[p. 56]
De vogel met de baard
Anna Enquist
De hoogste berg beklimmen,
de lammergier zien. Zijn rode oog,
zijn bepoederde veren. Hij kijkt
naar zijn prooi. De ongeduldige
buizerd vloog weg met longvlies
en luchtpijp; 's nachts stal de vos
de nieren. Nu ligt de gems
in zijn kern gereed: bot.
Rustig stijgen op de bloedhete
zucht uit het dal, geklemd
in de klauw wat doet leven:
scapula, femur. De zon
likt met vuur aan de bergkam.
Loslaten. Tegen de witte rots
klettert skelet; het stuitert,
splijt en geeft prijs zijn merg.