Holland nog nooit zo gezien, zo heet het lijvige en rijk geïllustreerde reisboek dat de bekende BRTN-correspondent Kees Middelhoff over Holland geschreven heeft. Middelhoff kijkt daarin op een bijzondere manier en met een bijzonder oogmerk naar ‘Holland’, dat wil zeggen naar de provincies Noord- en Zuid-Holland, uitgebreid met Utrecht. Zijn boek gaat bij nader toezien inderdaad alleen over ‘Holland’ in strikte zin én over de streken die dat centrale deel van Nederland geografisch met Vlaanderen verbinden: Zeeland en het westelijk deel van (Nederlands) Brabant.
Deze eigenzinnige afbakening van het bestreken gebied geeft al te vermoeden waar de auteur met zijn boek naartoe wil. Hij wil voor Vlamingen het pad effenen naar dat deel van het Noorden waarmee zij minder vertrouwd zijn, dat deel dat het eigene van Nederland in aanzienlijke mate bepaalt en waar dan ook de verschillen met het Zuiden het meest aan de oppervlakte komen. Toch is het hem zeker niet te doen om het accentueren van verschillen. (Wie zou dat van een Noord-Zuid bruggenbouwer als Middelhoff trouwens verwachten?) Wel integendeel, zijn uiteindelijke doel omschrijft hij ongeveer zo: ook in het meest Hollandse Nederland zou de Vlaming zich uit en toch thuis moeten kunnen voelen. Daarom volgt hij in Holland nog nooit zo gezien een soort van reisroute: vertrekkend van de met Vlaanderen meest verwante gebieden (o.a. Zeeuws-Vlaanderen) naar de ook in geestelijke zin verst daarvan verwijderde streken (o.a. Noord-Holland).
In zijn hele boek legt Middelhoff de nadruk op datgene wat beide delen van de Lage Landen samenbrengt, dus ook op het historische grensverkeer tussen Noord en Zuid. Vandaar dat opmerkingen en feitelijke gegevens over de omvang en het belang van de Zuid-Noordmigratie rond 1600 haast een rode draad vormen in dit boek. Ook daarbuiten wijst Middelhoff voortdurend op onderliggend contact, samenwerking of geruzie, en op opmerkelijke artistieke, economische of andersoortige prestaties van zuiderlingen in de Republiek. De laatste zin van zijn epiloog luidt dan ook: ‘voor de Hollanders van de 17de eeuw was Holland Vlaamser dan ze wilden denken. Dit geldt evenzeer voor deze tijd.’
Holland nog nooit zo gezien is een reisgids en tegelijk is het boek meer dan dat. Het wijst de weg naar interessante plekken, bekende, maar vooral minder bekende. Het geeft de lezer vele concrete tips over verschillende soorten van bezienswaardigheden. Dat gaat van niet te missen dorps- en stadsgezichten en alleen op aanvraag te bezichtigen sites, via half vergeten monumenten, tot te bezoeken ‘zelfkazers’ en andere ambachtelijke lieden. Tegelijk ligt het accent onmiskenbaar op achtergrondkennis. In de inleiding van Holland nog nooit zo gezien staat daarover: ‘[dit boek] wil geen reisgids zijn in de traditionele zin van het woord. Veeleer gaat het om de mens die er leeft, zoals hij getekend wordt door zijn omgeving.’ Zoveel mogelijk revelerende aspecten van de omgeving vervolledigen het beeld, historische zowel als actuele, economische zowel als artistieke, etymologische zowel als demografische. Middelhoff creëert een synthese met hetzelfde gemak als waarmee hij op weetjes ingaat of ‘petites histoires’ onthult. Kortom, uit Holland nog nooit zo gezien spreekt een ontzagwekkende kennis van zaken en dat maakt het ook tot een leesboek en naslagwerk voor iedereen die in de Nederlandkunde geïnteresseerd is.
Het prettige aan Middelhoffs boek is bovendien dat het vlot en met enthousiasme ge-
schreven is. Dat de veelheid van informatie nooit zwaar op de hand wordt, is mede te danken aan de opzet die systematiek en ongedwongenheid verzoent. Aan elke provincie wordt één hoofdstuk gewijd, dat telkens bestaat uit een algemene schets. Daarop volgen dan rubriekjes per deelstreek met aparte paragrafen over de interessantste plaatsen en korte notities bij ‘overige trekpleisters’. Die herkenbare ordening wordt verlevendigd door middel van achtergrondstukjes die vrij los over de tekst verspreid werden. Ze kunnen over alles en nog wat gaan: bijvoorbeeld over de traditionele heiligheid van de zondag in Nederland, over de opvallend weinig overgebleven spoorwegverbindingen tussen Nederland en België - er zijn er welgeteld twee -, over het Nederlandse omroepsysteem, over het zgn. Belgenmonument op de Amersfoortse ‘berg’, over het eigen karakter van de katholieke kerk in Nederland, over het gilde van Belgische kunstenaars dat het 19de-eeuwse Nederland van gebeeldhouwde helden voorzag, over het verschijnsel van de woonboot, over de verdraagzaamheid van Nederland, over Prinsjesdag, over Alva die zijn bril verloor, over de bloembollencultuur...
Zijn er dan geen minpunten aan te strepen? Nauwelijks. Als bron van informatie over Nederland blijft dit boek natuurlijk een inleiding. Er is erg veel kennis in verwerkt, maar wie diep wil graven, moet elders terecht. Zo zijn de beschrijvingen van kleinere plaatsen aan de hand van één enkele zin niet altijd even informatief. Bondigheid heeft nu eenmaal zijn prijs. Wat me in Holland nog nooit zo gezien wel stoort, is de weinig professionele manier waarop aspecten van de (eind)redactie werden aangepakt. Zo zijn de bijschriften bij het fotomateriaal van een onwaarschijnlijke onnozelheid. De elders zorgvuldig vermeden clichés lijken er voor de volledigheid alsnog aan toegevoegd. Een voorbeeld (bij een gezicht op een waterpartij): ‘Zeeland: waar de littekens van dijkdoorbraken zijn uitgegroeid tot plekken van verstilde schoonheid.’ Het is ook jammer dat sommige van de afgedrukte kaarten zo werden gecoupeerd dat een aantal van de besproken plaatsen en routes er niet op te vinden is en dat van een aantal reproducties kennelijk de identificatie achterwege is gebleven. Ook een register op persoonsnamen had mij nog gelukkiger gemaakt: de Oranjes zouden daarin ongetwijfeld alle records van frequentie hebben gebroken. Anders was Holland Holland niet meer, al heeft Middelhoff het nu (nog) een stuk dichter bij Vlaanderen gebracht.
Stefaan Evenepoel
| kees middelhoff, Holland nog nooit zo gezien, Davidsfonds, Leuven, 1996, 296 p. |