De redactie van het Nieuw Letterkundig Magazijn wil hier drie publikaties signaleren die elk op hun eigen wijze iets met de Maatschappij uitstaande hebben.
Allereerst de overdruk van het vierde nummer van de honderdderde jaargang van het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde onder de titel Joost van den Vondel, 1587-1987. Het bevat zes artikelen, te weten: Marijke Spies, Vondel in veelvoud. Het Vondel-onderzoek sinds de jaren vijftig; F. Akkerman, Jefta bij Buchanan en Vondel. Van vroeg-klassiek naar laatbarok; Lia van Gemert, Het choor in ‘Het Pascha’; J.E. van Gijsen, De betekenis van de astrologische passage in Vondels ‘Geboortklock van Willem van Nassav’; L. Strengholt, Een aansporing achteraf? Over de datering van Vondels ‘Spore aen den Heer Hooft, Tot voltrekking sijner aengevange Nederlantsche Historie’ en C.A. Zaalberg, ‘Est mollis flamma medullas’. De titels van de artikelen spreken bijna alle voor zichzelf. Ook de niet-Vondelspecialisten biedt het nummer veel lezenswaardigs. De overdruk is een uitgave van E.J. Brill in Leiden, kost ƒ 27,50 (inclusief 6% BTW!) waarvoor men honderd bladzijden ontvangt, en heeft als ISBN 90 04 08699 4.
Dr. H.J. Prakke liet ter gelegenheid van zijn zevenentachtigste verjaardag bij Krips Repro te Meppel het boekje Op de Roderwolder Helikon. De pastorale kring ‘Musis Sacrum’ in het Drentse Roderwolde verschijnen. In het bescheiden boekje komen achtereenvolgens Alexander Lesturgeon (1815-1878), Roelof Bennink Janssonius (1817-1872), Jan Goeverneur (1809-1889), Willem Hecker (1817-1909) en Gerhardus Diephuis (1817-1892) aan bod. Zij vormden de kern van het ‘letterkundig kransje’ Musis Sacrum dat in de wintermaanden van 1841 tot 1846, ‘na de avondpreek’, bijeenkwam in de pastorie van Bennink Janssonius te Roderwolde. De laatste alinea van het boekje heeft als opschrift ‘Coda’ en begint als volgt: ‘Alle vijf “hoofdpersonen” [...] vonden in hun tijd erkenning door hun benoeming tot lid van de “Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde”.’ Er schijnt tegenwoordig over zo'n benoeming alom niet meer zo gedacht te worden als ruim honderd jaar geleden. Tempora mutantur...
Op 31 oktober vierde de Leidse universiteitsbibliotheek haar vierde eeuwfeest. Ter gelegenheid van dit voor Nederland unieke jubileum wordt vanaf die datum tot 17 januari 1988 in het Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Leiden een tentoonstelling gehouden onder de titel ‘Goed gezien, Tien eeuwen wetenschap in handschrift en druk’. Het is een fraai geheel geworden met meer dan honderdtwintig objecten. Enkele daarvan zijn afkomstig uit het bezit van de Maatschappij, wier bibliotheek al sinds 1877 bij de Leidse UB in bruikleen is. Het ging om een exemplaar van Bredero's Alle de spelen (Rotterdam 1622), onder nummer 31 tentoongesteld samen met de ontwerptekening van de titelpagina door Willem Buytewech (afkomstig uit het Prenten-
kabinet van de universiteit); om Elias Herckmans' Der zee-vaert lof (Amsterdam 1634), met op bladzij 97 Rembrandts ets ‘Het scheepje van fortuin’ (nummer 33); om Leonhard Fuchs, Den nieuwen herbarius (Bazel 1543), waarvan enige bladzijden met koolsoorten worden getoond (nummer 98); en om een in 1372 in het Noordduitse Corvey geschreven en rijk geïllumineerd handschrift van Wirnt van Gravenbergs ridderroman Wigalois. De twee (van negenenveertig) miniaturen die op de expositie zichtbaar zijn, laten de strijd tussen Wigalois en Karride zien. De catalogus, eveneens Goed gezien geheten, telt 192 bladzijden, waarvan 32 in kleur (onder andere de Fuchs en de Wigalois) en is tot het einde van de tentoonstelling voor het bedrag van ƒ 25,- (!) in het museum verkrijgbaar. Per post kan hij, ook na die datum, besteld worden bij boekhandel Kooyker, Postbus 24, 2300 AA Leiden.
R. Breugelmans