terug  begin  verderprepost
[p. 298]

Taal- en cultuurpolitiek

Nederlands aan de Universiteit van Wenen

Sinds de Frankfurter Buchmesse in 1993 onze literatuur centraal stelde, is de Nederlandse taal en cultuur geen grote onbekende meer in Duitsland. De belangstelling voor sommige auteurs uit de Lage Landen groeide. Duitsland beschikt ook over een aantal goed uitgeruste leerstoelen Nederlands, waarbij Keulen en Munster zonder twijfel de kroon spannen. Er is reden voor enig optimisme, maar is dit verantwoord voor het hele Duitse taalgebied, dus ook voor Oostenrijk?

Al sinds 1942 kon men aan de hogeschool voor vertalers en tolken in Wenen Nederlands studeren. In 1956 werd Prof. L.M. Swennen lector Nederlands aan de Universiteit van Wenen. Bij zijn emeritaat was er niet onmiddellijk een geschikte opvolger te vinden en de leerstoel bleef dan ook een tijdje onbezet. Wel werden er taallessen verzorgd door Claire Carbonez. In 1992 werd Herbert van Uffelen de nieuwe docent. Voor die tijd had hij meer dan tien jaar als neerlandicus in Keulen gewerkt. Hij publiceerde o.a. een omvangrijke studie over Nederlandstalige literatuur in Duitse vertaling.

De neerlandistiek in Wenen heeft officieel de status van ‘Studienversuch’, experiment. In de praktijk gaat het echter al om een volwaardige studie en bestrijken de colleges het hele terrein van de Nederlandse taal- en letterkunde. Er zijn ook lessen ‘Landeskunde’ en er worden inleidingen gegeven in het Afrikaans en Fries. Op dit ogenblik heeft de afdeling Nederlands in Wenen een achttal medewerkers in dienst en volgen 20 studenten Nederlands als hoofdvak en zo'n 100 als bijvak. Elk jaar neemt het aantal geïnteresseerden toe.

Op grond van de gunstige ontwikkelingen van de laatste jaren heeft de Universiteit van Wenen bij het Oostenrijkse ministerie van Onderwijs een aanvraag ingediend om van haar afdeling Nederlands een echte studierichting te maken. De vooruitzichten zijn gunstig. Het uitblijven van de definitieve beslissing heeft op de eerste plaats te maken met externe factoren, zoals de komst van een nieuwe minister van Onderwijs.

Het instituut Nederlands kan op de steun van het universiteitsbestuur rekenen. Dat blijkt uit het feit dat men, na enkele jaren rondzwerven, nu een behuizing kreeg toegewezen in het centraal gelegen hoofdgebouw van de universiteit. Daar is, naast enkele werkkamers en leslokalen, plaats voor een bibliotheek en in de ruime hal wil men in de toekomst lezingen en bijeenkomsten organiseren.

De bibliotheek is volledig geautomatiseerd en kan on line geconsulteerd worden. Ze telt nu 5.000 banden. Men heeft de ambitie de collectie uit te bouwen tot de belangrijkste bibliotheek met Nederlandstalig werk van het hele land. Om dit te bereiken heeft men een beroep kunnen doen op particuliere en officiële steun uit Vlaanderen en Nederland, maar ook op bijdragen uit Oostenrijk zelf. Indien men het gestelde doel wil realiseren, zullen de jaarlijkse subsidies van de universiteit en van de Nederlandse Taalunie onvoldoende zijn en zal men naar andere bronnen op zoek moeten gaan.

Cultuur buiten de muren

Herbert van Uffelen heeft uitgesproken ideeën over de taak van de afdeling Nederlands in Wenen. Uiteraard moet zij zich bezighouden met het opleiden van neerlandici en met wetenschappelijk onderzoek, maar daar mag het niet bij blijven. Neerlandistiek extra muros kan voor Van Uffelen alleen dan zinvol zijn als dat ook ‘cultuur buiten de muren’ inhoudt. Neerlandistiek in het buitenland moet volgens hem ingebed zijn in een poging om in het buitenland belangstelling te creëren voor Nederland en Vlaanderen en voor de cultuur van de Lage Landen. Vlaanderen en Nederland kunnen daar hun profijt mee doen, maar het is volgens Van Uffelen ook van essentieel belang voor de toekomst van de studenten zelf. Door een goede kennis van de cultuur van Vlaanderen en Nederland zullen hun arbeidskansen stijgen. Naarmate de Nederlandse taal en de Nederlandstalige cultuur een grotere rol gaan

[p. 299]

spelen in het buitenland groeit de behoefte aan neerlandici. Als er meer neerlandici bezig zijn met de promotie van de Nederlandstalige cultuur in het buitenland zal ook de belangstelling van het brede publiek voor deze cultuur groeien.

