Op 16 mei 1961 werd Piet Risseeuw zestig jaar. Zijn vrienden vulden een fraai uitgevoerd Liber Amicorum en richtten een feestmaal aan voor hem en zijn vrouw. He: Liber Amicorum wordt bewaard in het archief-Risseeuw in het ‘Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden)’, kortweg HDC genoemd en gevestigd in het gebouw van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Een reeks dozen bevat de uitgebreide correspondentie tussen Risseeuw en mede-auteurs en uitgevers.
Het is nu honderd jaar geleden dat Risseeuw geboren werd. Zijn romans worden nog wel gelezen, maar bijna niemand weet nog dat hij in de jaren dertig tot en met zestig als een spin in het web van de Nederlandse protestants-christelijke literatuur zat.
Als zeventienjarige jongen richtte Risseeuw in 1919 het tijdschrift Opgang op. In 1923 ging hij over naar de redactie van het nieuwe Opwaartsche Wegen, het gezaghebbende tijdschrift van de Jong-Protestantse literatuur. Hij organiseerde literaire conferenties, redigeerde verzamelwerken, adviseerde uitgevers, was bemiddelaar tussen uitgevers en aankomende auteurs, was redacteur letteren van De Christelijke Illùstratie De Spiegel en van Het Zondagsblad van De Rotterdammer.
Risseeuws romans ruiken naar Scheveningen en Den Haag, vooral zijn scherp geobserveerde en helder geschreven kroniekachtige romans over het gereformeerde leven van 1900 tot 1960: Gasten en vreemdelingen (1960) en Kinderen en erfgenamen (1964). Hij woonde zelf vele jaren in de Haagse Lombokstraat, waar zijn huis een centrum van protestants literair leven was. Veel eerder al schreef hij de sociaal-kritische roman Is het mijn schuld? (1937), dat hem in conflict bracht met het domineesestablishment. In de oorlog bereidde hij de driedelige romanreeks Landverhuizers (1947-1951) voor, over de emigratie van negentiende-eeuwse gereformeerden naar Amerika. Deze reeks bezorgde hem het lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.
Zijn correspondenties met Willem de Mérode, J.K. van Eerbeek, Anne de Vries, Bert Bakker, Klaas Heeroma, Piet Korthuys en vele anderen getuigen van zijn bemiddelende rol tussen schrijvers en uitgevers. In het Liber Amicorum vond ik een dichterlijke bijdrage van Fedde Schurer, die ik nu graag publiceer in Nieuw Letterkundig Magazijn. Het stelt namelijk meer voor dan alleen een lovend gelegenheidsgedicht. Het is een speels-serieuze plaatsbepaling van Risseeuw binnen de ‘Christelijke Auteurskring’, voor en na de Tweede Wereldoorlog, maar vooral in de jaren dertig. Schurer noemt dat een tijd ‘tussen Barth en Bartje’. Inderdaad speelde de theologie van Karl Barth een grote rol onder de Jong-Protestanten. C. Rijnsdorp en Roel Houwink waren het, op grond van hun verschillende visie op Barth, stevig met elkaar oneens over de vorming van belijnd omschreven christelijke organisaties. Een andere voortdurende strijdvraag betrof de kwaliteit en de gewenste reikwijdte van de christelijke literatuur. Risseeuw pleitte vooral voor goed geschreven volksliteratuur voor het christelijke publiek, zoals Bartje van Anne de Vries, Burgers in nood van H.M. van Randwijk en Beumer & Co van J.K. van Eerbeek. Maar J.K. van Eerbeek zelf, en ook Rijnsdorp en Houwink waren meer filosofisch-essayistisch ingesteld. Risseeuw toonde bijvoorbeeld reserves tegenover de tamelijk moeilijke ideologische roman Gesloten grenzen (1935) van J.K. van Eerbeek, waar Menno ter Braak nu juist enthousiast over was.
Risseeuw heeft z'n leven lang om den brode op de Twentsche Bank gewerkt. Hij was daarin de lotgenoot van C. Rijnsdorp. Zo'n bankbaan paste niet bij hun creativiteit. In hun vrije tijd leidden ze in de literatuur hun werkelijke leven.
Na de Tweede Wereldoorlog richtte Risseeuw samen met Rijnsdorp en D. van der Stoep het culturele blad Ontmoeting op, net als Opwaartsche Wegen christelijk van signa-
tuur, maar bewust meer een ontmoetingsplaats dan een gesloten zuil. Hij was nog een reeks jaren redacteur. Niet lang na de veelbekeken televisiebewerking van zijn roman De glazen stad (een euforie die hij absoluut niet deelde) overleed Risseeuw op 11 juni 1968, 67 jaar oud. Wie meer over hem wil weten verwijs ik naar het uitvoerige herdenkingsartikel ‘Klem je vast aan de mensen’, dat ik schreef in het literair tijdschrift Liter (nr. 17, mei 2001, tel. 079-3628628) toen het dit voorjaar honderd jaar geleden was dat Piet Risseeuw geboren was.
