terug  begin  verderprepost
[p. 14]

Uit de bibliotheek



illustratie

Spiegel van den ouden en nieuwen tydt

50.000 titels in de STCN

Donderdag 3 november 1994 was een heugelijke dag in de annalen van de Short-Title Catalogue, Netherlands. Om twee minuten over elf werd de 50.000ste STCN-titel in de database ingevoerd. Toevalligerwijs was dit een boek uit de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Dat lijkt ons een mooie aanleiding om in dit blad iets over de STCN uit de doeken te doen en tegelijkertijd een aantal boeken uit het bezit van de Maatschappij de revue te laten passeren. We deden daarvoor een willekeurige keuze: die zeven boeken van de Maatschappij die op diezelfde derde november werden ingevoerd. Overigens werden er op die dag ook nog twaalf boeken uit de reguliere collectie van de UB aan het bestand toegevoegd (waaronder acht academische publikaties) en acht pamfletten uit de Thysius-verzameling.

De Short-Title Catalogue, Netherlands (kortweg STCN) is de nationale Nederlandse bibliografie tot 1800. Daarin worden alle boeken opgenomen die in dat tijdvak in het huidige Nederland zijn gedrukt plus alles wat er in het Nederlands elders is verschenen (België uitgezonderd). Sinds het begin van de werkzaamheden in 1982 heeft het STCN-bureau de boeken uit de periode 1540-1700 in de Koninklijke Bibliotheek en de UB Amsterdam volledig beschreven en ruim de helft van die in de UB Leiden. Bovendien zijn op basis van bestaande bibliografieën en de database van de Incunabula Short Title Catalogue zo'n 3.000 Nederlandse incunabelen en postincunabelen opgenomen. Binnenkort zal, dank zij een subsidie van NWO, een begin gemaakt worden met een Basiscatalogus 18e eeuw, gebaseerd op het bezit van de KB.

Ooit zal de catalogus ook in boekvorm worden gepubliceerd, maar nu reeds is het bestand via het Pica Online Retrieval Systeem (ORS) in veel wetenschappelijke en openbare bibliotheken te raadplegen.

 

Spiegel van den ouden en nieuwen tydt. By J. Cats. Corr. ed. Amstelredam, pr. wed. T.J. Loots-man, 1690. 8o. *8 A-V8.

(Vingerafdruk:) 169008 - al *3 $Gr : a2 *5 n$ - b1 A $ : b2 V5 is't$

(Typografische kenmerken:) a c j w x

(Exemplaren:) L.

 

Zo ziet de 50.000ste STCN-beschrijving er op het beeldscherm uit bij raadpleging van het ORS. (Uit de hierna volgende titels zijn enige elementen weggelaten die voor dit verhaal minder ter zake doen.)

De beschrijving begint, niet verrassend, met de (korte) titel: van de soms ellenlange 17e-eeuwse titel wordt zoveel overgenomen dat een goed beeld van de inhoud van het boek wordt gegeven. Dan volgen (in het Engels geredigeerd) de auteursvermelding met de naam zoals die op de titelpagina staat, en de editievermelding. Ook het impressum wordt gedeeltelijk geredigeerd: pr. staat voor printed by en de voornamen van de drukkers of uitgevers worden afgekort tot initialen. Het bibliografisch formaat is in dit geval octavo en het scheikundig aandoende stukje dat daarna volgt, is de collatieformule, waarmee de opbouw van het boek in katernen wordt weergegeven. In dit geval is er een voorwerk dat door de zetter met een * is gesigneerd, wat wil zeggen dat hij onderaan een aantal rectobladzijden van het eerste katern een * heeft geplaatst met een volgnummer. De katernen van het hoofdwerk zijn op dezelfde manier voorzien van de letters A tot en met V. Deze katernsignaturen dienden voor het gemak van de binder die daardoor wist hoe hij ieder katern moest vouwen en wat de volgorde was. Aan de hand van de collatieformule kan heel eenvoudig het aantal bladzijden berekend worden. (De paginering wil in oude boeken nog wel eens ontbreken en is in ieder geval zelden foutloos.) Op de vingerafdruk komen we bij de volgende titel terug. De typografische kenmerken bestaan uit één-lettercodes, waarmee tal van vormkenmerken van het boek worden aangeduid. De hier gebruikte hebben de volgende betekenis: a = illustratie op de titelpagina; c = illustratie in de tekst; j = lettertype gotisch; w = gegraveerde titelpagina; x = typografische titelpagina. Ten slotte wordt vermeld in welke bibliotheek zich een exemplaar van het beschreven werk bevindt, de Universiteitsbibliotheek Leiden.

