
Sinds Piet Paaltjens bijna 140 jaar geleden zijn gedichten begon te publiceren is hij Leidens - en dus Nederlands - bekendste student-dichter. Hij werd in 1835 als François Haverschmidt geboren en verbleef van 1852 tot 1858 in Leiden. Hij studeerde theologie en werd lid van het Leidsch Studenten Corps, waarvan hij het in 1857 tot praeses bracht. Zijn gedichten, die deels tussen 1855 en 1859 verschenen in de almanak van het L.S.C., werden opgenomen in Snikken en grimlachjes. Academische poëzie van 1867 en maakten hem in het hele land beroemd. Inmiddels was Haverschmidt dominee in Schiedam geworden en publiceerde nog enkele boeken waarvan de bundel schetsen Familie en kennissen (eerste druk van 1876) ook een zeker succes kende. Op 19 januari 1894 maakte Haverschmidt een einde aan zijn leven.
Nu, honderd jaar later, zal Haverschmidt op vele plaatsen in het land herdacht worden in bijeenkomsten en met tentoonstellingen. Leiden opent uiteraard de rij. Uiteraard, niet alleen omdat Haverschmidt er studeerde en zijn vaak neerslachtige en gekwelde poëzie schreef, maar tevens omdat veruit de belangrijkste collectie van zijn werken, zowel originele handschriften als gedrukte boeken, zich in de universiteitsbibliotheek bevindt. Deze verzameling, Haverschmidts literaire nalatenschap, werd - voor het grootste deel in 1931 - rechtstreeks uit het bezit van de familie aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde geschonken door mevrouw C. Haverschmidt- Verbroek, de weduwe van mr. François Haverschmidt jr. (1869-1928). Hoe rijk de collectie is kan men nalezen in het overzicht ervan dat opgenomen is in de ‘Handelingen van de Maatschappij der Nederlandsche letterkunde te Leiden en Levensberichten harer afgestorven medeleden’ voor 1930-1931 op bladzijde 40-47 en voor 1932-1933 op bladzijde 99. Daarna is de collectie uit diverse andere bronnen niet onbeduidend vermeerderd.
Met de waardering voor het werk van Haverschmidt/ Paaltjens is het wat vreemd gesteld geweest. Tot 1912 werden Snikken en grimlachjes en Familie en kennissen regelmatig herdrukt en hadden het tot respectievelijk een elfde en een zevende druk gebracht, enkele vertalingen niet meegerekend. Dan valt een gat tot 1944, als K.H. de Raaf een nieuwe uitgave van de Snikken verzorgt. In de veertig jaar daarna wordt de dertigste, afzonderlijke druk ervan bereikt, terwijl ook Familie en kennissen enkele herdrukken kent.
In de jaren zestig krijgt de Haverschmidt-studie nieuwe impulsen. Na het in 1908 verschenen boek van Johs. Dyserinck, François Haverschmidt (Piet Paaltjens) gaf Hans van Straten in 1961 de bloemlezing Nagelaten snikken van Piet Paaltjens in het licht, waarbij het overgrote deel van het materiaal afkomstig was uit de collectie van de Maatschappij. R. Nieuwenhuis publiceerde zijn studie De dominee en zijn worgengel, waarin hij de nadruk legde - volgens sommigen te zwaar- op Haverschmidts suïcidale neigingen. In 1981, 1982 en 1983 verschenen vier bundeltjes met deels niet eerder gepubliceerd werk: Twee voordrachten met ‘Mijn eerste gemeente’ en ‘Hans Christiaan Andersen’, Ter gelegenheid van... Gelegenheidsversjes, praatjes en albumplaatjes, Steek af naar de diepte. Een voordracht en een preek en Met gedempte stem, een ‘fragmentarische keuze’ uit niet eerder gepubliceerde schetsen. Ten slotte is er nog een categorie: de door ‘drukkers in de marge’ in kleine oplage verzorgde uitgaven van meestal een stukje proza of van een of meer gedichten.
