Ons Erfdeel. Jaargang 12


auteur: [tijdschrift] Ons Erfdeel


bron: Ons Erfdeel. Jaargang 12. Stichting Ons Erfdeel, Rekkem / Raamsdonk-Dorp, 1968-1969


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Duitse parlementsleden wensen meer Nederlands op school.

Meer dan 99% van de schooljeugd in het grootste Duitse Bundesland (Noordrijnland-Westfalen) komt in het lager en middelbaar onderwijs nooit in aanraking met Nederlands taalonderricht. Ook sedert de officiële erkenning van het Nederlands als schoolvak aan gymnasia en Realschulen in Noordrijnland-Westfalen, d.i. sedert januari 1967, kwam daar weinig verandering in. De nieuwe minister voor kultuur en opvoeding nam namelijk na een half jaar het Nederlands niet meer op in de mogelijke keuzevakken, de zogenaamde Wahlpflichtfächer, van de Realschulen. Dergelijke keuzevakken dienen, eenmaal gekozen, gevolgd te worden tot aan het einde van de studies aan de Realschule. Toen het onderwijs van het Nederlands niet meer in de lijst der keuzevakken opgenomen was, weigerden de schooldirekties de pas gekreëerde schoolnederlandistiek verder uit te bouwen of toe te passen. Dat was natuurlijk een gevoelige klap voor het nieuwe keuzevak, dat bovendien nog maar aan heel weinig scholen aan bod kwam, aangezien bevoegde leraars Nederlands veelal ontbraken.

 

Het is een vicieuze cirkel: in deze aan

[p. 191]

België en Nederland grenzende deelstaat krijgen de leerlingen van het middelbaar onderwijs geen serieuze kans om met de Nederlandse taal en kultuur kennis te maken, en daardoor lokt ook de leerstoel Nederlands te Keulen onvoldoende gegadigden, zodat er geen leraren Nederlands gevormd kunnen worden... Sinds tientallen jaren wordt in Noordrijnland-Westfalen niet één kandidaat-leraar Nederlands per jaar gevormd! En dit heeft niet alleen zijn weerslag op het onderwijs, maar ook in de wereld van de pers, de diplomatie en de supranationale instellingen.

 

Onder impuls van Dr. Hüsch hebben 21 kristen-demokratische leden van de Landtag van Noordrijnland-Westfalen nu gezamenlijk geïnterpelleerd. De interpellatie bestrijkt het hele probleem. Ze begint met de vraag: ‘Wat doet de Landsregering voor de bevordering van de kulturele betrekkingen met de Nederlanden en België, vooral op het gebied van het onderwijs?’ En eindigt als volgt: ‘Wat is de Landsregering nu voornemens te doen om de vriendschappelijke betrekkingen met het Nederlands-Vlaams taalgebied te verdiepen?’

 

Het is nu zo dat vandaag de dag alleen in Sleeswijk-Holstein de taal der buren (in casu het Deens) aan de Duitse scholen onderwezen wordt. Toch is de studie van de taal der buurlanden een eerste vereiste om tot een echt gesprek te komen. Vooral in het grensgebied van Aken tot Emden zou een zekere wederkerigheid beslist niet misplaatst zijn (Nederland zowel als België leveren inspanningen voor het onderwijs van de Duitse taal) en we kunnen wel zeggen dat de aktie van de 21 Duitse politici de Landsregering van Noordrijnland-Westfalen voor een echte ‘Europese’ beslissing plaatst.

Jan Deloof