Zaterdag 24 maart 1984 werd in het Odeon-theater te Amsterdam de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs uitgereikt aan Lela Zečković voor haar in 1981 verschenen bundel gedichten Belvédère. Traditie getrouw was de plaats van uitreiking door de bekroonde uitgekozen en ook het divertissement dat de aanwezigen die middag werd aangeboden was in overleg met Lela Zečković bepaald. Vera Beths en Reinbert de Leeuw speelden een Sonate pour violon et piano (1927) van Maurice Ravel en een Nocturne (1928) van Aaron Copland. De snaarklanken contrasteerden wonderwel met de vreemde, muzikale tongvallen die deze middag in Odeon te beluisteren vielen. Onder de genodigden van de in Joegoslavië geboren en getogen dichteres bevonden zich namelijk vele vrienden die haar in de eigen landstaal complimenteerden. Lela Zečković zei in haar dankwoord dat met de bekroning van Belvédère haar ‘adoptie’ nu officieel bevestigd was. Ze had er nu een ander land bijgekregen en het land van oorsprong

weten te behouden. Ook in het door Peter van Zonneveld voorgelezen juryrapport werd gewezen op Lela Zečkovićs vruchtbare relatie met twee taalgebieden. Hoewel een deel van de in Belvédère opgenomen gedichten eerder in het Servokroatisch verscheen, hebben de door Zečković vertaalde verzen een zo eigen toon gekregen dat men beslist van originele Nederlandse poëzie mag spreken.
De voorzitter van de Commissie voor schone letteren van de Maatschappij ging in zijn openingspraatje in op de doelstelling van de Van der Hoogt-prijs. Hij constateerde dat het debutantenkarakter van de prijs met de jaren is verwaterd en ook oorspronkelijk nauwelijks heeft bestaan. Het merendeel van de bekroonde auteurs had, voor hun de Van der Hoogt-prijs te beurt viel, de sporen in de letteren reeds verdiend. Veel van de bekroonden werden ‘blijvers’ in de Nederlandse literatuur: ‘was de Van der Hoogt-prijs werkelijk een aanmoedigingsprijs voor debutanten dan zouden er meer bekroonden moeten zijn die, geschrokken van het eerbetoon, nooit meer iets schreven.’ De voorzitter stelde dat het idee van de aanmoedigingsprijs onaangetast bleef: ‘een schrijver is nooit te oud om aangemoedigd te worden.’
De voorzitter van de Maatschappij, de heer R. Visser, overhandigde Lela Zečković de bij de geldprijs behorende penning en oorkonde. Maatschappijsecretaris R. van der Paardt toonde onverwacht zijn rederijkerskunsten door de bekroonde met een toepasselijk Latijns woordspel te verrassen.
Na het officiële gedeelte laafden de genodigden zich nog lang aan geboden drank en spijs.
Een groot aantal vakgenoten was deze middag naar Odeon gekomen om de uitreiking met de dichteres te vieren. Ook de oud-voorzitter van de Commissie voor schone letteren, Willem van Toorn, was aanwezig. De zittende commissieleden willen hem hier nog eens hartelijk danken voor zijn waardevolle bijdragen aan de commissie.
A. van Dis