terug  begin  verderprepost

Verslag van de jaarvergadering van de Maatschappij

De jaarvergadering is op zaterdag 9 juni 1990 gehouden in het Academiegebouw te Leiden. Zoals de laatste jaren gebruikelijk was, is er een vijftigtal leden aanwezig. De voorzitter opent de vergadering met een toespraak. Vervolgens herdenkt hij de leden die het afgelopen maatschappelijk jaar zijn overleden: dr. W.H. Beuken, dr. M. van Can, dr. G. Eyskens, mr. H. de la Fontaine Verwey, dr. F.O. van Gennep, dr. W.K. Grossouw, mr. P.J. Idenburg, mw. O. Idenburg-Siegenbeek van Heukelom, dr. F. de Jong Edz., H. Kalbfleisch, dr. F.G.P. Kellendonk, dr. S. Keyser, J.P. Klautz, S. Koster, dr. C. Kruyskamp, dr. B. Landheer, mr. G.E. Langemeijer, E. Leroux, dr. W. van Maanen, D. van der Meulen, dr. W.A. Ornée, dr. PH. Pott, N. Scheepmaker, dr. L. Strengholt, P. Spigt, mw. M. Veldhuyzen, G. Walschap (erelid), jhr. dr. P.J. van Winter, mw. dr. M.H. van der Zeijde.

[p. 36]

Het verslag van de secretaris, vermeldende de staat der Maatschappij (2) wordt door de vergadering goedgekeurd. Vervolgens komt het verslag van de Noordelijke Afdeling (3) aan de orde. Meegedeeld wordt dat de in dit verslag genoemde voordracht van de heer Oldenhuis in verband met uitzonderlijk slechte weersomstandigheden niet is doorgegaan. De voordracht zal alsnog worden gehouden. Het verslag van de Zuidelijke Afdeling (4) geeft geen aanleiding tot opmerkingen.

Naar aanleiding van het verslag van de vertegenwoordiger van Zuid-Afrika (5) wordt de vraag gesteld wat de functie van vertegenwoordiger inhoudt. De voorzitter antwoordt dat de leden in Zuid-Afrika vaak op zeer grote afstanden van elkaar wonen. Gezien ook de geografische ligging ten opzichte van Nederland, is het wenselijk dat een contactpersoon of vertegenwoordiger zich met een aantal zaken belast, zoals berichtgeving, contributieinning, enzovoorts. De heer Sivirsky meent, mede naar aanleiding van reportages uit Zuid-Afrika die hij op de televisie heeft gezien, dat het Zuidafrikaans als taal aan het verdwijnen is. Dit wordt van verschillende zijden met klem tegengesproken.

In het verslag van de bibliothecaris (6) wordt onder punt 2b ‘geproduceerd’ gewijzigd in ‘gereproduceerd’. Het verslag wordt daarna goedgekeurd.

De penningmeester geeft rekening en verantwoording van het beheer der gelden (7). Vervolgens wordt het verslag van de kascommissie voorgelezen. De vergadering dechargeert het bestuur van rekening en verantwoording over het boekjaar 1989. De voorzitter dankt de commissie, alsmede de administrateur van de Maatschappij, de heer D. Braggaar. Aan het financieel beleid voor de komende jaren is dit keer geen apart vergaderstuk gewijd. De penningmeester zal op de volgende jaarvergadering het beleid op langere termijn aan de orde stellen. De vergadering gaat akkoord met het voorstel de contributie voor het maatschappelijk jaar 1990-1991 te handhaven op ƒ 55,-.

Het verslag van de Commissie voor geschied- en oudheidkunde (8) wordt voor kennisgeving aangenomen, evenals dat van de Commissie voor taal- en letterkunde (9), dat ter vergadering is uitgereikt. Vervolgens worden de verslagen van de Werkgroep zeventiende eeuw (10), van de Werkgroep 19e eeuw (11) en van de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde (12) - de beide laatste ter vergadering uitgereikt - eveneens voor kennisgeving aangenomen. Hetzelfde gebeurt met het verslag van de Commissie voor literair-historische opdrachten (13), waarvoor de Maatschappij sinds kort als ‘koepel’ fungeert. De voorzitter deelt nog mee dat de door deze Commissie ingestelde Rijklof Michaël van Goens-prijs op 5 september 1990 voor het eerst zal worden uitgereikt aan de heer J. Jansen.