Van Uffelen heeft heel wat plannen om zijn ideeën in Wenen te realiseren. Om een breder publiek te bereiken kan de afdeling Nederlands cursussen Nederlands aanbieden aan iedereen die daarvoor interesse heeft. Voor de studenten Nederlands uit Wenen zelf wordt er een zomercursus georganiseerd. Een veertigtal studenten Nederlands uit Oostenrijk en studenten Duits uit Nederland en Vlaanderen (voorlopig participeert alleen de Universiteit van Leiden) zullen van 13 tot 27 juli 1997 met elkaar samenwerken én -leven, waardoor hun taalvaardigheid wordt gestimuleerd en de kennis van elkaars cultuur vergroot. Tijdens de zomercursus zal ook veel aandacht besteed worden aan het vertalen van literair werk.

In 1996 verbleef Willem Jan Otten in Wenen als writer-in-residence en in 1997 zal dat Stefan Hertmans zijn. De auteurs geven lezingen en werken met de studenten samen. Verder worden er ook gastprofessoren uitgenodigd en worden voordrachten georganiseerd.

Documentatiecentrum voor Nederlandse literatuur

Van Uffelen heeft het plan opgevat ook een ‘Documentatiecentrum over de Nederlandse literatuur in het buitenland’ op te richten, dat via Internet geconsulteerd kan worden. Door middel van biografieën, bibliografieën, teksten, foto- en klankmateriaal wil men de Nederlandse literatuur in het buitenland presenteren. Het werk is al volop aan de gang en het is de bedoeling een geavanceerd en ge-

illustratie
Het hoofdgebouw van de Universiteit van Wenen waar sinds 1996 de afdeling Nederlands is ondergebracht.

bruiksvriendelijk zoeksysteem te ontwerpen. Wanneer iemand, waar ook ter wereld, een vraag heeft over de Nederlandstalige literatuur, zou hij via het Weense documentatiecentrum een antwoord moeten kunnen krijgen. Dat vergt uiteraard veel werk, dat men in Wenen niet alleen wil doen. Het is de opzet zoveel mogelijk links te leggen met al bestaande websites en ook in andere landen kleine redacties samen te stellen die informatie aan het documentatiecentrum in Wenen zullen aanleveren. Concreet zou dit betekenen dat wanneer bijvoorbeeld iemand in New York een boek van Nooteboom heeft gelezen en meer informatie over de schrijver wil hebben, hij de naam van de auteur ingeeft en zo via Wenen een korte biografie van Nooteboom krijgt, een bibliografie van alles wat van hem is vertaald, recensies en artikelen enz. Hoewel er al heel wat is gedaan, bevindt het hele project zich toch nog maar in een beginfase. Op dit ogenblik werkt Matthias Hüning, assistent van de afdeling Nederlands in Wenen, aan een beknopte geschie-

[p. 300]

denis van het Nederlands, die ook op Internet te consulteren zal zijn.

Samenwerken

Wenen is de toegangspoort tot Midden-Europa en de Weense neerlandici zijn zich daar zeer wel van bewust. Van Uffelen is trouwens ook hoogleraar Nederlands in het Hongaarse Debrecen.

Samen met de slavistiek en finoegristiek in Wenen werd vanaf 1994 een CEEPUS-netwerk (Central European Exchange Program for University Studies) uitgebouwd, waarin bijna alle afdelingen Nederlands uit Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië en Kroatië participeren. Het is de bedoeling met dit netwerk de uitwisseling van studenten en professoren te stimuleren en ook de curricula meer op elkaar af te stemmen. In het studiejaar 1995-1996 werd er eveneens aan drie Erasmus-programma's meegewerkt.

Om de afdeling Nederlands in Wenen uit te bouwen tot een centrum voor de Nederlandse taal en cultuur wil men ook nauw samenwerken met de lokale culturele centra. In het verleden werd al meegewerkt aan een Anne Franktentoonstelling en samen met o.a. de Nederlandse ambassade en de afvaardiging van de Vlaamse Gemeenschap in Wenen werden in 1996 bovendien Nederlands-Vlaamse literatuuravonden georganiseerd. Op vijf avonden kon men in Paleis Lobkowitz luisteren naar o.a. Hella Haasse, Margriet de Moor, Stefan Hertmans, Connie Palmen, Patricia de Martelaere, Marion Bloem, Gregie de Maeyer, Willem Jan Otten en Eric de Kuyper. De teksten van deze lezingen werden ook gepubliceerd.

In een lezing op de Algemene Conferentie van de Nederlandse Taal en Letteren te Amsterdam op 13 december 1996 wees Van Uffelen op het belang van de samenwerking met de plaatselijke diplomatieke diensten. Het is volgens hem de enige manier om op lange termijn succes te boeken, ook al gaat die samenwerking niet altijd over rozen.

Er moet een netwerk aan contacten opgebouwd worden en dat bereikt men niet met enkele incidentele manifestaties. Alleen structurele samenwerking kan volgens Van Uffelen de basis zijn voor een dynamisch cultuurbeleid.

 

Dirk van Assche

 

Institut für Germanistik/Niederlandistik an der Universität Wien, Dr. Karl Lueger-Ring 1, A-1010 Wien. Tel. +43/1/40103 35 10.
e-mail: Herbert.Van-Uffelen@univie.ac.at

prepostterug  begin  verder