Alba
Ik lig in bed met Lowell's tiende muze
als parasol tegen de dag. Vraag niet
dit toe te lichten want het is al licht
waar Jan en Alleman de adem haalt.
De sfinx is niet op muizenjacht maar raadselt
tussen de tenen, lid van mijn geslacht.
Met niets om wakker van te liggen sta
ik ook niet op. Het goede been, daar is
sfinx paard gaan rijden en het ander soest.
‘Jaja, aan Mozes zou ik moeten denken’,
maar als een oude tafel drukt dik dek,
op mij zijn hele heuvelen gevallen.
Wat zal, bij God, ik nog opkrabbelen?
Rob Schouten