Ons Erfdeel. Jaargang 35


auteur: [tijdschrift] Ons Erfdeel


bron: Ons Erfdeel. Jaargang 35. Stichting Ons Erfdeel, Rekkem / Raamsdonksveer 1992


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Schoten rondom Vestdijk (Martin Hartkamp)

Essays over literatuur maken tegenwoordig moeilijke tijden mee. In tegenstelling tot werken over geschiedenis, holisme en bepaalde domeinen uit de exacte wetenschappen, kunnen ze zich allerminst verheugen in een massale publieke belangstelling. Als gevolg daarvan worden bestaande

illustratie

Simon Vestdijk (1898-1971).


reeksen van literaire essays bij belangrijke uitgeverijen afgebouwd of alvast op een laag pitje gezet; denken wij maar aan de essayreeks van Manteau of de Synthese-reeks van de Arbeiderspers.

Juist daarom is een initiatief als dat van de Stichting Dimensie uiterst welkom. Deze Leidse ‘Stichting voor letterkundige en wetenschappelijke uitgaven’ heeft het op zich genomen om interessante essays te publiceren in een relatief kleine oplage, via een systeem van donateurs, abonnementen en intekeningen. Daardoor werd het mogelijk om een waardevol fonds uit te bouwen van sober maar verzorgd uitgegeven boeken. Zo zagen de jongste jaren essays het licht over onder meer Willem Kloos, Pierre Kemp, W.F. Hermans, Elisabeth Eybers, en over Vlaamse auteurs als Hugo Claus, Christine D'Haen, Paul de Wispelaere en Anton van Wilderode.

Enige tijd geleden verscheen bij Dimensie Schoten rondom Vestdijk, een verzamelbundel van de hand van Martin Hartkamp. Het nieuwe boek vormt bijgevolg een aanvulling bij zijn essaybundel Identificatie en isolement, die eerder in dit tijdschrift werd voorgesteld. In dat ambitieuze werk ontwikkelde Hartkamp een coherente, originele visie op de totaliteit van Vestdijks omvangrijke oeuvre, door de problematische relatie tot het zelf (identificatie) en tot de ander (isolement) centraal te stellen. Bij de uitwerking van die gezichtspunten ging Hartkamp allerminst de polemiek met andere critici uit de weg, een houding die hem, begrijpelijkerwijze, niet steeds in dank is afgenomen.

Dit nieuwe boek bundelt een twintigtal kortere, erg uiteenlopende bijdragen. Naast enkele recensies van publikaties van en over Vestdijk werd een aantal uitdrukkelijk polemische teksten opgenomen. Vooral in die laatste categorie trapt Hartkamp wild om zich heen, in een verwoede poging om zijn gelijk (en dat van zijn idool Vestdijk) te bewijzen. Soms gaat het daarbij inderdaad om cruciale

[p. 439]

kwesties: zo verzet Hartkamp zich terecht tegen een al te vlotte ‘autobiografische’ interpretatie van Vestdijks werk en is het boeiend om zijn bezwaren tegen de uitgave van Vestdijks Nagelaten gedichten te lezen. Elders betreft het echter nauwelijks meer dan onbelangrijke voetnoten in het Vestdijkonderzoek. Daarbij komt nog dat de criticus geregeld zijn toevlucht neemt tot minder fraaie argumenten ad hominem. Niet enkel de zogenaamde ‘fouten’ van zijn tegenstrevers worden blootgelegd en ‘verbeterd’, maar zij zelf worden geïroniseerd en aangevallen op een niet relevante (en ronduit oneerlijke) wijze; vooral Adriaan Morriën, K.L. Poll en Gerben Wynia (‘Rioolessayistiek’!) moeten eraan geloven.

Toch bevat Schoten rond Vestdijk een aantal lezenswaardige bladzijden. Dat geldt voornamelijk voor de bijdrage waarmee het boek opent. ‘De kritiek en Het genadeschot’, een geruchtmakend Merlyn-essay uit 1965, is een van de eerste artikelen in het Nederlandse taalgebied waarin niet het literaire werk, maar de literairkritische uitspraken daarover werden onderzocht. Hartkamp gaat allereerst in op de verschillende interpretaties die recensenten van Vestdijks roman gaven; daarbij besteedt hij scherpzinnig aandacht aan verhaalstructuur, thematiek, taalgebruik en de waarschijnlijkheid van het gegeven. Aansluitend worden dan de waarde-oordelen van de afzonderlijke critici bestudeerd en de globale opbouw van de recensies aangegeven. Het besluit van dit onderzoek is zonder meer vernietigend. Oordelen worden te zelden gemotiveerd en zijn vaak gebaseerd op extraliteraire maatstaven: ‘Minder dan tien procent van de kritieken beantwoordt nagenoeg als geheel aan de criteria voor een goede boekbespreking, die immers ter zake en verhelderend dient te zijn’ (p. 24). Achteraf beschouwd valt wel op hoe Hartkamps discussie te zeer gericht is op een normatieve beoordeling in termen van goed of fout, en hoe hij te weinig aandacht besteedt aan factoren die de zienswijze van recensenten kunnen helpen verklaren. (Terloops, het was toch niet zo moeilijk om de H.L. van Volksgazet als Hubert Lampo te identificeren?)

Samengevat: in tegenstelling tot Identificatie en isolement lijkt Schoten rondom Vestdijk mij geen onmisbaar boek voor de Vestdijkstudie. De meest interessante essays kan iedereen immers zonder veel moeite in hun oorspronkelijke tijdschriftvorm (Merlyn en de Vestdijkkroniek) terugvinden, een aantal recensies zijn inmiddels ruimschoots gedateerd, en de polemische losse flodders leveren niet meteen boeiende gezichtspunten op. Hartkamp is zijn lezers revanche verschuldigd.

 

Dirk de Geest (N.F.W.O.)

martin hartkamp, Schoten rondom Vestdijk, bezorgd door Rudi van der Paardt, Dimensie, Leiden, 132 p.