Zoals velen weten wordt er op dit moment hard gewerkt aan een nieuwe genre-bibliografie: de bibliografie van het Nederlandstalig narratief-fictioneel proza, verschenen tussen 1670 en 1830. Het is een voor de literatuurwetenschap groot en kostbaar onderzoeksproject. Op het resultaat, een systematisch samengestelde collectie beschrijvingen van bronnen, zal veel nieuw onderzoek gebaseerd kunnen worden. De waarde van de gemaakte bibliografie is uiteraard afhankelijk van de wijze, waarop uit alle overgeleverde teksten en gegevens over nietbewaarde drukken een keuze is gemaakt. Allereerst zal het proza verschenen tussen 1670 en 1710 opgespoord worden. De systematische catalogi in bibliotheken zijn voor dit doel maar zeer beperkt bruikbaar. In deze instellingen zijn immers onderling verschillende en ook in de loop van de tijd wisselende criteria gehanteerd bij de rubricering van narratieffictionele teksten. De huidige onderzoekers willen natuurlijk alle overgeleverde bronnen toetsen aan de criteria, die zij zelf hebben vastgesteld. Het is daarom noodzakelijk dat alle drukwerken uit het te bewerken tijdvak in bibliotheken vindbaar zijn op het jaar van uitgave. Maar weinig bibliotheken beschikken over zo'n ‘chronologische’ catalogus. Nu is dat ook niet zo erg, als ze maar wel kunnen beschikken over catalogi, waarin de beschrijvingen zijn gerangschikt per drukker of chronologisch op plaats van uitgave.
Bij het selectieproces zou men eigenlijk elk boek van een bibliotheek in handen moeten kunnen nemen. Dat is natuurlijk veel te tijdrovend, gesteld al dat men daarvoor toestemming zou krijgen. Helaas zijn de samenstellers van de bibliografie dus afhankelijk van de kwaliteit van de beschikbare catalogi. Al het in aanmerking komende proza, dat of niet in de speciale catalogi is opgenomen, of daarin met een volstrekt verkeerd jaar van uitgave is beschreven, zal niet op systematische wijze gevonden kunnen worden.
Een goed voorbeeld daarvan is een roman, die eigendom is van de Maatschappij: De Galante Juffers, of het Wederzydich Vertrouwen (in de kopregels en op de Franse titelpagina van het tweede deel steeds Wederzydsch Vertrouwen genoemd). De signatuur van het boekje is: 1072 C 151. Wie de beschrijving opzoekt in de alfabetische catalogus van de universiteitsbibliotheek te Leiden vindt het volgende impressum: ‘Z.p. (1867)’ en het formaat 12o. Een auteur wordt niet genoemd. De gegevens in de catalogus worden wat begrijpelijker als men het exemplaar in handen neemt: de titelpagina ontbreekt. Hoe nu verder? Het boekje is samengebonden met de Oudheit en afkomst der dieven, uitgegeven door de boekverkoper Timotheus ten Hoorn te Amsterdam in 1687 (nr. 1036 in Verkruijsses descriptieve persoonsbibliografie van Mattheus Smallegange, die dit boekje vertaalde). De Galante Juffers is zeker niet gedrukt in de negentiende eeuw: degene die catalogiseerde of degene die de beschrijving overtikte heeft de twee middelste cijfers van het jaartal verwis-
seld: 1867 moet gelezen worden als 1687. Omdat het in één band zit met de uitgave van Ten Hoorn heeft men gemakshalve hetzelfde jaar van uitgave aangehouden. Om het echte jaar van uitgave te achterhalen moet natuurlijk een exemplaar opgespoord worden, waarin de titelpagina niet ontbreekt. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want we beschikken noch over een volledige registratie van Nederlandse drukken tot 1800 (STCN), noch over een bibliografie van Nederlandstalige romans. Om het boekje in catalogi van andere bibliotheken te kunnen vinden, is het beter om eerst de auteur te achterhalen. Als die immers wel wordt vermeld op de ons ontbrekende titelpagina, zal de roman niet op Galante of op Juffers vindbaar zijn. Gelukkig hebben de onderzoekers van de Franse literatuurgeschiedenis inmiddels al wel wat bibliografisch apparaat gemaakt voor het zeventiende-eeuwse proza en het kost dan ook weinig moeite om Les galantes Dames, ou la confidence réciproque te vinden in werken als die van Ralph Coplestone Williams: Bibliography of the seventeenth century novel in France (London 1964), p. 78 of in de nog vollediger registratie van Maurice Lever: La fiction narrative en prose au XVIIème siècle. Répertoire bibliographique du genre romanesque en France (1600-1700) (Paris 1976), p. 129, De auteur is Poisson, mogelijk te identificeren als Raymond Poisson (1633?-1690), en een Franstalige editie verscheen in Paris 1685, terwijl er ook een Amsterdamse nadruk schijnt te zijn uit hetzelfde jaar. Een terminus post quem (i.c. de voltooiing van het drukken in Parijs op 30 oktober 1684) voor de Nederlandse vertaling is dus nu bekend.
