terug  begin  verderprepost

Sam Dillemans, een geboren schilder

De kunstschilder Sam Dillemans (º1965, Leuven) is een jong talent dat zich al duidelijk profileert in het landschap van de Vlaamse beeldende kunst. De meeste Vlamingen hebben een sterk picturaal vermogen. Bovendien is een bepaalde zin voor theatraliteit, dramatiek en emotionaliteit de Vlaamse volksaard niet vreemd. Deze eigenschappen vinden we ook terug in de beeldende kunst. Dat is eveneens het geval bij Sam Dillemans.

Een rechtlijnige en klassieke opleiding heeft deze jonge kunstenaar nooit gehad en ook nooit gewild; daar was hij te ongedurig voor. Hij zwierf van de ene kunstacademie naar de andere om te doen wat hij het liefst deed: werken naar levend model. Uiteindelijk heeft hij zijn meesterproef afgelegd aan de academie van Tourcoing en dat leverde hem het diploma op waarmee hij kon lesgeven. Hij is nu tekenleraar aan de Koninklijke Academie

illustratie
Sam Dillemans, ‘Anja’, 1994, olie op doek, 115 × 85 cm.

voor Schone Kunsten in Antwerpen, de stad waar hij leeft en werkt.

Zijn eigenlijke initiatie en vorming nam hij zelf ter hand door het intensief bestuderen en kopiëren van grote voorbeelden als Rembrandt, Van Gogh, Soutine en Max Beckmann. Van hen leerde hij de vormentaal en de plastische techniek. Maar vooral was hij geboeid door de manier waarop zij met de verfmaterie omgingen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Dillemans' schilderijen gekenmerkt worden door dikke verflagen. Verschillende kleurlagen worden over elkaar heen aangebracht, waardoor een zinnelijke, haast tastbare ervaring ontstaat. Die opeengestapelde lagen zijn voor hem noodzakelijk, omdat hij daardoor systematisch de kleuroppervlakten elimineert, waardoor het eindresultaat donkerder, soberder en fundamenteler wordt. Niettemin blijven de onderliggende kleuren hier en daar zichtbaar en het op die manier ontwikkelde chromatische effect geeft diepte aan het schilderij. De dikte van de verfmassa draagt er bovendien toe bij dat er een licht/schaduweffect tot stand komt, waardoor een surplus aan picturaliteit ontstaat. Aangezien Dillemans een figuratief schilder is die hoofdzakelijk portretten en naakten tot onderwerp kiest, heeft het overschilderen nog een bijkomend effect: de overtollige anekdotische randelementen verdwijnen en de volle aandacht richt zich op het basisonderwerp.

[p. 131]

Portretten, waarbij het zelfportret een belangrijke rol speelt, en naakten zijn tot nu toe zijn belangrijkste onderwerpen. Het gaat hem daarbij niet zozeer om de fysieke uitbeelding als om het ontwikkelen van een vormentaal, die telkens een uitdaging vormt, met een gelaatsuitdrukking of een houding. In de zelfportretten gaat Dillemans het verst in het onderzoek naar de picturale uitdaging, omdat de gelijkenis hier voor hem minder belangrijk is dan de psychische uitdrukking. De kunstenaar is in zijn korte leven door diepe dalen gegaan en die periodes komen tot uiting in deze dramatische egoschilderijen, terwijl in de portretten die hij vrij of in opdracht maakte uiteraard de fysieke persoonlijkheid een rol speelt. In een tussenperiode concentreerde hij zich op één bepaald model, dat hij voortdurend tekende en schilderde als was het een oefening om alle facetten ervan te bestuderen en onder de knie te krijgen. Typisch voor zijn schilderijen in het algemeen is zijn zorg het onderwerp zo centraal mogelijk te stellen, zodat de achtergrond vrijwel weggeschilderd wordt. Hieruit blijkt dat deze jonge schilder nog steeds met een permanent leerproces bezig is.

Dat is ook manifest in zijn jongste werken, waarin hij zich wijdt aan het naaktfiguur. Deze voor alle beeldende kunstenaars moeilijke opgave heeft hij bewust gekozen. Het gaat hem niet om het naakt als dusdanig, maar om de exploratie van de lichaamsvormen en de vertaling ervan in een picturaal idioom dat, in tegenstelling tot zijn vroegere werken, lichter geworden is zowel van kleur als van compositie. Men voelt duidelijk dat ieder lichaamsonderdeel gebruikt wordt om de picturale mogelijkheden af te tasten en te onderzoeken, waarbij een tweede model soms voor details van een arm of voeten gebruikt wordt om het centrale model te ondersteunen. Hoewel figuratief van factuur lijkt het erop dat Dillemans zijn modellen slechts als voorwendsel gebruikt om de primaire elementen van de schilderkunst - die in de abstracte schilderkunst prevaleerden - verder te exploiteren. Op die manier zoekt hij zijn weg naar de essentie van het schilderen.

 

Ludo Bekkers

prepostterug  begin  verder