Vrijwel al deze titelelementen leveren zoekmogelijkheden in het ORS op. Zo is het mogelijk om in een oogwenk een set samen te stellen van het fonds van een willekeurige drukker, van alle Nederlandstalige boeken gedrukt in Amsterdam in 1690 of van alle boeken in folio-formaat voorzien van illustraties. Binnenkort publiceert de STCN, in samenwerking met de werkgroep

[p. 15]



illustratie
Foto: Universiteitsbibliotheek Leiden.

IJkjaar 1650 van het NWO-project ‘Nederlandse cultuur in Europese contekst’, onder de titel t' Gvlde iaer 1650 een lijst van alle boeken uit dat jaar. Voor 1996 ligt een catalogus van alle STCN-beschrijvingen van Cats' werken in de bedoeling. De unieke Cats-collectie die jhr. mr. W.C.M. de Jonge van Ellemeet in 1887 aan de Maatschappij heeft geschonken, en waartoe ook de hier beschreven Spiegel behoort, zal hiervan een belangrijk bestanddeel uitmaken.

 

De gelyke tweelingen, kluchtig blyspel. (By Johannes Antonides van der Goes et al.). Amsterdam, pr. J. van den Berg, 1670. 8o: *4 2*2 A-F8 G4. Adaptation of Plautus, Menaechmi.

167008 - al *2 n$a : a2 2* r$ - b1 A dj : b2 G3 elie

 

Het aantal thema's en verhaallijnen van kluchten en blijspelen is beperkt. Vermommingen en persoonsverwisselingen horen tot de meest voorkomende ingrediënten en dit stuk vormt geen uitzondering op dat verschijnsel. Bovendien heeft geen 17e-eeuwse toneeldichter zich ooit geschaamd om een bestaand stuk te vertalen, bewerken of herdichten. Imitatio, navolging, met name van klassieke auteurs, was een lofwaardige handelwijze. Waar de grens ligt tussen een vrije vertaling en zoveel eigen inbreng van de bewerker dat er van een nieuwe creatie gesproken kan worden, is niet altijd even duidelijk. De Warenar is een vrije bewerking van Plautus' Aulularia en Hooft kan daarom als de auctor intellectualis worden aangemerkt. Vondels Hyppolitus blijft zo dicht bij het origineel, de Phaedra van Seneca, dat de prins der dichters in dit geval als vertaler beschouwd wordt. Dezelfde vraag rijst bij deze bewerking van de Menaechmi van Plautus door Antonides van der Goes en zijn medeleden van het kunstgenootschap Nil volentibus arduum. Gelukkig biedt de opdracht van het stuk aan ‘Mr. Pieter Blaeu, sekretaris der Stadt Amsterdam’, houvast. In deze om meer dan ééen reden boeiende inleiding (zie De tweeling van Plautus, uitgegeven door B.F.W. Beenen en A.J.E Harmsen, Utrecht 1985) deelt Antonides van der Goes in de eerste plaats mee dat de handeling verplaatst is naar Amsterdam, omdat een andere straattaal dan het plat Amsterdams door de toehoorders niet verstaan en gewaardeerd zou worden. Verder zijn er enkele monologen geschrapt ‘die, volgens de hedendaagsche Tooneelkunst, gemijt moeten worden’; in plaats daarvan zijn er een paar personages toegevoegd. Plautus' derde en vierde bedrijf zijn samengevoegd, het vijfde daarentegen is gesplitst en bovendien is het slot veranderd ‘om het Tooneel volder op het einde te hebben, alzo het by hem maar met drie vertoonders eindigt’. Ook op andere plaatsen is het stuk gewijzigd om er onwaarschijnlijkheden uit te halen en andere zaken die zondigden tegen de toneelwetten van Nil. Reden genoeg voor de STCN om het auteurschap aan Antonides van der Goes en zijn kornuiten toe te kennen.