Ook met de auteursnaam Poisson is geen tweede exemplaar van De Galante Juffers te vinden in de KB Den Haag, de UB Amsterdam en de Centrale Catalogus. Leveren de bibliografieën van Nederlandstalig proza uit de zeventiende eeuw iets op? Gelukkig is de heruitgave van Muller / De Vries / Scheepers. Populaire prozaschrijvers der XVIIe en XVIIIe eeuw uit 1981 van goede registers voorzien door H.W. de Kooker, zodat we de Juffers onmiddellijk kunnen vinden in de antiquariaatscatalogus van Muller uit 1893 als nummer 500. Helaas is dit een beschrijving van het convoluut, dat zich thans in de bibliotheek van de Maatschappij bevindt. We kennen nu wel de herkomst van het bandje, maar nog steeds niet het impressum van de Nederlandse vertaling.
Op dit punt aangekomen, legt menige bibliograaf het hoofd in de schoot. Als er in het bestaande bibliografisch apparaat geen beschrijving van een compleet exemplaar te vinden is, welke mogelijkheden blijven er dan over? Bij een incunabel zou hij nu op basis van de combinatie van het gebruikte typografisch materiaal de druk kunnen toeschrijven aan een bepaalde drukker. Waarschijnlijk zou het ook mogelijk zijn om het boekje te plaatsen in de reeks produkten van dezelfde pers (met andere woorden relatief te dateren). Voor een boek uit het eind van de zeventiende eeuw is iets dergelijks vooralsnog onmogelijk: typografische platenatlassen en drukkersbibliografieën ontbreken immers voor deze periode. Moeten we het opgeven en wachten op de voltooiing van de STCN?
Behalve moderne catalogi en bibliografieën zijn er ook nog de bibliografische inlichtingenbronnen uit de tijd zelf. Vaak worden ze vergeten en een goede studie over hun vindplaatsen, waarde en gebruiksmogelijkheden voor Nederlandse boeken bestaat niet. De eerste aparte krantenadvertenties voor nieuwe boeken verschenen in 1624 en vanaf dat jaar moet de onderzoeker dus kranten lezen. Het valt echter niet mee om ze in handen te krijgen, want er is geen bibliografie van Nederlandse kranten uit de jaren 1670-1830. De vele fonds-, magazijn- en veilingcatalogi kunnen ook goede diensten bewijzen, maar ook hiervan ontbreekt een enigszins volledige lijst. Wie niet alleen wil weten welke Nederlandstalige romans er bewaard zijn gebleven, maar ook welke er allemaal zijn verschenen, moet deze bronnen excerperen. Ook voor het vaststellen van de plaats en het jaar van uitgave, mogelijk zelfs van de boekverkoper (de ‘uitgever’ avant-la-lettre), zijn advertenties en eigentijdse catalogi onmisbaar.
