|
|
|
| | | | | |
| |
Aanvullingen en verbeteringen.
| Bl. 15 r. 1 v.o. | voege
men bij : Zie op bl. 624 de oorzaak, waardoor ik verhinderd geworden ben aan
dit voornemen gevolg te geven. |
| Bl. 49 | luidt het
opschrift: De belijdinghe van
Jacques. lees: Proeven van
spelling. |
| Bl. 110 r. 5 v.o. | voege
men bij: De arend is in de volkspoëzie van dien tijd eene gewone
aanduiding van den keizer. |
| Bl. 182 r. 5 v.o. | De
woorden: ‘Hij zal .... opgenomen’ te schrappen om de reden,
hieronder bij bl. 368 opgegeven. |
| Bl. 187 r. 4
v.o. | voege men bij: Ook de Groote Offerboeken en Van Braght zeggen
alleen ‘die het leven heeft gelaten’; het lied, dat op dezen brief
volgt, echter (bl. 193 r. 6 v.o.) ‘die vroom aen een pael heeft
gestaen’. Dus is
Peter verbrand. |
| Bl. 206 r. 4
v.o. | staat: 37 vo lees: 37
ro |
| Bl. 219 r. 5 v.b. | (in het opschrift)
voege men bij het woord ‘aldaer’ deze
aanteekening: |
| | Zoo reeds no. 1, 1562. Dus:
te Kortrijk, volgens den (iets lateren) uitgever. Het lied (van
een tijdgenoot), bl. 235 vg., sluit dat niet buiten, maar vermeldt het evenmin
uitdrukkelijk. Daarentegen noemt de oude kroniek, afgedrukt in het
Memorieboek van Gent, II, bl. 268, Gent als de
stad, waar 27 Juli 1553 ‘een herdooper uyt Curtricken,
genaemt...’ is verbrand. Dit is
Joos geweest:
De Potter,
Geschiedenis van Kortrijk, IV, bl. 100. Met de
Bibliographie, I, p. LXXIX (1552 is daar eene fout voor 1553) en II p.
720, gaf ik dan ook boven bl. 17 als plaats der executie Gent
op. |
| Bl. 260 r. 9 v.o. | staat: behalve hier en fol. 142
vo lees: behalve hier en op nog drie plaatsen: zie de
Inleiding, bl. 35, 36. |
| Bl. 271 r. 3 v.o. | In
overeenstemming met de vorige verbetering schrappe men hier ‘zie
aanteekening 1 op fol. 137 ro’ en verbetere men op r. 2 en 1
v.o. de woorden: ‘Hiernaar moet enz.’. |
| Bl. 337 r.
1 v.b. | (in het opschrift) staat: no. 3 lees no.
4 |
| Bl. 361 r. 13 v.b. | Bij ‘vanden Vader ende den
Sone beyde’ als aanteekening te voegen: Zie bl. 646, aanteekening
2. |
| Bl. 368 r. 10 v.o. | Men schrappe de woorden:
‘zie dien .... des Heeren’. |
| | | |
| Wat thans den inhoud
van dit deel uitmaakt, bleek allengs meer vellen druks in beslag te nemen dan
zich vooraf had laten vermoeden. Zoo ben ik wel genoodzaakt geweest mijn
oorspronkelijk plan te laten varen en heb ik noch van Plouier noch van andere
martelaars uit het Offer des Heeren ook die brieven aan het einde van
dit deel kunnen opnemen, die elders dan in dat boekje
voorkomen. |
| Bl. 379 r. 1 v.o. | staat: fol. 317
vo lees: fol. 219 ro |
| Bl. 405 r. 21
v.o. | Om dezelfde reden als zoo even bij bl. 368 is opgegeven schrappe
men de woorden: ‘Het geheele tweede.... worden
afgedrukt.’ |
| Bl. 408 r. 3 v.o. | voege men bij: Zie
bl. 656, aanteekening 3. |
| Bl. 457 r. 1 v.o. | staat:
aanteekening 1 op fol. 261 vo lees: aanteekening 4 op fol. 260
vo. |
| Bl. 462 r. 4 v.o. | Men voege hierbij:
Zie over dat ‘u.l.’ als afkorting van ‘uwer liefde’ bl.
633, aanteekening 2. |
| Bl. 477 r. 3 v.o. | staat: loon des
// leuens lees: loon // des levens |
| Bl. 521 r. 21
v.b. | staat: 9 jaren lees: 12 jaren. |
| Bl. 530 r. 1
v.o. | Bij te voegen: Zie bl. 658 r. 6. v.b. |
| Bl. 544 r.
1 v.o. | Achter de woorden ‘Antwerpsch .... bl. 114,
121’ late men volgen: |
| | Intusschen blijkt uit dit
lied zelf, bl. 547 r. 17 en 19 v.b. (‘op de merct’, ‘aen den
staeck’), dat
Willem niet verdronken is maar verbrand. De dichter
immers kan zich niet hebben vergist: hij was er zelf bij tegenwoordig geweest:
zie bl. 547 r. 14 v.o. Ook was zijn lied reeds in het
Nieu Liedenboeck, in 1562 en dus slechts twee
jaren na het gebeurde verschenen, opgenomen. Wij moeten dus wel aannemen, dat,
'tgeen meer voorkomt, die opteekening in de rekeningen van den markgraaf
(Antwerpsch Archievenblad, IX, bl. 121; in het boek van
de Vierschaer, t.a.p. bl. 114, staat alléén
‘executio’) eerst een tijd lang na het gebeurde en achteloos is
geschied; of dat
Génard ‘metten watere’ las, terwijl er
‘metten viere’ stond. De Groote Offerboeken hebben
‘verbrand.’ Dit alles geldt ook van
Goris en
Joachim, bl. 560. |
| Bl. 560 r. 5
v.o. | Bij ‘verbrand’ gelieve men te voegen: Dit
‘verbrand’ is insgelijks aan het lied, bl. 361, 362, 'twelk ook
reeds in 1562 was gedrukt, ontleend. De rekeningen van den markgraaf en het
boek van de Vierschaer zeggen hier eveneens ‘verdroncken’ en
‘executio’ (zonder meer):
Antwerpsch Archievenblad, IX, bl. 121, 122 en
115; evenals zij bij
Willem Cleermaker doen. |
| Bl. 577 en
579 | staat in het opschrift: liij. lees: iiij. |
| Bl. 658
r. 6 v.b. | Zie bl. 530, aanteekening 3. |
|
|
|