‘Gelijke tweelingen’ zijn ook in de boekwetenschap geen onbekend fenomeen. Vaak lijken twee edities van één werk als twee druppels water op elkaar. De tekst is woord voor woord en regel voor regel nagezet, en titel en impressum zijn identiek. Wie niet in staat is om exemplaren van elk van beide edities naast elkaar te leggen, zal nooit op de gedachte komen dat er sprake is van verschillende drukken, tenzij ... hij een vingerafdruk van het werk neemt. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de positie van de katernsignaturen ten opzichte van de onderste tekstregel. Hoe het precies in zijn werk gaat is door Paul Vriesema beschreven in Dokumentaal 15 (1986), pp. 55-61; een korte uitleg biedt ook de bundel Vingerafdrukken, mengelwerk van medewerkers bij tien jaar Short-Title Catalogue, Netherlands uit 1993. Dank zij de vingerafdruk is het ook mogelijk om een titeluitgave op het spoor te komen, dat wil zeggen een zogenaamd verbeterde of vermeerderde herdruk die in werkelijkheid bestaat uit een oude uitgave met een nieuwe titelpagina. Dat is bij voorbeeld het geval bij de volgende psalmberijming van Antonius Deutekom.

 

Het boeck der psalmen. By A. Deutekom. Amsterdam, G.W. Doornick bsr, 1662. 12o: *12 A-K12 xL1 L-X12, 2A12 2B4. Reissue of the ed. Uytrecht, f. the author, 1657. 166212 - a1=a2 *3 , - 1b1 A 1 : *1b2 X5 ijck - 2b1 A mij : 2b2 B2 hri

 

Aan bijbeledities geen gebrek in de STCN, en zeker niet aan psalmberijmingen. Wie in het ORS op ‘Bible’ zoekt, krijgt maar liefst 781 treffers, beginnend met de ‘Delftse Bijbel’, gedateerd 10 januari 1477 en eindigend met een

[p. 16]

Nederlandse en een Franse folio-uitgave, een Nederlands zakbijbeltje, een Engels Nieuw Testament en een Latijnse psalmberijming, allemaal uit het jaar 1700. Wie zich beperkt tot de Nederlandstalige bijbelteksten mag er nog altijd 525 verwachten, waaronder 171 los verschenen psalmberijmingen. Daarvan zijn er 76 uitgaven van de berijming door Petrus Dathenus, lange tijd de standaarduitvoering voor de gereformeerde kerk. Daarnaast vinden we bij voorbeeld zes 16e-eeuwse uitgaven van Jan Utenhove, twee maal de berijming van Philips van Marnix van Sint-Aldegonde en maar liefst 19 keer die van Dirck Rafaelszoon Camphuysen.

