terug  begin  verderprepost
[p. 8]

Het creatieve proces achter twee romans van Theun de Vries: Het motet voor de kardinaal en Sla de wolven herder

Men kan literaire werken vanuit verschillende gezichtspunten benaderen, zoals onder meer de ‘Prismapolemiek’ heeft aangetoond: vanuit de vormkracht; de levensbepalende en cultuurverrijkende waarde; en de persoonlijkheid van de auteur die uit het werk spreekt. In de literatuurwetenschap is een nog breder scala van mogelijke benaderingswijzen ontwikkeld.

Ik kies als uitgangspunt voor de omschrijving die de humanistische psycholoog Abraham H. Maslow van het creatieve proces geeft. Hij onderscheidt drie fasen: de ‘bliksemflits der inspiratie’; het harde ploeteren, oefenen en het streven naar perfectie; en het selecteren en verwerpen. Creativiteit is een combinatie van het spontane met het opzettelijke; het intuïtieve met het ‘onverbiddelijke denken’; het geloof in eigen kunnen met de zelfkritiek. Natuurlijk kan ik deze omschrijving niet al te strak hanteren. Theun de Vries heeft niet bewust volgens het genoemde creatieve proces gewerkt. Het is een model dat ik uiterst soepel op zijn schrijfarbeid leg.

De keuze voor het model van Maslow vloeit voort uit het onderwerp dat ik aan de orde stel: het schrijfproces achter twee romans van Theun de Vries, namelijk Sla de wolven herder, geschreven tussen 1939 en 1942; en Het motet voor de kardinaal, dat in de jaren 1958-1960 is geschreven. Ik heb me tot deze twee romans beperkt, omdat een typering van het fictionele proza van deze veelzijdige en produktieve auteur in het korte bestek van deze lezing onmogelijk is. Daarnaast vertegenwoordigen de zojuist genoemde romans twee wezenlijke bronnen van Theun de Vries' schrijverschap: het communisme en de reflectie op het wezen van de kunst.

 

Het idee voor Sla de wolven herder, de roman over de sociaal-hervormingsgezinde vorst Urukagina in het Babylonië van 2700 voor onze jaartelling, ontstaat tijdens een slapeloze nacht. De schrijver is al tijden aan het tobben over Boerenlente, het voorgenomen vervolg op Stiefmoeder aarde en Het rad der fortuin. Deze twee romans bepalen het schrijverschap van Theun de Vries in de jaren 1934-1938. Boerenlente wil echter niet vlotten en het is helaas nooit geschreven. Theun de Vries is in een stapel aantekeningen blijven steken. Maar hij wil per se, zoals met Boerenlente de bedoeling was, een totaalbeeld geven van een maatschappij in ontwikkeling met een onafwendbare socialistische toekomst. Zo opgevat is Sla de wolven herder het alternatief voor Boerenlente geworden.

Bij Het motet voor de kardinaal heeft, naar aanleiding van een reis die de auteur in 1949 met Martinus Nijhoff naar Florence maakte, in de eerste plaats het idee een rol gespeeld ééns een roman over het Italië van de Renaissance te zullen schrijven. Daarnaast, ten tweede dus, is Theun de Vries in de jaren 1957-1958 als een gevolg van zijn levenservaringen, onder andere de verdrongen teleurstelling over de werkelijkheid in de Sowjet-Unie, geobsedeerd door het vraagstuk van de kunst. Centraal staat de vraag hoe de kunstenaar zijn kunst zuiver, dat wil zeggen economisch noch politiek corrupt, kan houden. Ten derde is er van een ‘wet van de innerlijke noodzaak’ in de persoonlijkheid van de auteur sprake. Reeds in zijn jeugdwerk Rembrandt bepleit hij het, nog uitsluitend individualistisch opgevatte, recht van de kunstenaar de eigen weg te volgen tegen de broodheren en de heersende zeden in. De ‘bliksemflits der inspiratie’ combineert deze drie in de auteur werkzame factoren. De hoofdpersoon in Het motet voor de kardinaal is de musicus Wolf, die van 1486 tot 1500 in Rome verblijft.

[p. 9]

Na het concrete idee gaat Theun de Vries informatie verzamelen over het onderwerp, een raamwerk maken en bladzijden volschrijven met ideeën en invallen. Hij laat nooit een voorgenomen project enige tijd - uiterlijk niets doende - in zich doorsudderen, maar gaat zo concreet mogelijk aan de slag. In dit stadium is het echter nog lang niet zeker of de roman er ooit komt. Theun de Vries werkt altijd aan meerdere projecten tegelijkertijd en heeft er een aantal laten vallen. Hij heeft de neiging van alles en nog wat aan te pakken, de rusteloze ideeënrijkdom van de creatieve auteur.