Hieronder staat het niet eerder gepubliceerde vriendengedicht van Fedde Schurer afgedrukt. Ik heb het ruimschoots van toelichtende noten voorzien. Een toegift daarop is de column die D. van der Stoep aan het Liber Amicorum voor Risseeuw bijdroeg.
Fedde Schurer Zestig - en wat dan nòg?
Bijdrage aan het Liber Amicorum 1961 voor P.J. Risseeuw
Aanschouw de man, die zestig jaar trotseerde die eens - hoe lang geleden - debuteerde1 maar die, bij alle veelgeprezen werken toch immer aan de toekomst zich blijft sterken steeds onvoldaan en rusteloos op zoek naar 't ene, goede en onvervangbre boek dat elke ware schrijver nog moet schrijven eer hij zich weerloos met de stroom laat drijven.
Risseeuw, wij groeiden op dezelfde akker2 - jouw feest roept sluimerende beelden wakker, gun dat ik nog een loflied in majeur zing op de onvolprezen Christelijke Auteurskring3 waarin voor mij, die nauwlijks integraal was4, toch jouw figuur steeds boeiend en centraal was waar zijn nu al die jaren heengegleden - wat was het mooi - wat is het lang geleden -
Daar wandelde ik, nog schuchter en verlegen aan jullie hand op de Opwaarts gaande Wegen5 daar vierden wij, bij lever, ui en spek6 de glorie van het reeds Verzeild Bestek7. 't Was heerlijk, lang en levend te vergaderen en gretig 't laatste nummer8 te doorbladeren van eigen grootse plannen te vertellen en andrer manco9 feilloos vast te stellen.
Gedenk hoe Van de Hulst10 ons presideerde, Kees Rijnsdorp11 ons zijn milde wijsheid leerde, hoe Heeroma (die Klaas)12 ons volk ten heil ons opriep tot zijn derde en laatst reveil,13 hoe Jan de Groot, die door-fidele kerel soms jubelde als een verrukte merel14 en Van der Stoep werd tussen Klaas en Jan A wiser and a sadder Dingeman15 -
Wie zou de naam van Van der Leek16 vergeten zo wreed vermoord door heersende proleten17 en Hein de Bruin, zoekend naar wat zou blijven die zijn benauwenis niet weg kon schrijven en die verbijsterd onze kring ontviel - gedenk hem nog, en hebbe God zijn ziel -18 van tijd tot tijd blijft ons hun beeltnis wenken tot vroeger dagen om Hernieuwd Herdenken19.
Elk had zijn stem, talent, postuur en landaard van Mary Pos20 tot Burger (van de Standaard)21 Piet Korthuys22 zag bezorgd de Wegen Wijken23 Van Randwijk24 ging brutaalweg over lijken hij woedde fel en veel, maar treurde niet al stond hij met ons op Verbeurd Gebied25; wie eens een dubbeltje is wordt nooit een kwartje - zo slingerden wij tussen Barth26 en Bartje27.
Al is de kring nu uit elkaar gedreven28 we zijn toch, Piet, Goddank onszelf gebleven - geboren in een andre, rust'ger eeuw voel je je een Landverhuizer29 van Risseeuw die in het land dat aan de kim gaat lichten steeds weer een nieuw Jeruzalem wil stichten terwijl we toch, waarheen we ook zullen drijven Gasten immers en Vreemdelingen30 blijven.
Het jong verleden blijft je fascineren je zag veel tijdelijks door de tijd verteren zelfs wat je vast en onaantastbaar dacht wordt later zonder pijn omhals gebracht en leuze, dogma, richtlijn en beginsel ze blijken vaak een voos gedachtespinsel dat enkel grotere verwarring schept juist als je zo'n behoefte aan houvast hebt. -31
Wat maakt het uit, windmolen of atoom de oude taal of 't nieuwe idioom? Zestig of niet, steeds komt de stem je wekken: zeg tegen Isrel dat het voort moet trekken32. Door de woestijn of door de Rode Zee - geen nood, kun je nog zingen zing dan mee. al word je oud, je blijft het eeuwig kind voor wie elk jaar het leven nieuw begint.
Dank voor je vriendschap, ver en nochtans warm,
heb lief, en geef het leven weer een arm de zon gaat op, het water vloeit en ebt tot je 't uiteindlijk woord geschreven hebt. Geluk daarom, mijn beste Piet Risseeuw, wiegel je argloos als een witte meeuw op deze vreemde zee van Gods genade - ‘Blijf bij ons Heer, verlos ons van de kwade.’33
Fedde Schurer