Begraven bij Carde
Verzonken in nagemaakte nachtrust,
De vensters, wanden, de zwarte plafonds -
Naar buiten, waar het zonlicht verlamt
Met exploderende maïsvelden alom.
De wind alleen verkoelt de kleuren
Tijdelijk in het dorp en eindelijk,
Vrij van vreemdheid, wij dan, terecht
Gekomen op onze plaats.
Doel bereikt,
Keien als besmeurde hersens,
Reis ten einde -
Wolken dreunend in de maag.