 

Dan volgt de fase van het harde ploeteren. Theun de Vries verricht een ontzaglijke hoeveelheid documentatie-arbeid. Deze betreffen de historische context en maatschappijstructuur; de geografische omgeving waarin het verhaal speelt; zeden, gewoonten, geloof en tradities; de levensuitingen van het volk tot in het kleinste detail en biografische gegevens over de in de roman optredende personen voorzover de schrijver deze niet zelf heeft gecreëerd. Over de hoofdpersonen in de hier besproken romans is historisch bijna niets bekend. Hun denken, handelen en voelen ontspruiten aan de verbeelding van de auteur. Maar van beide romans is historische nauwkeurigheid de basis. De auteur plaatst de hoofdpersonen in een reële en geloofwaardige historische context. Typerend is de in de aantekeningen voor Het motet voor de kardinaal te vinden notitie: ‘Wat kan Wolf gezien, gehoord en meegemaakt hebben.’

Tijdens het harde ploeteren maakt de auteur karakterschetsen van zijn hoofdpersonen, die ik - behalve als het resultaat van de verbeelding - opvat als zijn persoonlijke identificatie met hen. Theun de Vries geeft van de hervormingsgezinde ‘politicus’ Urukagina een maatschappijgerichte karakterschets. Uit de aantekeningen voor Sla de wolven herder heb ik de volgende parafrase gemaakt. Urukagina klaagt de politiek van zijn voorgangers aan, die was gericht op de uitbuiting en onderdrukking van het volk. Hij schaft de offergaven en cijnzen af; vermindert het aantal ambtenaren, de graan-, scheeps- en vee-inspecteurs verdwijnen zelfs. De honoraria van de priesters worden verlaagd. Urukagina voert de boete op diefstal in en beschermt de lagere klasse tegen de hogere. Hij ondersteunt weduwen en wezen en stelt strengere vonnissen in tegen omkoping en afperserij.

De karakterschets van de kunstenaar Wolf is meer op de binnenwereld gericht. Zijn carrière, dit tussen aanhalingstekens, verloopt als volgt: van lijfeigene via huursoldaat tot musicus. Hij is teleurgesteld, innerlijk onrustig en koestert zijn leven lang gevoelens van wrok en wantrouwen jegens ‘adel, rijken en regeerders’. Wolf vindt de individuele genoegdoening, zijn zelfverwerkelijking, in de muziek. Als alternatief voor het corrupte, in die tijd baanbrekende kapitalisme wil hij met volle overgave in de sociaal-puriteinse republiek van Fra Savonarola geloven. Wanneer hem blijkt dat in deze republiek met het winnen van de sociale rechtvaardigheid aan het volk zijn vreugdevolle levensuitingen worden ontnomen, wendt hij zich van de wereld af en wil nog slechts de muziek als troost voor de mensen verbreiden.

Naast de historische informatie en karakterschetsen maakt Theun de Vries in zijn voorbereidende aantekeningen enige verspreide opmerkingen over de compositie en het verloop van het verhaal. Deze monden wat Het motet voor de kardinaal betreft uit in een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen, waarin historie en verbeelding tot een synthese zijn samengevoegd.

 

Het schrijven van een roman is voor Theun de Vries een proces dat in afzondering en met zelfdiscipline geschiedt. Hij gooit, zoals hij zelf eens heeft gezegd, de tekst voor de eerste keer barok-achtig op papier. Maar dan komt de zelfkritiek om de hoek kijken en er wordt geschaafd en bijgeslepen, want de lezer mag van hem de last van de auteur niet met zich mee torsen. De kracht van de zelfkritiek wisselt bij Theun de Vries per roman, want hij schrijft nogal eens onder tijdsdruk. Niet alleen vanwege afspraken met de uitgever - na verloop van tijd wil hij weer iets nieuws aanvatten. Hij heeft een enorme produktiedwang, die er mede uit voortkomt dat hij veel thema's en literaire vormen beheerst en daaraan ook gestalte wil geven.

