terug  begin  verderprepost
[p. 35]

[Gedichten]

Hodie minus prope
 
Vandaag voel ik de dood opeens veel verder;
 
Er is weer iets van veerkracht in mijn tred.
 
Ik ben een schaap dat wegdwaalt van zijn herder,
 
Maar binnen grenzen door hem uitgezet.
Quid in fine
 
Wat wacht aan 't einde van mijn levenslijn?
 
Een flitsend ogenblik onnoembaar vrezen,
 
Om dan, van angst en pijn opeens genezen,
 
In lichter licht dan licht voorgoed te zijn?
Lumen
 
Wat is het licht, dat stervenden begroet?
 
Ik wéét het niet, er zijn geen zekerheden.
 
Maar twijfelloos wordt door mijn hart beleden
 
Dat God daarin Zijn kinderen ontmoet.
In fine visus
 
Juist aan de grens van mijn gezichtsvermogen
 
Ontwaar ik vaag de Engel die mij wacht.
 
Het vlammig zwaard ten fakkel uitgetogen
 
En daaromheen is niets dan zwarte nacht.
Dicebit Deus
 
Dan zal de Schepper van mijn leven spreken
 
En zeggen: zie, Ik roep u uit de tijd;
 
En alle grenzen zullen openbreken
 
Naar Zijn oneindig- en onmeetlijkheid.

1984

W.A.P. Smit



illustratie

Naschrift

 

Tussen juni 1984 en februari 1985 schreef de toen tachtig/eenentachtigjarige W.A.P. Smit een reeks van honderdvijftig kwatrijnen, waarin hij, tijdens zijn laatste moeilijke ziekbed, op zeer menselijke wijze schreef over doodsangst en de verwachting te worden opgenomen in de heerlijkheid van het Koninkrijk van God.

Een door de dichter zelf persklaar gemaakte verzameling van honderd van deze kwatrijnen zal in het voorjaar van 1987 verschijnen bij uitgeverij Kok te Kampen, onder de titel Ontmoeting met de dood.

W.A.P. Smit, die van 1946 tot 1968 hoogleraar in de Nederlandse letterkunde was aan de Rijksuniversiteit te Utrecht en die op 20 juni 1986 overleed, publiceerde eerder de gedichtenbundels Feesten van't jaar (1927), Masscheroen 1941 (1941), Stede-Troost (1944) en Dagboek onder het kruis (1945).

Bovenstaande kwatrijnen vormen een kleine voorpublikatie uit de te verschijnen bundel Ontmoeting met de dood.

 

Hans Werkman

prepostterug  begin  verder