Een computer, een fatsoenlijk tekstverwerkingspakket, een uitgebreid scala aan lettertypen en een laserprinter; we zijn er tegenwoordig zo aan gewend, dat men zich nauwelijks realiseert dat nog niet zo heel lang geleden een elektrische bolletjes-typemachine van IBM het nec plus ultra was. In de drukkerijen is het niet anders. Computerzetsystemen en geperfectioneerde offsettechnieken hebben het aloude handwerk totaal verdrongen. De zetter die de losse loden letters een voor een uit de letterkast haalt en in zijn zethaak tot regels opbouwt, is rijp voor een jaarmarkt met oude ambachten. Gelukkig zijn de oude zet- en druktechnieken nog niet geheel geschiedenis geworden, doordat een nog steeds toenemend aantal amateurs in garages, zolderkamertjes, schuren, ja zelfs complete stallen, zich met overgave op het vervaardigen van drukwerk heeft gestort. Waren tot in het begin van de jaren zestig de zogenaamde ‘privatepresses’ in Nederland op de vingers van één hand te tellen, in de laatste decennia is het aantal persen sterk toegenomen. Dat deze bloei sterk gestimuleerd werd door de massale overstap van de commerciële drukkerijen naar moderne zet- en druktechnieken, waardoor persen, lettermateriaal en andere drukbenodigdheden
voor relatief lage bedragen op de markt kwamen, hoeft geen betoog. Vanaf 1975 vonden de vervaardigers en de liefhebbers van het bibliofiele drukwerk elkaar in de Stichting Drukwerk in de Marge en het - bij het tienjarig bestaan van die stichting gepresenteerde - overzicht (Drukkers in de Marge. Den Haag 1985) bevat de namen van niet minder dan 61 persen.
Tot de activiteiten van de stichting behoren onder meer het organiseren van markten, het verspreiden van ‘Nieuwsbrieven’ en de uitgave van het jaarlijks Bulletin, maar de meest tot de verbeelding sprekende activiteit is de organisatie van gezamenlijke drukprojecten. In 1982 begon het heel spectaculair met het project Drukken, een cassette met 25 boekjes over aspecten van het drukken. Daarop volgden in 1984 Bladwijzer met 32 deelnemers en in 1985 de door 53 drukkers geproduceerde bloemlezing van gedichten Een doos die eenmaal open nooit meer dicht. Het vooralsnog laatste project in de serie is Bladspiegeling. In tegenstelling tot de eerdere projecten is hierbij niet gestreefd naar een bindend thema, maar hebben de 26 deelnemende drukkers zich zowel in vorm als in inhoud naar hartelust kunnen uitleven.
Hoewel het scala aan teksten waaraan de Margedrukkers zich te goed kunnen doen schier onuitputtelijk is, wekt het geen verwondering dat inmiddels menige drukker zijn begerig oog heeft laten vallen op het (van kopijrecht vrije) werk van Haverschmidt. Het meest aansprekende gevolg daarvan is een project van Arjan van Nimwegen. In 1986 kwam hij op het lumineuze idee om de Immortelle XLIX (‘Wel menigmaal zei de melkboer’) in zoveel

De Azteekse melkboer. De Ammoniet.
mogelijk talen en dialecten te laten overzetten en de kopij te verspreiden onder even zovele drukkers, die dan vervolgens het eindresultaat, gestoken in een keurig bandje, retour zouden ontvangen. Als hij geweten had waaraan hij begon, dan zou De Polyglotte melkboer, zijnde Piet Paaltjens' Immortelle XLIX op velerlei oude & nieuwe wijzen vertaald, bewerkt & omgezet, verveelvuldigd door een keur aan drukkers & vergaard door de Bucheliuspers te Utrecht waarschijnlijk nooit verschenen zijn, want pas in juni 1991 kon het boekwerk in een oplage van 200 exemplaren op de jaarlijkse Margemarkt in Amsterdam feestelijk ten doop worden gehouden. Alle moeite was niet vergeefs: van het Azteeks tot en met het Zweeds, van het Apeldoorns tot en met het Utrechts, je kunt het zo gek niet verzinnen of er was een Melkboer in gewrocht, bijna negentig in totaal. Vaak spectaculair vormgegeven met gebruikmaking van bijzonder papier. Heel geestig, maar ietwat buiten de orde is de bijdrage van d'Eendracht Pers uit Haarlem. Met grote vlijt sprokkkelde deze 200 originele bonnetjes van melkboeren bij elkaar, die werden gepresenteerd als proeve van de Lingua Lactina (Melktaal) uit de bundel Met Melk Meer Kans - op Geheimschrift door S. de Vries Sr. Szn., zuivelaar.