Het voorstel van de Commissie voor schone letteren de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 1990 toe te kennen aan Margriet de Moor voor haar boek Dubbelportret, wordt bij acclamatie aangenomen.

De voorzitter deelt mee dat het bestuur besloten heeft de Henriette Roland Holst-prijs 1990 toe te kennen aan Wim de Bie voor zijn boek Schoftentuig, dit overeenkomstig de voordracht van een Commissie bestaande uit mw. dr. F. Balk-Smit Duyzentkunst (voorzitter) en de heren dr. W. Kusters en W.A.M. de Vroomen.

De Commissie voor de stemopneming bestond dit jaar uit de heer J.J.M. van Gent en dr. L.L. van Maris. Er blijken 61 nieuwe leden gekozen te zijn. Het zijn in alfabetische volgorde: Kandidaten binnenland dr. W.J. Aerts, dr. S.N. Bakker, dr. H. den Besten, mw. Jo Boer, dr. G.J. Borger, mw. dr. H.A. Bosman-Jelgersma, dr. W. Bronzwaer, dr. J. de Bruyn, mw. dr. C.A. Chavannes-Mazel, J.A.M. Dautzenberg, dr. L.F. van Driel, mw. dr. E.S. van Eyck van Heslinga, dr. F.S. Gaastra, D.C. Grit, dr. F. Grijzenhout, dr. A.J.E. Harmsen, dr. R. Havenaar, dr. H. Henrichs, dr. M.C.A. van der Heijden, H.J.A. Hofland, H. Hokwerda, mw. Marijke Höweler, dr. C.A. Kalveen, dr. M.P.A.M. Kerkhof, mw. Mensje van Keulen, dr. W.G. Klooster, J. Knol, mw. dr. U. Knops, dr. P.C.J. van der Krogt, G.A.C. van der Lem, dr. W.J. Lukkenaer, mw. dr. C. Manusov-Verhage, dr. A.J.J. Mekking, mw. dr. M.E. Meijer Drees, G. Mulder, mw. dr. H. Nolthenius, mw. A.M.A. van den Oever, J.P. Rawie, dr. S.J.H. Reker, V.C.J. van de Reijt, mr. H.L. de Roy van Zuydewijn, dr. R.W.M. van Schaik, mw. dr. M. Schipper, J.G. Siebelink, dr. J.P. Sigmond, mw. dr. J. Spaans, dr. C.D. van Strien, dr. G. Teitler, dr. P.E.R. Verhuyck, dr. R.A.H. Vos, dr. F. van Vree, F. van Woerden, C.B.J. de Wolf. Kandidaten buitenland dr. A.C. Fix, dr. R.E. Haeseryn, S. Hertmans, mw. dr. J. Koch, dr. C.H. Snoek, dr. A.N. Sturm, dr. J. Tollebeek, dr. Ph.E. Webber.

De ondervoorzitter, dr. A.Th. van Deursen, en de beide andere aftredende bestuursleden, mw. dr. F. Balk-Smit Duyzentkunst en mr. E. van Vliet, worden door de voorzitter bedankt voor het werk dat zij voor de Maatschappij hebben verricht. Vervolgens vraagt de secretaris het woord om de aftredende voorzitter, dr. H. Heestermans, te danken voor de wijze waarop hij gedurende drie jaar het voorzitterschap van de Maatschappij heeft vervuld. Uit de vóór de vergadering ingeleverde stembiljetten blijkt dat de vergadering als nieuwe bestuursleden heeft gekozen dr. P. den Boer, mr. D.W. (Laurens) van Krevelen, dr. R.Th. van der Paardt, mw. Monika van Paemel en P.A.W. van Zonneveld. De vergadering stemt bij acclamatie in met het voorstel van het bestuur dr. R.Th. van der Paardt tot voorzitter te kiezen.

Uit de stembiljetten blijkt eveneens dat in de Commissie voor schone letteren zijn gekozen dr. H. Brems en Kester Freriks.

