terug  begin  verderprepost

Toespraak bij de uitreiking van de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 1988 aan Jan Brokken

Ik hou van schrijvers die woorden gebruiken die ik niet ken. Al op de eerste pagina (blz. 9 genummerd) van Jan Brokkens bundel De zee van vroeger was het prijs. Op twee derde van de pagina staat te lezen: ‘Op hetzelfde moment voelde hij de wind, onvergelijkbaar met de zwoele labberkoeltjes op land.’

Ik durf er een goede fles wijn onder te verwedden dat het merendeel van u het woord labberkoeltje niet kent. Net zo min als ik het kende, overigens.

Het betekent: een zeer flauwe wind en het is een zeevaartterm. Jan van Riebeek gebruikte het al in zijn Dagverhaal (1658). Hij schrijft op bladzijde 28 van het eerste deel: ‘schoon lieflijk weer met kleine labber Z.O. koelte.’ Tussen labber en koelte kan dus nog een windrichting gevoegd worden.

Ik kan me eindeloos vermeien in de vraag: hoe kent Brokken dat woord dat wij allen niet kennen? Leest hij elke dag Van Riebeek? Zeilt hij en wordt labberkoeltje nog, als een jargon, door zeilers te pas en te onpas gebruikt? Of is hij een van die velen die woordenboeken navlooien op woorden die fraai zijn van structuur en ooit gebruikt kunnen worden?

Op pagina 15 word ik weer bevredigd in mijn verlangen naar het onbekende woord. ‘In de hut van de stuurman kreeg Boris tamarindesiroop en zijn vader een splitje.’

[p. 29]

U zult het moeten bekennen. Ook voor u is splitje een verrassing. De context geeft aanleiding tot het vermoeden dat splitje wel een drankje zal zijn en die interpretatie blijkt niet onverdienstelijk.

Een splitje is een ‘klein fleschje op een half glas sodawater of mineraalwater’, vermeldt het Woordenboek der Nederlandsche Taal, en het haast zich er aan toe te voegen: ‘gewoonlijk deze hoeveelheid met whiskey of een andere sterke drank gemengd’. Een gewone whiskey-soda dus. Zoals zoveel Indische woorden, want het is een typisch woord dat in de mond van oud-Indischgasten bestorven ligt, is het van Engelse origine.

In het Algemeen Handelsblad van 3 juni 1916 komt de volgende passage voor: ‘Daarna werd de Vergaderzaal van de Raad van Indië bezichtigd, waarna een splitje werd genomen in Concordia.’

En op pagina 16 is het weer raak: ‘“De zee is heulsap”, hoorde hij de waard slissen.’

Heulsap! Niet helemaal onbekend maar toch een van die woorden waarvan ik de betekenis regelmatig vergeet. Zoals ik ook nooit het verschil kan onthouden tussen ontogenese en fylogenese en de betekenis van profylactisch al zeker tien maal in het woordenboek heb opgezocht om ze vervolgens tien maal te vergeten.

Heulsap is het melksap uit de zaaddozen van de heul, de papaver, en de gestolde balletjes zijn beter bekend als opium.

U begrijpt het, ik heb met veel genoegen Jan Brokkens De zee van vroeger gelezen. Maar dat genoegen werd niet alleen gevoed door mijn lexicografische monomanie. Het is een mooi boek waarvoor hij met recht de Van der Hoogt-prijs heeft gekregen.

dr. H. Heestermans

prepostterug  begin  verder