Ter herdenking van de honderdste sterfdag van de letterkundige en kunsthistoricus Carel Vosmaer werd op 17 juni 1988 in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag een lezingenmiddag gehouden. De organisatie van de bijeenkomst was in handen van het Centraal Register van Particuliere Archieven (CRPA), de geschiedkundige vereniging Die Haghe, het Letterkundig Museum en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. De bijeenkomst werd geleid door mevrouw G.M.W. Ruitenberg (CRPA).
Als eerste spreker behandelde F.L. Bastet de vraag ‘Wie was Carel Vosmaer’. Op de van hem bekende vlotte wijze gaf de spreker een kort overzicht van Vosmaers leven en werk.
Mevrouw M.C. van Leeuwen-Canneman sprak vervolgens over ‘Vosmaer en het familiearchief’. In haar bijdrage gaf spreekster een indruk van de totstandkoming van het familiearchief en van datgene wat Carel Vosmaer ermee gedaan heeft.
Mevrouw M. Kok sprak hierna over ‘Een Indische erfenis: over de collectie Radermacher in het familiearchief Vosmaer’. Op zeer onderhoudende wijze werd een portret geschetst van Vosmaers overgrootvader die een vooraanstaande rol speelde in Nederlands Indië. Bijzondere aandacht werd geschonken aan de kaarten

die Radermacher tekende tijdens zijn Indische zeereizen.
Vóór de pauze werd vervolgens door mevrouw Ruitenberg aan mevrouw D.M.H. Vosmaer-Hudig het eerste exemplaar aangeboden van de Inventaris van het archief van de familie Vosmaer 17e-20ste eeuw. Deze door mevrouw M.C. van Leeuwen-Canneman vervaardigde inventaris telt 198 bladzijden, is uitgegeven door het CRPA en is voor ƒ 22,50 verkrijgbaar in de studiezaal van het Algemeen Rijksarchief.
Na de pauze stelde J.A.A. Bervoets de vraag ‘Wat bezielde Vosmaer?’. Onder deze titel maakte hij enkele opmerkingen over de gecompliceerde verhouding tussen Carel Vosmaer en Victor de Stuers, een verhouding die van vriendschappelijk onverholen vijandig werd.
Nop Maas ten slotte sprak over ‘De letterkundige reputatie van Carel Vosmaer bij zijn tijdgenoten en bij het nageslacht’. In kort bestek probeerde hij na te gaan hoe Vosmaers tijdgenoten dachten over zijn letterkundige betekenis en wat de oorzaken waren van de neergang van zijn roem in de twintigste eeuw. Zijn conclusie luidde, dat Vosmaer op dit moment meer toekomst heeft dan in de afgelopen eeuw het geval leek te zijn.
Vervolgens begaf het gezelschap zich in twee bussen naar het pand De Ruyterstraat 73 te 's-Gravenhage, eertijds het woonhuis van Carel Vosmaer. Daar onthulde de ondervoorzitter van de Maatschappij Peter van Zonneveld tezamen met mevrouw Vosmaer-Hudig een gevelsteen die passanten op het historisch belang van het pand moet wijzen. In een korte toespraak memoreerde Van Zonneveld dat het streven van de Maatschappij om de herinnering aan illustere literatoren levend te houden door het aanbrengen van gevelstenen op daarvoor in aanmerking komende gebouwen, de afgelopen jaren succesvol is geweest. Zo werden er in Leiden stenen aangebracht voor Willem Bilderdijk (1983), Jacob Geel (1984), Johannes Kneppelhout (1985) en Albert Verwey (1987), in Amsterdam een plaquette ter herinnering aan de vierhonderdste geboortedag van Bredero (1985), in Parijs een gedenksteen voor Conrad Busken Huet (1986) en in Alkmaar voor mevrouw Bosboom-Toussaint (1987). Hij dankte voorts de huidige bewoner van het pand, de beeldhouwer Auke de Vries, voor diens toestemming de steen te plaatsen.
Hierna keerde men terug naar het Algemeen Rijksarchief waar een speciaal voor deze middag ingerichte tentoonstelling van stukken uit het Vosmaerarchief bezichtigd kon worden. Mede dankzij het daarbij geschonken aperitief kreeg de bijeenkomst een zeer geanimeerd slot.