Enkele voorbeelden mogen wij de lezer niet onthouden. De Amsterdammer houdt het in zijn Mokumse Strooiblom XLIX op:
De Utrechter weet te melden:
Ook in Leiden en nabije omgeving zijn heel wat margedrukkers actief. Zoveel dat in juni 1992 het stoute plan ontstond om met elkaar ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van François Haverschmidt een speciale editie van de Snikken en grimlachjes tot stand te brengen. Het initiatief sloeg aan, want praktisch alle aangeschreven drukkers reageerden enthousiast. Als uitgangspunt diende de zesde druk van de ‘Snikken’, de laatste die nog tijdens het leven van de dichter is verschenen. De kopij werd in hapklare brokken verdeeld en heel autoritair door het C.A.H.H.H. (Commissie Ad Hoc Herdenking Haverschmidt) aan de deelnemers toegewezen. Hoewel iedere drukker zijn bijdrage in principe geheel naar eigen inzicht mocht vormgeven en eventueel illustreren, werden er wel afspraken gemaakt over de te gebruiken letters en papier, opdat de uitgave ook in dat opzicht een behoorlijke variëteit te zien zou geven.
Natuurlijk was het - gelet op de tijd die het project van Van Nimwegen had gevergd- een ambitieus plan en naarmate de datum waarop de zaak naar de binder moest

Bijdrage ‘De Uitvreter’.

Bijdrage van Storm & Van Delft met een linosnede van Marieke van Delft.
naderbij sloop, braken er voor de commissieleden spannende dagen aan. Edoch, met enig duwen en trekken en de spontane creatie van een gloednieuwe pers ‘De Invaller’ kwam alles nog net op tijd voor elkaar.
Zonder overdrijving kan gezegd worden dat de beoogde variatie in allerlei opzichten is bereikt. Wat het project zo aardig maakt is dat in het deelnemersveld rijp en groen verenigd is. Naast routiniers als de Avalon Pers (Woubrugge), De Ammoniet, de Clipeus Pers, Pers No. 14, Stichting Boekdrukkunst, De Uitvreter (alle Leiden) en Steur & Witteveld (Amsterdam/Leiden), treft men ook betrekkelijke of zelfs volslagen nieuwkomers aan als de Appel Pers, Storm & Van Delft (alle Leiden), De Plataan (Utrecht v/h Voorschoten), de Bloemenpers (Woubrugge) en Lupus (Voorburg). Heel plezierig is dat de heruitgave van de Snikken ook een reanimatie van de eertijds in Huizen gevestigde, maar thans Leidse Presse d'Escargot (die nota bene als eerste zijn bijdrage inleverde) tot gevolg heeft gehad. Een vreemde eend in de bijt blijft het gezelschap Pro cunno felis, dat zich op de Eerste Leidse Boekenzondag al eens aan de beroemde Immortelle IX heeft vergrepen en thans het omvangrijke voor- en nawerk voor zijn rekening nam.
Van 19 januari tot l0 februari 1994 zal in de Leidse Universiteitsbibliotheek een brede selectie van recente bibliofiele en/of in kleine oplage gedrukte uitgaven van Haverschmidts werk te zien zijn, onder andere een exemplaar van de nu al zeer gezochte Polyglotte melkboer. De C.A.H.H.H heeft toegezegd voor deze expositie een nog ongebonden exemplaar van de Snikken en grimlachjes ter beschikking te stellen zodat men een goede indruk van de diverse bijdragen zal kunnen krijgen. Tevens zal de expositie worden aangegrepen om op gepaste wijze het eerste exemplaar van het boek aan de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te overhandigen.
R. Breugelmans
Kees Thomassen