terug  begin  verderprepost
[p. 18]
[p. 19]

Offer Huygens noch in woond'



illustratie
Tekening: Openbare Werken Voorburg, afdeling Plantsoenen

 
Constanter werd er nooit gegraven
 
bij Voorburgs verre Vliet
 
sinds Huygens Hofwijck koos als haven,
 
als rustplaats, lustoord, wat al niet.
 
 
 
Een grasveld zagen wij verkeren
 
in modderpoelen, meters diep,
 
waar hanen pronkten met hun veren,
 
weet niemand, wat hij daar nu ziet.

Maar dat zal spoedig duidelijk zijn, want de afdeling Plantsoenen van Openbare Werken der gemeente Voorburg heeft in de loop van dit jaar de laatste hand gelegd aan de herinrichting van de tuin van het Huygensmuseum Hofwijck. Een herinrichting, die in nauwe relatie staat tot - beschouwd kan worden als een onderdeel van - de reconstructie van een omvangrijk gebied in de onmiddellijke omgeving van Hofwijck, nodig geworden door de bouw van het nieuwe station van Voorburg. Jarenlang hebben onder meer de Nederlandse Spoorwegen, Rijkswaterstaat en de gemeente Voorburg met elkaar zitten bakkeleien over de plannen voor dit gebied en des te groter kan nu de voldoening zijn, dat na het totstandkomen van een voor Voorburg alleszins redelijk compromis, de verwezenlijking daarvan aanstaande is.

Ik laat het totale plan rusten en beperk mij tot de tuin van Hofwijck. Zoals op bijgaande tekening is aangegeven, zijn de ontwerpers uitgegaan van een hoofdas, waaraan het ontwerp voor het gehele gebied in de omgeving van het station als het ware is opgehangen. Een en ander op basis van de oorspronkelijke uitgangspunten uit de tijd van Huygens. Het zal duidelijk zijn, dat een totale reconstructie niet mogelijk is, omdat de oude tuin van Hofwijck te zeer is doorsneden door wegen en de verhoogde spoorbaan voor de treinverbinding Den Haag-Utrecht. Gelukkig kon evenwel tussen de Vliet en het Voorburgse Westeinde toch nog een oppervlakte van 185 bij 70 tot 120 meter beschikbaar blijven.

Een dominerend element in het geheel vormen de waterpartijen, met als het meest in het oog lopende deel daarvan de lange vijver van omstreeks 90 bij 12 meter,

illustratie

recht tegenover het voorplein van het buitenhuis. Aan beide zijden daarvan zijn moeraseiken geplant, langs het toegangspad voorbij het poortgebouwtje en rondom het voorplein komen kleinbladige linden en naast de drie vierkante vlakken is de bestaande rij beuken aangevuld met enkele nieuwe exemplaren. Nu reeds trekken de drie dakplatanen in het centrum van deze vlakken de bijzondere aandacht. Lage beplanting met buxus, lavendel, maagdepalm en dergelijke vormen de afsluiting van deze centra, waarvan er vanzelfsprekend een zal worden ingericht als kruidentuin.

Niets nieuws...

‘Bedenckt eens watter gelds aen sulcke raeserij gaet’, laat Huygens de kakelaar kakelen. Drie eeuwen later mocht ik - onlangs met bewondering de werkzaamheden ter plaatse beschouwend - de wijsheid van de Prediker ervaren, toen een kakelaar uit onze dagen opmerkte: ‘dat zal een mooie cent gaan kosten, mijnheer’.

Een mooie cent? Het komt mij voor, dat het allemaal wel meevalt. Binnen het totaal van het miljoenenplan voor het stationsgebied, waarover de betrokken partijen ten slotte overeenstemming hebben bereikt, bedragen de kosten van de herinrichting van het terrein rond het Huygensmuseum niet meer dan 350.000 gulden. Omstreeks 125.000 gulden daarvan is voor de groenvoorziening gereserveerd - er worden verscheidene kostbare, maar ook kostelijke bomen geplant - en het overige bedrag is nodig voor de zogenaamde civieltechnische werken. Bedragen, die naar mijn gevoel goed besteed worden voor wie denkt aan het herkrijgen van de ‘onverboden vreughd’ om ‘heul en ademtocht van ziel en lijf te vinden’. Niet alleen voor de leden van de vereniging ‘Hofwijck’, die als formele opdrachtgeefster overigens geen geld behoeft bij te dragen en zelfs het onderhoud van het complex voor rekening van de gemeente door de plantsoenendienst kan laten verrichten; ook voor alle andere burgers van het dorp aan de Vliet, die vrije toegang krijgen tot deze nieuwe, oude tuin. Een klein wandelgebied, in omvang weliswaar niet te vergelijken met de tuin van het oude buitenhuis, maar naar geest en sfeer wel in overeenstemming met de eerste bewoner. Een parkje aan de voet van het oude Hofwijck, dat opnieuw ‘slotsgewijs’ zal staan pronken in een uitgegraven vijver ... offer Huygens noch in woond'. Als dit nummer van het Magazijn verschijnt zijn de werkzaamheden in Voorburg voltooid. Komt dus kijken, vrienden van de man, die ‘dorst een hoeckjen erfs te besteden aen sijn' vreughd, en keurde matelick verquisten voor een' deughd’. Maar laten vooral ook zij naar Hofwijck komen, die klagen over ‘klaere kleij gespilt om overdaed van lust’. Het resultaat van hun komst zou - zo vermoed ik - kunnen zijn:

 
Dat laken lichtelick verkeeren sou in prijsen;
 
Off, kond 't geen prijsen zijn, ten minsten tot gedoogh
 
Van hier een balck en daer een' splinter in ons oogh.

Herman de Ru

prepostterug  begin  verder