terug  begin  verderprepost

Oeuvrecatalogus van Jef van Hoof

De Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België pakt uit met een primeur. Voor de allereerste maal verschijnt een wetenschappelijk opgestelde en thematische catalogus van het oeuvre van een Vlaams componist. Voorbeelden van soortgelijke uitgaven zijn er wel, althans in het buitenland, en dan overwegend van de grote namen uit de muziekgeschiedenis. Heel bekend is de zogenaamde Köchel-Verzeichnis (K.V.) van het oeuvre van W.A. Mozart, of de catalogus die Otto Erich Deutsch (D.) opstelde van de werken van F. Schubert - om slechts twee voorbeelden te noemen. In die pléiade krijgt nu ook Jef van Hoof een plaats. Luc Leytens zorgde voor de realisatie.

Jef van Hoof is een van de voornaamste componisten uit de laat-romantiek in Vlaanderen. Hij werd te Antwerpen geboren in 1886 en overleed er in 1959. Na zijn studie aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium in zijn geboortestad was hij, naast organist, pianist en dirigent, o.a. leraar aan en directeur (1942-1944) van het voornoemde instituut. In 1917 richtte hij de muziekuitgeverij De Crans op. Die publiceerde in de loop der jaren vele werken van de componist. Momenteel is deze uitgeverij nog steeds actief, ook als concertenfonds en organisator van de driejaarlijkse compositieprijs-Jef van Hoof. In 1930 stichtte Jef van Hoof een eigen koper-ensemble. Samen met anderen organiseerde hij in 1933 voor de eerste maal een Vlaams Nationaal Zangfeest en zette daarmee een traditie in die nog jaarlijks plaatsvindt. De componist was een overtuigde flamingant, waardoor hij door sommigen op handen werd gedragen, door anderen verschopt en tegengewerkt. ‘Weinige componisten waren tijdens hun leven in Vlaanderen zo bekend - sommigen zouden zeggen zo berucht - als Jef van Hoof. Zijn roem dagtekende al van voor de Eerste Wereldoorlog en was voor een belangrijk deel toe te schrijven aan zijn onvoorwaardelijk engagement in de Vlaamse Beweging’, aldus Luc Leytens.

Het componeren zat Jef van Hoof in het bloed. Zijn eerste compositie dateert uit 1902. Met zijn strijdlied Groeninge behaalde hij in 1909 de prijs van het Algemeen Nederlands Zangverbond. Het maakte hem op slag beroemd en is nog steeds een van zijn populairste werken. Hij werd trouwens vooral bekend in een bredere kring door zijn ‘Strijdzangen’ en ‘strijdkoren’. ‘Meestal natuurlijk eerder om politieke dan om zuiver artistieke redenen.’ Die beroemdheid als ‘strijdzanger’ is echter een veel te eenzijdige erkenning van zijn talent. Jef van Hoof stelde een indrukwekkend oeuvre samen, waarin alle genres vertegenwoordigd zijn: liederen, opera's, kerkmuziek, koorwerken en instrumentale bladzijden voor alle mogelijke bezettingen. Samen met de zes symfonieën behoort zijn kamermuziek ongetwijfeld tot het beste wat de postromantiek in Vlaanderen heeft voortgebracht.

[p. 295]

Van dat oeuvre stelde Luc Leytens een volledige lijst op: 278 nummers, oorspronkelijke werken, gecomponeerd tussen 1902 en 1958. Dat overzicht vulde hij aan met ‘onzekere werken’, bewerkingen en anonieme composities. De werken worden voorgesteld in chronologische orde, wat voor de meeste bladzijden geen moeilijkheden opleverde, omdat een groot aantal autografen door de componist precies werd gedagtekend. Van elk werk worden de eerste maten in een keurig notenbeeld afgedrukt, van de meerdelige partituren staat zelfs het incipit van elk deel genoteerd. Dat is voldoende om een juist idee te krijgen van de aard en het idioom van het werk. De auteur heeft zich echter niet beperkt tot het notenbeeld. Systematisch vermeldt hij voor elke compositie de bezetting, de plaats en datum van compositie, eventueel de tekstdichter, de uitgave(n), de tessituur, het aantal maten, de eerste uitvoering en de mogelijke opdrachtgever. Hij geeft verder aan waar het manuscript bewaard wordt en noteert eventueel de referenties van de discografie.

In tegenstelling tot wat men op het eerste gezicht zou verwachten, biedt deze catalogus meer dan een droge opsomming van cijfers, jaartallen en bibliografische gegevens. Van de vier opera's geeft de auteur ook de korte inhoud. In de gedetailleerde levenskroniek - jaar per jaar opgesteld - situeert hij verscheidene werken in de juiste biografische context en corrigeert hij enkele onnauwkeurigheden die in een vroeger biografie (Beknopte kroniek van Jef van Hoof, 1986) waren binnengeslopen. Het geheel werd aangevuld met o.a. een overzicht van het literaire werk van Jef van Hoof, de iconografie met betrekking tot de componist en een uitgebreide bibliografie. Een alfabetische titel-catalogus vergemakkelijkt het opzoeken en een twintigtal afbeeldingen verluchten de studie.

Deze thematische catalogus is het resultaat van jarenlang monnikenwerk en getuigt van

illustratie
Jef van Hoof (1886-1959) - Foto P. van den Abeele.

een wetenschappelijke acribie. Het is een standaardwerk dat in geen enkel opzicht hoeft onder te doen voor soortgelijke publicaties in het buitenland.

 

Hugo Heughebaert

luc leytens, Thematische catalogus van de werken van Jef van Hoof, K.A.W.L.S.K., Paleis der Academiën, Brussel, Uitgeverij Brepols, Turnhout, 514 p.

prepostterug  begin  verder