Wat het uiteindelijke resultaat betreft, wordt Theun de Vries in de kritieken bijna unaniem geroemd om zijn ‘epische evocatie’. Op dit punt heeft hij een bijzondere eigenschap: zijn schildersogen. Hij ziet wat hij gaat schrijven. De criticus Cees Kelk heeft deze eigenschap het best omschreven: ‘Het visioen staat (Theun de Vries) zo helder voor ogen, dat hij (de lezers) heel dicht bij de dingen brengen kan.’ Ik heb zelf een aantal jaren terug tijdens het lezen van Sla de wolven herder de volgende leeservaring genoteerd: ‘De lezer loopt gelijkvloers met de tonelen van handeling mee. Hij hoort en ziet alles en krijgt onontkoombaar de keuze opgedrongen volledig in de wereld van de roman op te gaan of er radicaal uit te stappen - en daarnaast ja of nee te zeggen tegen de door de auteur aangeboden boodschap.’

Uit de romans spreekt de gevoelsmens Theun de Vries. Naast het zien en het weten, de zintuigen en het inzicht, gaat de stof door het hart van de auteur. Wat hij de ‘primitieve humaniteit’ van Wolf noemt, beleeft de lezer mee: de twijfels, frustraties, het wanhopig zoeken naar waarheid en een eigen lotsbestemming, zonder dat de hoofdpersoon een hoger inzicht heeft in ‘de orde der dingen’. Urukagina is niet de onbewogen modelrevolutionair. Hij worstelt met een verloren jeugdliefde en zijn oudergemis, die de verhouding tot zijn vrouw Shaksagh en zijn pleegvader Papsukal bepalen. De warme gevoelens die Urukagina voor Papsukal koestert, gaan het politieke inzicht te boven, want objectief bezien behoort Papsukal tot de heersende klasse. Urukagina is gedoemd revolutionair te zijn. Hij is er eigenlijk te zachtmoedig voor. En in deze eigenschap staat hij niet los van de auteur die hem heeft geschapen.

 

Tot nu heb ik Het motet voor de kardinaal en Sla de wolven herder in één adem behandeld. Ik wil in deze lezing twee verschillen tussen beide romans kort aanstippen.

[p. 10]

Ten eerste de lengte, samenhangend met de derde fase van Maslow: het selecteren en verwerpen. Het motet voor de kardinaal getuigt van een verinnerlijkt en verstild schrijverschap. Theun de Vries heeft veel historisch materiaal geschrapt en ingekort: het essentiële verwoordt zonder zijwegen. In Sla de wolven herder is het historische materiaal uitgebreid verwerkt, hier en daar op de voet gevolgd en literair weergegeven. Het essentiële is ingebed in een scala van zijwegen, hetgeen een andere houding van de auteur vertegenwoordigt ten opzichte van zijn geesteskind: het totaalbeeld contra de innerlijke ontwikkeling van die ene mens.

Een tweede verschil betreft de boodschap. Sla de wolven herder is een produkt van de communistische literator. De sociaal rechtvaardige dictatuur is een noodzakelijke fase voor een betere samenleving. Het bewind van Urukagina is ten onder gegaan. Dit is een gevolg van de onrijpheid van de geschiedenis. Maar vooruitstrevende mensen zullen de pogingen van deze vorst niet vergeten. Zij scheppen een eigen in de historie gewortelde traditie, die het revolutionaire bewustzijn vergroot en daarmee de socialistische toekomst dichter bij het heden brengt. Eveneens vanuit deze gemoedsgesteldheid schrijft Theun de Vries een aantal jaren later zijn trilogie over het revolutiejaar 1848.

Het motet voor de kardinaal daarentegen is het produkt van de zelfbewuste en geëngageerde kunstenaar. Hij kan de gerechtigheid pas dienen wanneer hij vrij is van zijn broodheren en de levensbeschouwelijke organisatie (De Kerk, De Partij) die hem de wet wil voorschrijven. Het is de emancipatie van de kunst ten opzichte van alle andere zaken in het leven. in het bijzonder de politiek. Na Het motet voor de kardinaal heeft Theun de Vries zijn gedachten hierover verder uitgewerkt in Ziet,een mens! en Moergrobben.

 

Ten slotte. Wolf formuleert de ethische vraag waarmee Theun de Vries als kunstenaar en communist in de jaren 1958-1960 worstelt: is een dictatuur te rechtvaardigen, zelfs ‘als het rijk van de gerechtigheid daarmee (kan worden) gekocht?’ Hiermee kom ik, buiten mijn onderwerp tredend, op Ketters terecht. De auteur geeft in dit werk mede een antwoord op de door Wolf gestelde vraag: de revolutionaire bewegingen streven radicaal sociale rechtvaardigheid na, maar dienen te steunen op de rede en redelijkheid.

Beste Theun, ik hoop dat de wetten van moeder natuur jou genadig zijn.

 

Eddie van Vliet

prepostterug  begin  verder