zij heeft Busken Huet en Vosmaer en Van Vloten doen berusten in de kunst hunner dagen. Als men later de literatuurhistorie van dit land zal schrijven, dan zal van Mevrouw Bosboom wor-
den gezegd, dat zij een der weinigen geweest is, die de hartstochten eener periode in hare werken wisten te belichamen. Een der weinigen, die zich niet als dilettanten voor hunne kunst hebben gezet, maar zich er tegenover stelden met den ernst van een ernstige kunstenaarsziel. Want zij heeft de woorden gedwongen den rhythmus harer stemmingen te volgen, en ze niet naast elkaar geschreven als doode teekenen eener gehuichelde geestdrift.
Toen zij jong was droomde zij te zijn als Paul van Mansfeld en zij schreef haren droom in het Huis Lauernesse neer. In haren ouderdom riep zij in het binnenste harer ziel een Majoor Frans te voorschijn, die een deel der aspiraties deed leven, die zij in haar jeugd had gevoeld. En tusschen die beiden heeft zij de groote groepen harer begeerten en stemmingen gekomponeerd en beschreven, in zoovele werken, dat een menschenleven niet te veel was om ze te doen ontstaan.