Omdat het enig bekende exemplaar in één band zit met een uitgaafje van Timotheus ten Hoorn, ligt het voor de hand om alle fondslijstjes van deze Amsterdamse boekverkoper door te lezen. Juist hij vermeldde op de resterende pagina's van zijn boeken vaak de titels van zijn andere uitgaven. Een Nederlandstalige roman als De Galante Juffers past ook heel goed in zijn fonds. Helaas trof ik deze titel niet in zijn fondslijstjes aan. Dan maar zoeken in de magazijncatalogi, de soms heel omvangrijke voorraadcatalogi van boekverkopers, waarin de titels geordend zijn naar taal en naar zeventiende-eeuws wetenschapsgebied.
Eén van de grote boekverkopers in het laatste kwart van de zeventiende eeuw was de firma van Janssonius van Waesberge. Joannes (II) was in deze jaren werkzaam als boekverkoper (tevens uitgever) te Amsterdam, terwijl zijn broer Gilles de leiding had over de vestiging in Dantzig. In het Algemeen Rijksarchief is een prachtige reeks magazijncatalogi bewaard gebleven van deze firma met een impressum uit Dantzig. Het is denkbaar, dat er ook exemplaren zijn (geweest) met een Amsterdams impressum. De ‘hoofd’-catalogus verscheen in 1679, terwijl al in 1680 een eerste vervolg werd uitgegeven: 72 bladzijden met ongeveer 1440 titels. In 1682 verscheen het tweede vervolg met circa 2480 nieuwe boeken. In het tiende vervolg, uitgegeven in 1706 in Dantzig op kosten van Aegidius (= Gilles) Janssonius van Waesberge, staat op fol. K5verso een beschrijving van onze roman met het impressum: Amsterdam 1685. In hetzelfde jaar als het Franse origineel is dus ook een Nederlandse vertaling verschenen. Ik weet niet of deze vertaling ooit herdrukt is. Natuurlijk mogen we nu niet concluderen, dat het drukwerkje in de bibliotheek van de Maatschappij een exemplaar is van de editie Amsterdam 1685. Eerst moet onderzoek gedaan worden naar de publikatiegeschiedenis van deze tekst. De bibliografen, die de Nederlandse romans uit deze periode beschrijven, zullen ook de fondslijstjes doorlezen en registreren. Het is duidelijk, dat we die bronnen hard nodig zullen hebben voor de identificatie van onvolledige exemplaren en voor de reconstructie van het aanbod van romans in een bepaalde periode. Hopelijk vinden ze op die wijze ook nog eens de boekverkoper-uitgever van het boekje in de Leidse bibliotheek. De Galante Juffers zullen hun geheimen niet gemakkelijk prijs geven, maar ze leven nu tenminste in de goede, dat is de zeventiende eeuw.
B. van Selm
Over Joannes en Gilles Janssonius van Waesberge te Amsterdam en te Dantzig, A.M. Ledeboer: Het geslacht Van Waesberghe. Tweede, verm. uitg. 's-Gravenhage [etc.] 1869, pp. 145 vlgg. en I.H. van Eeghen, De Amsterdamse boekhandel 1680-1725, dl. 4 (Amsterdam 1967), pp. 153-155 en 163-165. De magazijncatalogi van Gilles Janssonius van Waesberge zijn uitvoerig beschreven in De boekhandel te Amsterdam voornamelijk in de 17e eeuw. Biographische en geschiedkundige aanteekeningen verzameld door M.M. Kleerkooper, aangevuld en uitgegeven door W.P. van Stockum Jr. Amsterdam 1914-1916. 2 dln. (= Bijdragen tot de geschiedenis van den Nederlandschen boekhandel 10), dl. 1, pp. 305-306; het door Kleerkooper genoemde en ook door mij geraadpleegde exemplaar bevindt zich in het Algemeen Rijksarchief in Den Haag, Derde afdeling, Hof van Holland 1428-1811, Gelichte charters e.d. van processtukken, I H 39/1 (een doos met twee bijbels en twee convoluten catalogi).