[p. 36]
Oude tuin
Tussen de schuttingen berijpt
je rust, je magerte die pronkt met
een tweelingroos lachwekkend verfrommeld
Over je border zijn alleen maar
winters gekomen, lijkt het. Schabbig
lig je erbij. Een zootje stengels
rest je, dat niets draagt, niets dan die
ene margriet, in haar iele dans soms
kwansuis kussend je platte gras.
Bert Voeten