[p. 23]
Theole 1
Mijn vaders strohoed vrolijk in het licht,
hoogte 1 m 80 ongeveer.
Lager, zoals het hoort, moeders gezicht.
De foto was verkleurd, maar gaf nog weer
dat de zon scheen. Haast zeker een zondag.
Was 't grind waarop zij stonden? Schaduwen
als golfjes aan hun voeten maakten dat
wel mogelijk. Of schelpen van een pad?
De weg wellicht tussen hun huizen in:
ze waren nog verloofd. Daarachter had
je, wist ik later, eerst De Betuwe,
de jamfabriek waarvan ik toen als kind
de albums kreeg met Flipjesfilms erin.
Ver de rivier. Daartussenin de stad.
Een dode oom misschien de fotograaf:
de schaduw die bijna hun schoenen raakt.