[p. 30]
Twee Gedichten
Orgel aan zee
Van alle kanten, niet van zee
brengt de dag een orgel mee:
drie orgelschelpen op een rij.
De wind blaast vrij in allebei.
Het tweetal meeuwen dat hier vliegt,
krijst dat alle zonlicht liegt.
En wat er over is ten slotte,
omdat het weggaan niet zo vlotte,
strijkt op het zwijgend orgel neer,
kijkt mij aan en is niet meer.
Reliek
Geen schrijn van goud,
geen zon in reliëf.
Dit torentje bewoond
door bot,
jouw beker waarin drijft
een lok,
de schaduw die je kust.
Lach maar om mijn hoofd dat wiegt
en dat zich vol gedachten liegt.
Wiel Kusters