terug  begin  verderprepost
[p. 5]origineel

Aen den Konst-lievenden Leser.

 
HOe groot / hoe sterck / hoe kloeck / hoe wijs / hoe rijck / hoe machtich /
 
Cupido 'tkleyne Kint is hen noch veel te krachtich:
 
Die Ionghe Dochters schoon in plaets van Pijlen voert /
 
Waer van men wort ghequetst / alsmen daer maer op loert.
 
Want hoe sou iemant sien en worden niet gheschoten /
 
De Kaecxkens van Yvoir / met Purper over-goten?
 
Hoe soumen konnen zien en worden niet ghewont /
 
Het lieffelick Corael van eenich rooder Mont?
 
Men heeft de Goden selfs / wt 's Hemels ruyme Salen
 
Sien tot de Meyskens blanc van boven neder dalen:
 
In't wesen van een Stier / oft een Sneeu-witte Swaen /
 
Als haer onsterffelijck Hert / met Liefde was bevaen:
 
Oock als een ander Dier / oft eenen Gouden Reghen /
 
Om haers Liefs strengh ghemoet / met giften te beweghen:
 
Dus lieten sy de Locht / en al haer Heerlijckheyt /
 
En stonden tot den dienst / van Aertsche Wijfs bereyt.
prepostterug  begin  verder