De psalmbewerking van Antonius Deutekom is een heel bijzondere. De Utrechtse muziekmeester had zich voor een lastig probleem geplaatst. In 1637 was de Statenvertaling van de Bijbel gereed gekomen en als enig erkende vertaling in de gereformeerde kerken ingevoerd. De oude psalmberijming van Dathenus week vanzelfsprekend op tal van plaatsen af van de nieuwe, niet rijmende en niet metrische tekst. Maar de melodieën daarbij waren overal ingeburgerd en velen voelden er niets voor op een andere zangwijs over te stappen. Deutekom wilde nu, zonder een woord aan de Statenvertaling te veranderen, de nieuwe prozavertaling binnen de vaststaande melodie persen. Hij verzon daarvoor een even simpele als bizarre oplossing. Binnen elk vers werden steeds zoveel woorden herhaald, soms tot drie maal toe, als nodig was om metrisch uit te komen. Dat geeft het volgende effect (Psalm 38:7-9; cursivering van de herhalingen door Deutekom):

 
Ick ben ick ben krom geworden, Krom geworden,
 
Ick ben uitermaten seer Seer neder gebogen; ick ga
 
Den gantschen dach Den gantschen dagh in het swart.
 
 
 
Want mijne want mijne dermen Sijn vol van
 
Verachtelijke (plage:) Ende daer en is niet geheels
 
Niet geheels in Niet geheels in mijn vleesche.
 
 
 
'k Ben verswackt, en uitermaten Uitermaten
 
Seer gebrijselt, gebrijselt: Ick ick brulle van het
 
geruisch, Van het geruisch, Van het geruisch mijns herten.

De eerste uitgave van deze bewerking verscheen in 1657. Hoewel het niet de minste gereformeerde theologen en taalkundigen waren die in het voorwerk hun goedkeuring aan Deutekoms arbeid hechtten, zagen uitgevers er kennelijk weinig brood in, want de editie werd gepubliceerd ‘voor den auteur’, dat wil zeggen op diens kosten. De bovenbeschreven uitgave uit 1662 doet een 19e-eeuwse eigenaar van dit exemplaar op een schutblad opmerken: ‘Onbegrijpelijk dat deze overzetting en berijming, na 5 jaren reeds herdrukt werd.’ Wat later heeft hij daaraan toegevoegd: ‘-Is ook dezelfde druk.’

Gelijk had hij. Dank zij de identieke vingerafdruk heeft de STCN deze uitgave onmiddellijk als titeluitgave kunnen kenmerken. Daaruit moet enerzijds geconcludeerd worden dat er na vijf jaar nog voldoende exemplaren waren om een dergelijke ingreep te rechtvaardigen, anderzijds dat er nu toch een uitgever enig debiet van de editie verwachtte. Hoe het ook zij, deze psalmbewerking is nooit in zwang gekomen en ook nooit meer herdrukt. (De uitgave uit Amsterdam bij Borrit Jansz uit 1663, die door Scheurleer wordt genoemd in zijn Nederlandsche liedboeken, p. 67, is een ghost.)

 

Ziel-dicht op het soet houwelijck van [...] Christianus Thibault [...] en [...] Adriana Lovvyse de Geer. By Andreas van de Wiele. Vlissingen, pr. A. van Laren, 1674. 4o: A4 B2.

167404 - b1 A2 $Vr : b2 B du

 

Zoals het een nationale bibliografie betaamt, neemt de STCN alles op wat er in Nederland verscheen, ongeacht de taal, de omvang of de inhoud. Dus vindt men in de database lectuur en literatuur, atlassen en almanakjes, kluchten en catechismussen, politieke pamfletten, theologische tractaten, overheidspublikaties, boeken over architectuur en rechtspraak, over wiskunde en bijenteelt, enzovoort enzovoort. Dat maakt de STCN ook zo waardevol voor onderzoekers uit zeer uiteenlopende disciplines.