Vervolgens komen de voorstellen aan de orde die dr. W. van den Berg en de heer G.J. Hooykaas hebben ingediend betreffende de toelating van nieuwe leden. Zij stellen voor de Wet zodanig te wijzigen dat ieder die de doelstelling van de Maatschappij onderschrijft, kan worden toegelaten als lid. Als dit voorstel te ver gaat, stellen zij voor dat leden kunnen worden voorgedragen door één enkel lid. De nieuwe leden worden zonder verkiezing benoemd, behoudens ernstige bezwaren van het bestuur, dat daarover aan de jaarvergadering verantwoording aflegt.

Dr. C.A. Zaalberg stelt dat het een onderscheiding is

[p. 37]

lid te zijn van de Maatschappij. Hij stelt daarom voor het eerste voorstel af te wijzen. Het tweede voorstel heeft het bezwaar dat het bestuur aan de jaarvergadering verantwoording over personen moet afleggen. Dat is geen goede manier van handelen. Dr. G.W. Huygens is van mening dat het ledental zal afnemen als het lidmaatschap geen onderscheiding meer is. Vervolgens wordt opgemerkt dat in het voorstel een verwachting ontbreekt over hoe de toekomst van de Maatschappij er uit zal zien. Als de leden op een zo andere manier worden gekozen, is er sprake van een fundamenteel andere vereniging. Het argument dat het een onderscheiding is lid van de Maatschappij te zijn heeft voor de heer Hooykaas geen waarde. Het zou hem geen moeite kosten voorbeelden te geven van personen van kwaliteit die al lang lid hadden moeten zijn of dat veel eerder hadden moeten worden, als het lidmaatschap inderdaad een onderscheiding was. Naar aanleiding van het door de indieners naar voren gebrachte argument dat de Maatschappij het lidmaatschap voor iedereen zou moeten openstellen omdat zij van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen subsidie ontvangt, merkt de heer W.A.M. de Vroomen op dat het een zaak van de subsidiegever zou zijn eventuele voorwaarden aan de toelating tot lid te stellen. Vele organisaties maken bovendien gebruik van gemeenschapsgeld zonder dat iedereen er lid van kan worden. Dr. W. van den Berg wijst nog op het voorbeeld van het Zeeuws Genootschap. Het aantal leden is daar niet teruggelopen toen de toelating tot het lidmaatschap veranderd werd in de zin van de hier gedane voorstellen. Dr. H.L. Wesseling stelt voor de mening van alle leden over het onderwerp te peilen. Dit wordt echter door de heer Hooykaas afgewezen. Alle leden hebben de jaarstukken ontvangen en hun reactie kunnen geven. Vanuit de vergadering wordt gevraagd naar het bestuursstandpunt. Het bestuur verklaart zich vóór handhaving van het huidige systeem. Ten slotte wordt tot stemming overgegaan. Het ingediende voorstel wordt met grote meerderheid verworpen.

Dr. J. Noordegraaf maakt van de rondvraag gebruik om het bestuur te verzoeken de mogelijkheid na te gaan een prijs in te stellen voor een werkstuk op het gebied van de taalkunde, die analoog is aan wat de Rijklof Michaël van Goens-prijs is op het gebied van de letterkunde. De voorzitter zegt toe dat het bestuur deze mogelijkheid zal onderzoeken.

Het openbare gedeelte van de vergadering, dat in de middag plaatsvindt in het Groot Auditorium, begint met een drietal voordrachten over het thema ‘Vreemde talen als uitdrukkingsmiddel bij de overdracht van Nederlands cultuurgoed’. Het thema is voorgesteld door dr. A.Th. van Deursen, die ook de inleiders heeft uitgenodigd. Achtereenvolgens spreken mw. dr. J. Roelevink over het academisch Latijn als onderwijstaal, dr. W. Frijhoff over de ‘verfransing’ van de Nederlandse elites en dr. E.H. Kossmann over de positie van het Engels. Na afloop van de voordrachten vindt er onder leiding van de voorzitter van de Maatschappij een geanimeerde gedachtenwisseling plaats.

Als voorzitter van de Commissie van voordracht voor de Henriette Roland Holst-prijs 1990 leest mw. dr. F. Balk-Smit Duyzentkunst het rapport voor op grond waarvan het bestuur de prijs heeft toegekend aan Wim de Bie. De voorzitter van de Maatschappij, dr. H. Heestermans, reikt vervolgens de prijs uit, waarna de laureaat door een rijk gevarieerde voordracht van zijn dank laat blijken. De plechtigheid wordt besloten met een receptie in het Academiegebouw.

prepostterug  begin  verder