terug  begin  verderprepost

Zwagermans writer's block

De receptie van Joost Zwagermans werk in Nederland is in vele opzichten merkwaardig. Eerst werd hij de hemel in geprezen, onder andere voor zijn roman Gimmick! (1989). De kritiek was er zeer over te spreken dat Zwagerman de binnenhuiselijke Hollandse romanruimtes verliet, om zich te begeven in de wereld van meisjesstudenten in Florence, seksbioscopen en peepshows in New York, de internationale jetset van de Canarische Eilanden en de Amsterdamse hoerenbuurt. Eindelijk straatrumoer in de Nederlandse roman! Ik heb het altijd een wat vreemde argumentatie gevonden: de hoofdpersoon Raam (alleen die naam al) loopt als een zombie door de opgeklopte wereld van glamour, coke, geld en yuppies, een wereld die als fake, een B-film, een reeks videoclips wordt ervaren. Er zaten toen al twee zielen in Zwagermans borst.

Nu vallen een aantal Nederlandse critici over zijn nieuwe roman Chaos en Rumoer. Zwagerman wordt keihard getackeld in dagbladen als de Volkskrant (Arjan Peters) en Het Parool (Robert Anker) en in tv-programma's als De Plantage (Hanneke Groenteman) en Zeeman met boeken. Jeroen Vullings heeft het in de Standaard der Letteren een tikkeltje pathetisch over ‘De moord op Joost Zwagerman’. De critici storen zich er nogal aan dat Chaos en Rumoer een roman is zonder onderwerp. Dat is vreemd, want het onderwerp van deze roman is juist een schrijver zonder onderwerp. Ook de satire op de Amsterdamse grachtengordel vindt geen genade. Grappig is hierbij dat de genoemde reacties in Zwagermans roman worden voorspeld, waardoor hij op een geslepen manier gelijk haalt. En dat Zwagerman plotsklaps anders is gaan schrijven en nu door de mand valt, lijkt me ook merkwaardig, want er wonen in de borst van de auteur nog altijd twee zielen.

De hoofdpersoon van Chaos en Rumoer is de 33-jarige Otto Vallei. De lezer maakt kennis met zijn zaalvrees, telefoonfobie en writer's block. In een theaterzaal krioelt het van bacteriën en gassen, telefoons nemen je bestaan stormenderhand in, schrijven is volstrekt zinloos geworden: alle mogelijke zinnen zijn al in alle denkbare varianten neergeschreven, en ook die vaststelling ‘is een kreet uit de echoput’. Otto wordt dan maar ‘anchorman’ in het culturele radioprogramma ‘Chaos en Rumoer’, maar vindt ook daar geen ankerplaats. Thuis gaat hij kopje-onder in een ‘koudwaterbad van faxvellen, die loze informatiestroom’, en wordt de ‘onvindbare’, de ‘overtollige’. Otto vindt het erg moeilijk om in het mediacircus mee te spelen. Hij blijft erbuiten staan, als ironische toeschouwer. Vanuit zijn woning in Buitenveldert kijkt hij meewarig naar de babbelcultuur van de grachtengordel, de groezelige literaire cafés van het Spui waar de ‘zuipschrijvers’ samenhokken, de overbodige lawine van ‘biënnales, festivals, prijsuitreikingen’ leidend naar ‘cultuurhysterie’.

Via Otto Vallei haalt Zwagerman grappig uit naar vermomde maar herkenbare figuren zoals zijn vroegere uitgevers Theo Sontrop en Martin Ros en auteurs zoals Connie Palmen en J. Bernlef. De meest hilarische scènes maakt de lezer mee bij de beschrijving van de uitreiking van de ‘Europabankprijs’, waar ‘le tout Amsterdam’ samenstroomt. Zo'n commerciële prijs is volgens Otto ‘een geldverslindend onderonsje voor werkgevers, bedrijfscommissarissen en pluche-schurkende politici, met vijf uit de boekenberg geplukte schrijvers als excuus-Truus. Je ziet er de literaire wereld opzitten en pootjes geven voor een ton, misschien een duizelingwekkend bedrag voor een schrijver, maar een prikje voor een captain of industry.’

De Europabankprijs wordt gewonnen door Ed Waterland, de volstrekte tegenpool van Otto Vallei. Waterland verbergt zich nooit, en heeft géén last van fobieën. Zijn leven en werk zijn helemaal op de media gericht. Hij is overal aanwezig, op feesten, borrels, prijsuitreikingen, premières. Otto heeft de indruk dat Waterland hem alles heeft afgenomen. Zo heeft Waterland een relatie gehad met zijn vrouw Karin. Maar hij heeft ook Otto's onderwerp voor een roman gestolen, een roman over een auteur met een writer's block. Sterker nog, in Waterlands pas verschenen ‘Het hart aan de

[p. 107]

rand van de stad’ is alles terug te vinden wat Otto de laatste maanden is overkomen. Waterland regisseert Otto's bestaan, want hij blijkt ook te kunnen voorzien wat er met hem te gebeuren staat. Otto wordt furieus, gaat in verzet, laat zich niet ‘fictionaliseren’. Komisch is de passage waarin Otto blij is dat hij Christel, de dochter van Wiert Huygens (J. Bernlef) niet kan versieren, want in Waterlands roman slaagt hij daar wél in.

Maar niet alleen Otto herkent zich in Waterlands sleutelroman. De collega's van het radioprogramma ‘Chaos en Rumoer’ voelen zich in hun blootje gezet en verdenken Otto ervan alles aan Waterland te hebben doorgeseind. Otto krijgt bijna de bons. Ook Otto's uitgevers en Elize Beekbergen (het ‘oud meisje’ Connie Palmen) voelen zich genomen.

De lezer ziet, dankzij Zwagermans knipoogjes, nog veel meer. Als Otto vertelt dat een bepaalde scène uit Waterlands roman iets voorbij het midden van het boek staat, dan stelt die lezer vast dat hij zich op dezelfde plaats in Zwagermans roman bevindt... Het wordt helemaal te gek als Waterland, na de door een bommelding onderbroken uitreiking van de Europabankprijs, Otto de raad geeft een roman te schrijven over ‘de man die zichzelf terugziet in andermans verhaal’, over iemand die meemaakt wat iemand anders heeft verzonnen. Het moet een verhaal worden over een schrijver met een writer's block, die zich herkent in een roman over een schrijver met een writer's block... Otto wil dat wel doen, onder een pseudoniem waarin de naam ‘Waterland’ doorklinkt. ‘Zwagerman’ misschien?

Er wonen nog altijd twee zielen in Zwagermans borst. Dat wordt vermakelijk geïllustreerd door een spel met in elkaar passende verhalen, waarin de diverse tegengestelde afsplitsingen van de auteur elkaar uiteindelijk doen verdwijnen in de trompe-l'oeils van een Escher-achtige romanconstructie. Misschien toont Chaos en Rumoer soms teveel de sporen van postmodern huiswerk, misschien is de roman te wijdlopig en uitsloverig, maar sommige hilarische scènes over het literaire leven in de grachtengordel halen het niveau van Peter van Straatens genadeloos tekenwerk.

 

Hugo Bousset

joost zwagerman, Chaos en Rumoer, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 1997, 248 p.

prepostterug  begin  verder