Ons Erfdeel. Jaargang 40


auteur: [tijdschrift] Ons Erfdeel


bron: Ons Erfdeel. Jaargang 40. Stichting Ons Erfdeel, Rekkem / Raamsdonkveer 1997


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Film

On the road met Tony en Andreeke

Wanneer een nieuwe Vlaamse film op het publiek wordt losgelaten, heten de verwachtingen ‘gespannen’. De ervaring heeft geleerd dat het goed is je hart vast te houden. Maar wat moest je verwachten van deze verfilming van Tom Lanoyes Alles moet weg (1988), een lang aanslepend project dat uiteindelijk terechtkwam op de tafel van producent Dirk Impens (Favourite Films) en, jawel, regisseur Jan Verheyen?

Verheyen is een succesvol onafhankelijk filmverdeler, een energieke jongeling met een flinke dosis branie, die het ver heeft geschopt in de filmbusiness maar minder ver in de kunst van de regie. Zijn verdeelhuis, Independent Films, maakte in de voorbije tien jaar een steile opgang. Dat is ook het goed boerende Polygram Filmed Entertainment niet ontgaan: zij vonden in Jan Verheyen (en zijn collega Marc Punt) een aantrekkelijke partner voor een Belgisch filiaal van hun multinational. Verheyen kreeg er van Polygram een prestigieuze functie bovenop in de moedervestiging in Londen.

Zoals bekend heeft de regisseur Jan Verheyen twee films op zijn naam staan. Beide trokken om niet-artistieke redenen de aandacht: Boys (1991) kende met meer dan 300.000 bezoekers een aanzienlijk commercieel succes en met The Little Death (1995) stelden de Vlamingen met verbazing vast dat Verheyen erin geslaagd was zich de regiestoel van een echte ‘Hollywoodproductie’ toe te eigenen. Voor het overige zijn beide films het meest gediend met het grote vergeten.

Voor het scenario heeft producent Dirk Impens opnieuw zijn oog laten vallen op Christophe Dirickx, de beloftevolle scenarist van Manneken Pis (eveneens Favourite Films). Deze mooie en vaak gelauwerde film, geregisseerd door Frank van Passel, heeft veel te danken aan het sfeervolle en hecht gestructureerde verhaal van Dirickx met compacte krachtige dialooglijnen. Is Alles moet weg ook een nieuw Manneken Pis geworden?

[p. 140]

Onderschatting van overschatting

Niet echt, deze verfilming is geen onverdeeld succes, maar ook geen verschrikkelijk fiasco, zoals we die maar al te goed kennen. Impens heeft met regisseur Verheyen niet het niveau van Manneken Pis gehaald, maar er blijven best een aantal aardige passages overeind.

In grote lijnen blijft de film trouw aan de roman van Tom Lanoye. Ook de film Alles moet weg vertelt het verhaal van de mythomaan Tony (Stany Crets), die zijn rechtenstudies laat schieten voor een gefantaseerde topcarrière als verkoper. Mensen zijn dom en materialistisch en je kan hun dus eender wat aansmeren. Maar Tony onderschat zijn zelfoverschatting en alle pogingen tot verkoop lopen uit op catastrofes. Dan ontmoet hij een ruige maar sympathieke zielsverwant: Andreeke (een aanstekelijke Peter van den Begin). Net zoals Tony wordt Andreeke geplaagd door tegenslagen en een manklopend realiteitsbesef: hij stapelt mislukking op mislukking en gaat er op het einde aan ten onder. De kijker krijgt in de loop van hun tragikomische avonturen een empathische, grappige, en tegelijk ontluisterende kijk op de nijvere Vlaamse samenleving, want Alles moet weg zit, net zoals Lanoyes andere boeken, diep verankerd in de Vlaamse maatschappelijke en culturele ondergrond.

De kennismaking van Tony met Andreeke is de meest geslaagde passage van deze film. Ze is uitgewerkt als een lange, ononderbroken dialoogsequentie. Crets en Van den Begin laten hun acteertalent ongeremd de vrije loop. Dat levert een mooi stukje Vlaamse film op, in vele opzichten vergelijkbaar met de taferelen waar theatergezelschappen als Blauwe Maandag Compagnie en Het Gebroed zich in specialiseren. Er wordt vanuit de buik gespeeld, gezocht naar raakpunten met een ‘archetypische’ Vlaamse cultuur. Die zoektocht mondt uit in een vreemde mengstijl, waarin naturalisme, karikatuur, kolder en burleske elementen door elkaar lopen.



illustratie
Peter van den Begin, een schitterende Andreeke in ‘Alles moet weg’.


Die lijn heeft Jan Verheyen niet kunnen aanhouden, zodat deze episode iets krijgt van een nummertje in het geheel van de film. De vonk slaat immers niet altijd over. In heel wat scènes spelen acteurs op verschillende golflengtes of komt de enscenering niet tot leven: Tony's mislukte verkoopsessies, de relatie met zijn vriend Soo (Bart de Pauw), het trouwfeest van de familie Verbiest, enz.

Er is dus een aantal problemen. Scenarist Dirickx heeft te weinig afstand genomen van de roman. De stuntelige expositie is daar een goede illustratie van: de kijker verdrinkt in de eindeloze flarden tekst die Tony, in een mengeling van ‘buitenbeelds commentaar’ en GSM-gesprekken, dringend aan het filmpubliek kwijt moet. Als die expositie eenmaal voorbij is, geeft het vervolg een tamelijk heterogene indruk. Scènes worden vaak zo gecomprimeerd weergegeven dat de essentie ervan verloren gaat. Je krijgt dan het gevoel van de ene verhakte scène in de andere te vallen.

Alles moet weg lijdt bovendien aan een zekere mate van voorspelbaarheid. Het had sprankelender, origineler mogen zijn. Er is niets mis met de muziek van Noordkaap, alleen wordt die nogal vanzelfsprekend ingepast. Het ontbreekt de film ook aan eenheid van stijl. Met sfeer, ritme en timing zit het vaak fout. Een meer dwingende visie en een krachtiger signatuur hadden daaraan kunnen verhelpen.

 

Erik Martens