Het hierboven beschreven werkje is een gelegenheidsbundeltje, zoals die nog altijd bij huwelijken en jubilea worden gemaakt. Er moeten er duizenden van geweest zijn, maar als er één type drukwerk is dat de tand des tijds nauwelijks doorstaat, dan is dit het wel. Gedrukt in een kleine oplage, van zeer beperkt en zeer tijdelijk belang, wetenschappelijk van geen betekenis, zijn ze slechts sporadisch overgeleverd. Ons geven ze niettemin een boeiende kijk op de zeventiende-eeuwse ideeën over bruiloftsfeesten en huwelijksmoraal. Bovendien komen er auteurs bovendrijven die in geen enkel letterkundig handboek vermeld staan en in geen bloemlezing meer opgenomen worden, maar die kennelijk binnen dit genre erg populair waren of er hun brood mee verdienden. De bovengenoemde Johannes Antonides van der Goes heeft al aardig wat gelegenheidsteksten op zijn naam staan, maar hij wordt verre overtroffen door zijn vader, die tekent met Antony Janssen van Ter Goes. Met maar liefst 105 verschillende titels is de laatste in de STCN vertegenwoordigd, stuk voor stuk gelegenheidsgedichten en bijna allemaal bruiloftszangen.

Andreas van der Wiele was een minder produktief auteur en wie dit ene geschrift leest, kan zich heel goed voorstellen waarom. Het is voor de jonggehuwden en de overige gasten te hopen dat hij zijn langdradig poëem niet in extenso op de bruiloft voorgedragen heeft. Het bezingt bovendien meer de overleden eerste echtgenote van Christianus Thibault dan diens onderhavige huwelijk.

 

Recht-banck, het eerste(-derde) deel. Tegen de ydele, korzelighe, ende wispeltuyrighe vrouwen. By Joseph Swetnam. Tr. from the English. Amsterdam, M. de Groot bsr, 1670. 4o: 3 vols. Title vol. 2: Beeren-iacht.

1:167004 - b1 A2 t$sal$ : b2 G3 ;$ 2:167004 - b1 A2 msc : b2 A3 y$ 3:167004 - b1 A2 Is$ : b2 D3 $wel

 

Niet alle huwelijken verlopen zo gelukkig als aan het kersverse echtpaar in de bruiloftszangen wel wordt toegewenst. Het aantal geschriften dat ofwel waarschuwt tegen de kwaadaardigheid van vrouwen, ofwel aanbeve-

[p. 17]



illustratie
Foto: Universiteitsbibliotheek Leiden.

lingen doet voor een standvastige relatie, is legio. Sommige van die boeken pretenderen slechts vermaak te bieden, andere (men denke aan Cats' Houwelyck) vormen de standaard voor generaties echtelieden.

Joseph Swetnams The araignment of lewde, idle, froward, and vnconstant women kwam in 1615 in Londen van de pers en werd, volgens F.W. van Heertum, die in 1989 een proefschrift over dit werk verdedigde, in de 17e eeuw vijf keer in het Nederlands uitgegeven. Met deze editie uit 1670 zijn in de STCN nu alle vijf die uitgaven te vinden.

De Nederlandse vertaler van de Rechtbank, de Leidse uitgever Willem Christiaens van der Boxe, ontkent nadrukkelijk uit vrouwenhaat tot zijn vertaling gekomen te zijn. Het werk is slechts bedoeld als onschuldig vermaak, om met aardige anekdotes de lange winteravonden door te komen. De plaats die de Rechtbank, zowel binnen Van der Boxe's activiteiten als vertaler als in zijn uitgeversfonds inneemt, wordt door Van Heertum vrij uitvoerig en overtuigend besproken. Zij is daarentegen kort over het fonds van Michiel de Groot, die de uitgave van 1670 voor zijn rekening nam. De Groot zou zich vooral toeleggen op Nederlandse vertalingen van Engelse devotiewerken. In de STCN-database kan dat in enkele seconden worden gecontroleerd. Michiel de Groot, die van 1656 tot 1681 een boekwinkel dreef op de Nieuwendijk, tussen de twee Haarlemmersluizen, heeft daar 154 uitgaven op zijn naam staan. Slechts zeven zijn uit het Engels vertaald. Daarvan dateren er toevallig drie uit 1670. Een van die boeken heeft inderdaad een piëtistische strekking, Thomas Tymme's Een silvere poort-klock. Maar dat kan toch niet gezegd worden van Swetnam en evenmin van De man inde maan. Ofte een verhael van een reyse derwaerts van Francis Godwin. En ook niet van de andere boeken uit 1670 in het fonds van Michiel de Groot, te weten de Fatsoenlycke zend-brief-schrijver, een correspondentie-handleiding van Jean Puget de La Serre en 'tBoeck van de vroetwijfs van Jacob Ruff, een voorlichtingsboek in de vorm van een verloskundig leerboek, dat al meer dan een eeuw herdruk op herdruk beleefde. Ook als we de rest van het fonds in ogenschouw nemen, zien we een bonte verzameling succes-auteurs en populaire titels. Michiel de Groot heeft zich nooit een buil gevallen aan riskante debuten. De uitgave van Joseph Swetnam's Rechtbank past prima in zijn activiteiten.

