Theole 2
Tantes woonden in huizen met klein licht,
waar het naar boenwas rook en groene zeep.
Halfschemer hield passanten in zijn greep:
tegen hun blik was de vitrage dicht.
Wat was er dan te zien? Een donkere kast
met vazen van Delfts blauw op elke hoek.
Grootvaders beeltenis op een zwarte doek,
want hij was ons ontvallen. Antimakassars.
En tante zelf, vroom rechtop in haar stoel.
Koffie met melk. Voor kinderen niets apart.
Het dialect wordt van haar doofheid hard:
‘En gij? Hoe is 't op school? Zijde wel zoet?’
Tantes hoorden bij moeder of bij vader -
dat was onduidelijk en werd pas nader
geordend in portretten op 't buffet:
dood en voor altijd soort bij soort gezet.
Willem van Toorn