Radiobaken (1943)
Sophia Hartog wordt gezocht:
Sophia is niet meer,
haar as woei op een lentetocht
omhoog en zweefde neer
vlak voor een vuilbespatte laars,
die 't spoor verwiste, zwart
bedekte wat nog bleef bewaard
van een warm-kloppend hart.
Van ogen bloembedauwd, de vraag
van een gerijpte mond,
der heupen gaaf gebogen vaas,
de rijke moedergrond,
waarin geslachten dwongen om
haar kiemkracht, vruchtbaarheid,
haar maanden - rusteloos en stom -
tot baren in de tijd.
Sophia heeft hen wel verstaan
toen zij zeer eenzaam was,
zich vasthield aan een spijl van 't raam,
bedwelmd door 't eerste gas.
Toen hoorde zij door 't doodsgeruis
der ongeborenen kreet
hoog boven de eigen angsten uit
als bitterst-brandend leed.
Elizabeth Cheixaou