terug  begin  verderprepost
[p. 24]

Experimenten

Han van der Vegt

III
 
vandaag heb ik een mens gemaakt
 
van leer en roest
 
een hol teervat met schorre weerklank
 
omkleed ik strak met een berenvel
 
de klauwen en poten snij ik weg
 
die heeft zij niet nodig, de kop die
 
zielloos gaapt heeft zij ook niet nodig
 
ik sla haar wat oude spijkers in
 
op de plaatsen waar zij lijden moet
 
een paar koehoorns, sierlijk van kromming
 
splits ik haar in de lies
 
door het laatste roestgat laat ik twee
 
nachtegalen naar binnen floepen
 
met zangzaad genoeg voor vijf dagen
 
dan hecht ik af, ga zitten en wacht
 
dunne hoest kondigt het leven aan
 
daar reutelt haar stompe einde zacht
 
zij richt zich op, zij spreekt!
XII
 
vandaag heb ik een mens gemaakt
 
van zweet en porselein
 
op haar witte ontvankelijkheid
 
troont een sfinxenbek van een stortbak
 
het wedgwood van haar gevoelsleven
 
geeft zij vrijelijk te leen aan de
 
mergzoet slurpende tempeliers die
 
in haar kelder concilie houden
 
koperberingde nubiërs, met
 
serviesgoed overladen, klimmen
 
de trappen op en af
 
schaamte kent zij niet, noch verleden
 
wie kan bogen op zo'n fris gemoed!
 
zij zet het in rekken in haar op
 
leeuwenpoten geschraagde wasteil
 
vanaf de vier hoeken spuiten haar
 
dolfijnen haar maagdelijkheid van
 
zwadder en zoedel rein

prepostterug  begin  verder