
Dat satire op Oranje van alle tijden is, blijkt bijvoorbeeld uit achttiende-eeuwse tijdschriften als Janus. Als op 1 januari 1787 het eerste nummer van dat weekblad uitkomt, blijkt al snel hoe vernieuwend het is. Het verschijnt op het moment dat de politieke strijd tussen oranjegezinden, die de gevestigde orde vertegenwoordigen, en patriotten, die meer invloed op het lokale en provinciale bestuur willen, op zijn hoogtepunt is. Platte partijzucht wordt in het blad afgewezen, maar daarom is Janus niet minder patriots.
In een voortdurend wisselend perspectief biedt de redactie lezers politieke keuzen en vermaak aan. Deze politiek-literaire polemische Janus is het resultaat van een nieuwe vorm van de tientallen politieke tijdschriften die in de jaren '80 van de achttiende eeuw verschijnen. Het blad is volstrekt uniek en komt uit op een moment waarop de lezersmarkt aan periodieke innovatie en politiek-verlichte impulsen toe is.
De redactie wil andere politieke schrijvers beïnvloeden en de publieke opinie bespelen. Janus richt zich daarbij niet op het politieke middenkader of de lagere sociale klassen, maar mikt vanaf het begin van zijn verschijning met een superieure penvoering op het intellectuele deel van de Verlichte burgerij. De lezers van Janus moeten over een behoorlijke algemene kennis hebben beschikt om het politieksatirische blad te begrijpen.
Maar het gaat bij Janus niet alleen om satire. Het is deze literaire vorm die de redactie heeft gekozen om haar bezorgdheid over de teloorgang van het land aan de kaak te stellen. In het vermolmde stadhouderlijk bestel ziet de redactie vooral de oorzaak van alle ellende.
Janus is een mooi en interessant voorbeeld van een literair-politiek experiment uit de jaren '80 van de achttiende eeuw, dat tot na 1800 een voorbeeldfunctie voor andere gelijksoortige bladen is geweest. Een blad als Janus kon alleen maar verschijnen na een periode van radicalisering en inhoudelijke vernieuwing, een fase waarin de Republiek zich vanaf 1785 bevond. De patriotse redeneertrant verschuift van historisch naar natuurrechtelijk en wordt in feite ‘revolutionair’, gericht op volkssoevereiniteit. Janus rekent definitief af met de historische argumentatie, die anno 1787 nog in bladen als De Post en De Kruyer voorkomt, en ontpopt zich als een duidelijk voorbeeld van het ‘nieuwe denken’. Na de radicalisering in 1785 en de burgeroorlog in 1786 bezinnen vele patriotten zich op de vraag hoe het nu verder moet met hun beweging: is dit allemaal wel de bedoeling? Loopt de zaak niet uit de hand? Sommigen lopen over naar het andere kamp, anderen manen tot matiging. Waar de een deëscaleert probeert de ander, zoals Janus, de aandacht en politieke belangstelling van de verlichte, politiek bewuste en overwegend patriotse burgerij vast te houden en tegelijkertijd de doelstellingen van de patriotse beweging overeind te houden. De redactie experimenteert met een spannende manier: de nieuwe Janus-formule. Daarin wordt de radicaliteit van het revolutionaire patriottisme overeind gehouden, maar wordt de kracht van die revolutionaire boodschap wat ‘verzacht’, beter: acceptabel gemaakt door de gekozen literaire vormentaal van satire en ironie. Tegelijkertijd wordt daarmee de verveling van de almaar herhaalde en inmiddels fors ingeramde patriotse boodschap ontweken. Waar andere bladen in het licht van de crisis een stap terug doen, zet Janus op ingenieuze wijze een stap vooruit. De Janus-formule is daarmee een superieure vorm van patriottisme. Het succes van die stap vooruit wordt in zekere zin bewezen door de reeks navolgers tussen 1787 en 1802.
Stokebrand Janus is om uiteenlopende redenen opgericht: het blad wil de oppositionele krachten tegen het stadhouderlijk stelsel, verpersoonlijkt in prins Willem V, bundelen door het politieke debat nieuwe impulsen en argumenten te geven, patriotten bewegen in gewapende actie tegen de stadhouder en zijn gunstelingen te komen, en het wil de dreigende ontmanteling van het patriotse bolwerk Utrecht voorkomen. Daar is de democratie het verst doorgevoerd. Het zijn evenwel patriotse uitgangspunten en wensen, die tot 1786-1787 tot vervelens toe zijn herhaald en hun werking dreigen te verliezen. De redactie onderkent het gevaar van de onmachtige patriotse verdediging blijkend bij het leggen van de garnizoenen te Hattem en Elburg in september 1786; zij is ervan overtuigd dat de patriotse beweging een sterke landelijk opererende leider ontbeert. Maar die blijkt niet te vinden, en zodra iemand zich als zodanig opwerpt, maar in Janus' ogen ongeschikt is, wordt hij gena-
deloos neergesabeld. Als daarenboven de typische bureaucratische structuur van de Republiek de patriottenbeweging infecteert, waardoor gewapende acties almaar niet op gang komen, lijkt een politieke verandering niet meer te verwezenlijken. De redactie profeteert de overwinning van de zittende machthebbers en hoopt dat het ‘Nakomelingschap’ wel de gewenste democratische veranderingen teweeg zal brengen. De redactie regisseert dan een dramatisch afscheid. Bij de keuze om het weekblad te beëindigen zal kritiek uit eigen kring mede een rol hebben gespeeld. Tot het afscheid heeft de redactie in venijnige satires de stadhouder en diens bestel aangevallen. Zij ging daarbij niet zachtzinnig te werk, Willem V, zijn familie en zijn voorouders worden als een gewelddadig, geldverslindend, zuipend en verkrachtend geslacht te kijk gezet.
Pieter van Wissing, Stokebrand Janus 1787. Opkomst en ondergang van een achttiende-eeuws satirisch politiek-literair weekblad. ISBN 90-75697-99-6, gebonden, rijk geïllustreerd, 600 pagina's, € 34,90.