 

Nieuwe verhandeling van de welgemanierdheidt, welke in Vrankryk onder fraaye lieden gebruikelijk is. [By Antoine de Courtin]. Tr. from the French. Amsterdam, J. Blaev, 1672. 12o: *6 A-F12 G4 (G4 blank).

167212 - al *2 elge : a2 *5 $L - b1 A $ : b2 G3 t$w

 

Het rampjaar 1672 is nu niet direct een jaar dat bol staat van de pro-Franse sentimenten. Wie via de STCN alle boeken selecteert uit 1672 in het Nederlands, in 4o-formaat en met woorden als Frans en Frankrijk in de titel, heeft na negen seconden 23 titels bij de kop waaronder anti-Franse pamfletten als: Hollandt ont-kermist, door de Franse kermis-gast en Neerlandts fooytje, de koele Franse-wijnen, met al haer gesnor en aenhang van Franse-azijnen [...] geschonken [...] in een drollig kroegs praetje.

Toch wordt in datzelfde jaar de Franse welgemanierdheid aan de Nederlandse ‘fraaye lieden’ ten voorbeeld gesteld. Het Nouveau traité de la civilité qui se pratique en France, parmi les honnestes gens was in 1671 anoniem in Parijs verschenen. Nog in datzelfde jaar werd het nagedrukt in Basel en in Amsterdam, waar het werd uitgegeven door ‘Jacques Le Jeune’, oftewel niemand minder dan Daniel Elzevier. Binnen een jaar beleefde het zijn Nederlandse vertaling, die uitkwam bij het al even gerenommeerde uitgevershuis van Joan Blaeu. Ook werden delen ervan, gewoonlijk zonder bronvermelding, in andere boeken overgenomen. In de Nieuwe verhandeling geeft de Franse diplomaat Antoine de Courtin (1622-1685), die aan tal van vorstenhoven verkeerd had, een beschrijving van de verfijnde omgangsvormen en etiquette aldaar. Zijn geschrift is in feite bestemd voor de Franse landadel, die in voorkomende gevallen op de hoogte moet zijn van de hofgebruiken. De hoofdstukken gaan o.a. over ‘Van het wandelen met een Groot Heer, en van het groeten’, ‘Van het geene men waar moet neemen aan Tafel’ en ‘Van de wijze, op welke men zich zelven moet eere doen bewijzen’. Ken-

[p. 18]

nelijk waren zulke onderwerpen ook voor Nederlandse burgers uit de Republiek bijzonder aantrekkelijk. De vertaling is, aldus de voorrede, zo letterlijk mogelijk gehouden en niet voorzien van allerhande kanttekeningen

‘... eensdeels, omdat men zoude konnen weeten, wat in veele dingen, die hier niet te passe komen, by de Franschen voor betaamelijk of onbetaamelijk gehouden wordt; andersdeels, om dat men zich niet aanmaatigt een Keurmeester van Neederlandsche zeeden te zijn, en noch veel min zich daar voor wil uitgeeven...’

 

Arithmetica, of reken-konst. Eerste dee]. By Cornelis van Leeuwen. Amsterdam, H. Doncker, 1664. 8o: A-P8. All published?

166408 - b1 A2 en$ : b2 P5 nt

 

Literatuur en geschiedenis nemen de belangrijkste plaats in in de boekenkasten van de Maatschappij, maar ze vormen niet het enige onderwerp. Daarvan getuigt bij voorbeeld dit rekenboekje van Cornelis van Leeuwen. Het was bestemd voor leerlingen van wat we nu de detailhandelsschool zouden noemen en staat vol met oefenstof uit de dagelijkse praktijk van de ondernemers in het midden- en kleinbedrijf. Het boekje begint met elementair cijferwerk als optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, maar stapt al snel over op rekensommen met geld, maten en gewichten en tijd.

‘Item, 336 Ducaten, a 9 guld. 10 stuyv. hoe veel Angelotten tot 7 guld. maken die? antw 456 Angelotten.’ (p. 77, som 70)

Cornelis van Leeuwen was een jaar eerder betrokken geweest bij een kortstondige polemiek die door een aantal Amsterdamse wiskundeleraren in pamfletten werd gevoerd. In 1663 publiceerde Van Leeuwen het Schoolboeck der wynroeyeryen, dat niet alleen handelt over het peilen van wijnvaten, maar ook over andere geometrische kwesties als het berekenen van de inhoud van tonnen, piramides en kegels en van het gewicht van ijzeren kogels. Met een eigen titelpagina en afzonderlijke paginering en signaturen was daaraan toegevoegd een Aenhangh genaemt den bril, voor de Amsterdamsche belachelijcke geometristen. Hierin geeft Van Leeuwen de oplossingen voor een aantal vraagstukken die door andere Amsterdamse wiskonstenaars waren ‘aangeslagen’, dat wil zeggen publiekelijk voor oplossing voorgelegd. In het voorwoord en in stekelige terzijdes beschuldigt hij zijn collega's ervan dat ze hun vak even slecht verstaan als kwakzalvers de geneeskunst, dat ze plagiaat plegen en hem zwart maken.

Waarschijnlijk is de hele ruzie terug te voeren op kinnesinne tussen een paar concurrerende schoolmeesters en het is niet ondenkbaar dat Van Leeuwens Arithmetica bedoeld is als een staaltje vakkennis. Ook hier haalt hij in de inleiding uit, overigens zonder namen te noemen, naar slechte boekjes van anderen, die van plagiaat en fouten aan elkaar hangen.

Zijn boek had overigens geen groot commercieel succes. Van herdrukken is niets bekend en van een tweede deel ontbreekt tot nu toe ieder spoor.

De hier besproken titels zijn een volstrekt toevallige selectie uit de 50.000 beschrijvingen die samen de STCN vormen en waaraan dagelijks nieuwe worden toegevoegd. We zouden het Cats in zijn inleiding op de Spiegel na kunnen zeggen:

 
Hier is wat plomps, hier is wat scherps,
 
Hier is wat lafs, hier is wat serps [pittigs],
 
Hier is wat kroms, hier is wat rechts,
 
Hier is wat goets, hier is wat slechts,
 
Hier is wat van de middelmaet;
 
Weet dat het soo met Boecken gaet.

Maar de STCN is meer dan een lijst boeken; het is ook een modern zoeksysteem, een onderzoeksinstrument, waarmee de literatuur, de geschiedenis, de godsdienst, de wetenschap, de wetten en gebruiken, het wel en wee, kortom het cultureel erfgoed van Nederland en de Nederlanders van 1473 tot 1800 kan worden bestudeerd en tot leven gebracht. Het is daarom niet geheel toevallig dat de 50.000ste STCN-titel juist deze is: Spiegel van den ouden en nieuwen tydt.

Jan Bos

J.A. Gruys

prepostterug  begin  verder